Sollicitatiegesprekken deze maand, beslissing in oktober; Stilzwijgen over Beerens opvolger

Wie volgt Wim Beeren op als directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam? Begin oktober al moet het college een keuze maken, maar de gemeente hult zich voorlopig in stilzwijgen over de identiteit van de kandidaten. Deze maand worden gesprekken gehouden met sollicitanten en andere gegadigden. Volgens de planning zal de gemeenteraad nog in oktober over de opvolging beslissen.

Dr. W.A.L. Beeren gaat per 1 februari 1993 met pensioen als directeur van de Dienst musea voor moderne kunst, waaronder het Stedelijk en Museum Fodor vallen. De museumfunctie van Fodor verdwijnt echter met ingang van januari 1993 - protesten van betrokken kunstenaars hebben dat niet kunnen verhinderen - en het vrijgekomen geld wordt aangewend voor uitbreiding van het Stedelijk. De nieuwe directeur zal intensief te maken krijgen met de uitbreiding en verbouwing van het Stedelijk Museum; dit staat bovenaan de prioriteitenlijst van het gemeentelijk Kunstenplan 1993-96.

Zoals vaker bij dergelijke belangrijke benoemingen gonst het van de geruchten over mogelijke kandidaten. Op de hitparade van het geruchtencircuit staan de namen van directeuren van de meeste grote musea in Nederland, zoals Rudi Fuchs (Haags Gemeentemuseum), Frans Haks (Groninger Museum), Sjarel Ex (Centraal Museum Utrecht), Liesbeth Brandt Corstius (Gemeentemuseum Arnhem). Ook buitenlanders worden genoemd. De Belg Jan Hoet, directeur van het Gentse Museum voor Hedendaagse Kunst en artistiek leider van de Documenta in Kassel heeft al eerder laten weten zich graag over het Stedelijk te willen ontfermen. Een andere buitenlander die wordt genoemd is de Duitser Kaspar König, directeur van de kunstacademie in Frankfurt.

De meeste "kandidaten' doen er het zwijgen toe, of spreken de speculaties tegen. Zoals de kunsthistorica Saskia Bos, directeur van de Stichting De Appel, een centrum voor internationale avantgardistische kunst in Amsterdam. “Het enige dat ik weet is dat de gemeente een aantal kandidaten benaderd heeft, verder wil ik er het zwijgen toe doen”, zegt zij. De van het Stedelijk afkomstige directeur Alexander van Grevesteijn van het Bonnefantenmuseum Maastricht: “Wij zijn hier met een mooi gebouw bezig en een mooie collectie, en daar wil ik mij voorlopig bij houden”. Brandt Corstius: “Ik las mijn naam in de krant, maar ik heb niet gesolliciteerd”.

Een driemanschap bestaande uit directeur Wim Crouwel van het Rotterdamse museum Boymans-Van Beuningen, Henk van Os van het Rijksmuseum en Jan Riezenkamp, secretaris-generaal op het ministerie van WVC, heeft Loek van der Sande als kandidaat bij de sollicitatiecommissie aangemeld. Van der Sande, van huis uit econoom, is sinds de oprichting vijf jaar geleden directeur van Global Design in Amsterdam, een internationaal ontwerpbureau voor industriële vormgeving. Daarvoor was hij directeur van het grafisch-ontwerpbureau Total Design. Hij is tevens voorzitter van de adviesraad van Museum Fodor. “Mijn naam is in een vertrouwelijke brief aan de gemeente gesuggereerd, maar in Amsterdam kan kennelijk niets vertrouwelijk blijven”, zegt Van der Sande. “Als ik word uitgenodigd voor een gesprek zal ik zeker gaan praten, maar ik heb nog niets gehoord. Ik heb zelf niet gesolliciteerd en ik heb ook niet gevraagd om kandidaat gesteld te worden.” Van der Sande zegt "uitgebreid' ervaring te hebben in de museumwereld, maar wil daar in dit stadium niet verder op ingaan.

Op veler lippen is ook de naam van Martijn Sanders, directeur van de nv Concertgebouw en bekend kunstverzamelaar. “Ik heb heel wat redenen om niet over die baan te piekeren”, zegt Sanders. “De belangrijkste is dat ik erg van mijn werk bij het Concertgebouw houd en dat mijn liefde voor het Concertgebouw er in de loop der jaren alleen maar groter op is geworden. Beeldende kunst is mijn hobby en dat wil ik zo houden. Bovendien heb ik geen museale ervaring. Ik vind het vervelend dat door anderen steeds over mijn kandidatuur wordt gesproken, al kan ik het mij wel voorstellen. Ik zit al tien jaar bij het Concertgebouw en dan is het logisch dat men speculeert dat je wel eens een andere stoel ambieert, maar dat is niet zo. Ik wil niet van mijn geliefde Concertgebouw worden gescheiden”.

Toen in 1985 de vorige directeur Edy de Wilde met pensioen ging, brak er over de opvolging een onverkwikkelijke strijd los tussen voor- en tegenstanders van de twee belangrijkste kandidaten Rudi Fuchs en Wim Beeren. Hoewel het college indertijd Fuchs voordroeg als meest geschikte kandidaat, besliste de gemeenteraad in het voordeel van Beeren. Fuchs wordt nu weer gezien als een van de belangrijkste kandidaten, zo niet dé belangrijkste. Zelf wil hij niet op het onderwerp ingaan.

Voor de opvolging van Beeren hebben B en W een ambtelijk en een bestuurlijk selectieteam ingesteld. Het ambtelijk team bestaat uit de gemeentesecretaris mr. K.Kooiker, directeur Beeren van het Stedelijk, het hoofd van de afdeling Kunstzaken mr. A.W. Jansen, de directeur personeelszaken G.J. Veentjer en de directeur van de dienst Stadsschouwburg C. Habbema. De leden zijn gemachtigd externe deskundigen te raadplegen en mogen ook kandidaten benaderen die niet hebben gesolliciteerd.

In het bestuurlijk selectieteam zitten de wethouder voor cultuur E.C. Bakker, de wethouder voor personeelszaken drs. P. Jonker, burgemeester drs. Ed. van Thijn, de wethouder voor financiën mr. F.H.G. de Grave en de gemeentesecretaris Kooiker. De teams zijn samengesteld op grond van een bestaande procedure bij directeursbenoemingen.

Het college heeft een profielschets opgesteld waarin de nadruk wordt gelegd op het internationale karakter van het museum. Van de nieuwe directeur wordt behalve ervaring op het gebied van management en inzicht in financiële budgettering “aantoonbare persoonlijke ervaring met de museale praktijk” gevraagd en “contacten met de internationale museumwereld en de capaciteit om op gelijkwaardig wetenschappelijk en organisatorisch niveau te kunnen onderhandelen met collegae uit de gehele wereld”.