Wild en gekweekt Meranti blijkt even sterk en duurzaam

Snelgroeiende, op plantages gekweekte Merantibomen verschillen niet wezenlijk in kwaliteit van de wilde bomen uit het regenwoud. Dat blijkt uit onderzoek van het Rijksherbarium en de Hortus Botanicus van de Rijksuniversiteit Leiden. Medefinancier was de Stichting Tropenbos.

Meranti's worden in de Zuidoost-Aziatische regenwouden op grote schaal gekapt. Op het Indonesische deel van Kalimantan (het vroegere Borneo) wordt sinds enkele jaren met succes geƫxperimenteerd met het kweken van de lichtrode Meranti in combinatie met de juiste bodemschimmels.

Houtmonsters van wilde en gekweekte bomen zijn microscopisch onderzocht op de afdeling Houtanatomie van het Rijksherbarium. De gekweekte bomen waren 17 tot 60 jaar oud, de oudste stond op de onlangs kaalgekapte campus van het onderzoeksterrein. Van de wilde bomen was de leeftijd onbekend, tropische bomen vertonen geen jaarringen. Maar gezien hun hoogte en omvang zouden sommige wel 60 tot 100 jaar oud kunnen zijn.

Per boom is een grote hoeveelheid monsters genomen, waarvan de cellen en vezels op dwarsdoorsnede zijn bekeken en gemeten met behulp van geavanceerde beeld-analyse apparatuur. Het is voor het eerst dat beeldanalyse-apparatuur voor dit soort anatomisch onderzoek wordt gebruikt. Volgens de onderzoekers levert dit een zeer waardevolle ervaring op voor de ontwikkeling van toegepaste software.

Kenmerkend voor een sterke houtsoort zijn hoge dichtheid en hoog soortelijk gewicht van de celwanden. Daarom is in de microscooppreparaten steeds het percentage celwandmateriaal per oppervlaktedoorsnede berekend. Daarbij kwamen geen verschillen tussen wild en gekweekt hout aan het licht.

Volgens dr. Monique Bosman is deze uitkomst tamelijk verrassend. Algemeen werd verondersteld dat snelgroeiend hardhout slapper en wateriger zou zijn dan een wilde boom, ongeveer net zoals een snel groeiende kastomaat minder stevig is dan een soortgenoot uit de volle grond. De onderzoekster vermoedt nu, dat de gekweekte bomen hebben geprofiteerd van een ruimere standplaats, waardoor zij meer licht konden invangen dan hun soorten uit het zwaar beschaduwde regenwoud.

Gekweekte Meranti's kunnen dus een volwaardig alternatief bieden voor de kap van wilde bomen. Het probleem is echter dat de meeste plantages nog jong zijn. De bomen zijn, afhankelijk van de toepassing, pas na 30 tot 60 jaar kaprijp. Intussen wordt het tempo van de houtkap, vooral in de Maleisische deelstaten Sabah en Sarawak op Kalimantan steeds hoger. Houtfirma's voorzien in deze regio vanaf het jaar 2000 strengere normen voor de kap, inclusief herplantplicht. Daarom is de trend bij veel bedrijven volegns Monique Bosman om voor die tijd nog te kappen wat er te kappen valt. Rond het jaar 2000 zal er weinig meer over zijn.