Zere plek

De Europese Gemeenschap is de laatste jaren actief bezig om ook het politieke beleid vorm te geven. Na de redelijk succesvolle integratie op economisch gebied wordt de inwoners van de lidstaten voorgehouden dat een gemeenschappelijk Europees buitenlands beleid de Europese eenheid versterkt. Zo kunnen we de wereld tonen dat we ook op het politieke vlak meetellen.

"Maastricht' is de bekroning op dat streven. Maar voordat dit verdrag in alle lidstaten is geratificeerd komt Joegoslavië er als spelbreker tussen en legt op onnavolgbare wijze bloot dat "onze politici' niet geschikt zijn om een gemeenschappelijke buitenlandse politiek te voeren.

Het stuk van H.J.A. Hofland (NRC Handelsblad, 19 augustus) onder de titel "De politiek stinkt' legt de vinger op de zere plek. Europa wil wel, maar is te laf om keuzes te maken. Met verwijzing naar ondermeer Vietnam wordt de oorlog aan de Balkan op afstand gehouden door "onze politici'. Tot voor kort beschouwde ik mezelf als iemand die het streven naar een Europese buitenlandse politiek steunt. Maar nu feilloos wordt aangetoond dat in Brussel alleen maar slapjanussen het voor het zeggen hebben en nationale belangen de boventoon voeren begint het gevoel van 'Denemarken' aan me te knagen. Onze eigen lidstaten ontduiken het VN-embargo, maar Europa kijkt de andere kant op. EG-voorzitter Groot-Brittannië frustreert op alle mogelijke manieren pogingen om een gemeenschappelijk "Joegoslavië-beleid' van de grond te krijgen. Europa is voor het examen "gemeenschappelijk buitenlands beleid' gezakt voor de eerste de beste test die zich sinds Maastricht voordoet. Wat mij betreft is er geen mogelijkheid voor een herexamen. Europese politici moeten terug in de kast. Beter helemaal geen gemeenschappelijke politiek, dan de waanzinnige "behoedzaamheid' die Hofland zo treffend beschrijft.