Over upwelling, albedo en meiobenthos

Encyclopedia of Marine Sciences. J.G. Baretta-Bekker, E.K. Duursma en B.R. Kuipers (eds). Springer-Verlag. Berlin, Heidelberg, 1992. Prijs ƒ 75,- excl. BTW. 127 fig. 311 blz. ISBN 0 387 54501 8

Net als de meteorologie heeft ook de oceanologie, het wat te weids uitgevallen Nederlandse woord voor marine sciences, veel aan de ruimtevaart te danken. De meeste weersatellieten meten behalve de bewolking en luchttemperatuur, ook de temperatuur van het zeewater, de stroomsnelheid en soms de hoogte en de richting van de golven. Er zijn ook speciale satellieten voor oceanografisch onderzoek die de hoeveelheid alg meten (chlorophyll), de hoeveelheid zwevende deeltjes en de Gelbstoff, de absorbtie voor blauwlicht die een maat is voor de hoeveelheid leven. Het zoutgehalte is vanuit de ruimte helaas nog niet te meten.

De oceanologie heeft door deze gegevens de afgelopen decennia een zeer snelle evolutie doorgemaakt. De wereldzeeën waren tot voor kort net zo onbekend als de ruimte, maar daar begint nu snel verandering in te komen. Naast ruimteonderzoek doen alle rijke landen aan zeeonderzoek. En net als in de ruimtevaart is er sprake van vergaande internationale samenwerking - wat voor de hand ligt voor een werkterrein dat eigendom van niemand is.

Oceanologen vormen een heterogene groep van geologen, fysici en biologen die langzamerhand een voor de buitenstaander onbegrijpelijk jargon spreken. Het is een mengseltje van meteorologie, chemie, biologische woorden, namen van instrumenten en specifieke zeetermen. Het duurt vrij lang voordat een "wetenschapper van buiten' een oceanologisch artikel lezen kan.

Het was daarom een goed idee van het NIOZ, het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee op Texel, om een handzaam encyclopedietje te schrijven - uiteraard in het Engels, de internationale taal van de natuurwetenschap. Dat Springer-Verlag de uitgever werd, is al nauwelijks meer een onderstreping van het internationale karakter ervan - bijna alle wetenschappelijke uitgeverijen publiceren in het Engels.

De encyclopedie is beslist geen leerboek. Wie een overzicht van de verschijnselen in de oceaan wil hebben, zal toch een goed leerboek moeten lezen, te beginnen misschien met de verzamelbundels van Scientific American of Natuur en Techniek. De Encyclopedia of Marine Sciences is een grabbelton van woorden als Nansen bottle, Pangea, Polychlors, Iapetus Ocean, Redfield ratio, Richardson number, Sarcodina en Southern oscillation.

Omissies

Zoals bij iedere eerste druk zijn er opvallende omissies. Zo is er geen lemma gewijd aan de Antarctische divergentie en de Antarctische convergentie, het opwellen en de vorming van dieptewater nabij Antarctica, verschijnselen die als de belangrijkste motoren van de zeestromingen beschouwd worden (zie artikel hierboven). Een lemma voor "koud dieptewater' ontbreekt en zelfs de Golfstroom is afwezig.

Uit de inleiding blijkt dan ook dat de encyclopedie vooral door biologen is samengesteld. Van de hoofdredacteuren is alleen E.K. Duursma, de voormalig directeur van het NIOZ, een chemicus, de overige twee zijn biologen. Dat resulteerde in 940 biologische entries, 210 chemische, 330 fysische geografische en 350 geologische woorden. Nu zijn er ook heel wat plant- en diersoorten te benoemen, maar het zwaartepunt ligt nu wel erg eenzijdig.

Toch vormt het verschijnen van de Encyclopedia het bewijs dat de Oceanologie een snel groeiende wetenschap is. En het feit dat een Duitse uitgever met het NIOZ in zee gaat, een bewijs dat dat Nederland volwaardig meedoet met het zeeonderzoek.