Laddervormig fossiel duidt op eerste echte landbewoner

Tot de pronkstukken van het Nationaal Museum voor Natuurlijke Historie in Washington D.C. behoort een kamerbreed brok zandsteen met een wonderlijk patroon erin. Het ziet eruit alsof iemand op een crossfiets over het natte strand is gereden. Toch was de fietstechnologie zo'n 500 miljoen jaar geleden, in het late Cambrium, nog niet ontwikkeld. Tot nog toe wisten onderzoekers niet goed raad met dit patroon dat in 1860 ontdekt werd in een groeve in Ontario.

Inmiddels heeft het langgestorven beest een naam gekregen, Climactichnites, (de "ladderachtige'), vanwege de opbouw van het spoor. Maar hoe het beest zich voortbewoog bleef tot nog toe een raadsel. Onderzoeker Ellis Yochelson meent dat nu te hebben opgelost. Samen met zijn collega Mikhail Fedonkin van het paleontologisch Instituut in Moskou heeft hij een model ontworpen van een laag, zachtlijvig schepsel dat zich nu eens aan de grond vastklampte met gespierde zijflappen en dan weer zichzelf vooruitschoof met behulp van flappen aan de voorkant, waardoor de afdrukken van de dwarsbalkjes zouden zijn ontstaan.

Deze manier van voortbewegen schijnt mèt de Climactichnites te zijn uitgestorven. Vermoedelijk was dit een van de eerste wezens die op het land rondkropen. Die flappen waren alleen handig op nat zand, onder water zouden ze nutteloos zijn.

Pas 100 miljoen jaar later zouden de eerste echte landdieren op het toneel verschijnen. (Science, 28 augustus)