Houston kiest voor een geregelde ruimtelijke ordening; Een kalkoen op een mezenest

Middenin een beboomde woonwijk in Houston, schuin tegenover de middelbare school stond een ommuurd huis, dat 's nachts druk werd bezocht. Bovenop de muur stonden de letters S.I.C. Pas na maanden hoorde buurtbewoner Tom Curtis waar de afkorting voor stond: Sexual Intercourse Center.

Na een paar jaar stond er een nieuw bord: Women's Christian Home. Oude klanten kwamen nog, maar toen ze begrepen hadden dat het geen pseudoniem was, keerde de rust terug. Terwijl de Texaanse journalist Curtis dit vertelt, rijdt hij door zijn vroegere buurt en ontdekt hij een nieuwe dancing tegenover de middelbare school. De kopers van het land hebben het christelijke centrum afgebroken en er een vierkante, bont gekleurde loods neergezet om de jeugd na school tot diep in de nacht bezig te houden.

Tot voor kort kon dit niet worden verboden, want Texanen wilden het Vrije Westen niet beteugelen met bestemmingsplannen. Iedereen moest met zijn land kunnen doen wat hij wilde. Een huis in een nette woonwijk wordt plotseling omgebouwd tot grammofoonplatenwinkel, een ander wordt vervangen door een racefietsenmagazijn, een derde is verlaten en ingestort. Voor het contrast liggen ommuurde woonwijkjes met poorten als vestingen in deze ongeordende vlakte van asfalt, beton, gebouwen en bomen. Wijknamen als Scotland Yard moeten ongure elementen van buiten afschrikken.

Vorig jaar besloot de gemeenteraad van Houston een einde te maken aan deze cowboycultuur door dwingende ruimtelijke ordening. Volgens een opiniepeiling verlangt zelfs meer dan driekwart van de bewoners meer planning. Een voorlopig bestemmingsplan is al aangenomen en een commissie werkt nu aan een definitieve ruimtelijke ordening maar het blijkt ingewikkelder dan aanvankelijk werd aangenomen. Een felle strijd is uitgebroken tussen projectontwikkelaars, huiseigenaren, appartementbewoners en zakenlieden.

Bestemmingsplannen werden eerder in deze eeuw afgedaan als “on-Amerikaans”, “Duits” of “socialistisch onroerend goed”, en ook als “een legalistisch monster, uitgebroed in Europa en een heimelijk middel om in de met sloppenwijken vergeven steden aan de oostkust de waarde van je huis te beschermen”. In 1927 brulden de oliemagnaat John Kirby met 350 andere huiseigenaars zo hard tijdens de raadsvergadering over bestemmingsplannen dat de behandeling werd uitgesteld. Bij een hernieuwde poging in 1938 moest de burgemeester de politie de orde laten herstellen.

De huidige bevolking, gemengd met veel nieuwkomers van de Amerikaanse Oostkust, heeft nu genoeg van de vrijheid. De cowboy-economie veroorzaakte ontwrichtingen bij de vorige oliehausse omstreeks 1980. Grote projectontwikkelaars persten torenhoge appartementsgebouwen in postzegeltuintjes of vermorzelden het hart van een wijk met een betonnen winkelcentrum. Na de hausse werden sommige hoge kantoren in het centrum van Houston afgebroken en maakten ze plaats voor kale asfaltplekken waar tegen betaling kan worden geparkeerd.

Twee complete dorpen middenin Houston laten zien hoe het anders kan. Die dorpen hebben wel een bestemmingsplan, uitsluitend voor eengezinshuizen. De woningen in de gereguleerde gebieden zijn veel geld waard en dat willen de andere huiseigenaren in de stad nu ook. De grond in het dorp West University Place is zo kostbaar geworden, dat rijke kopers de bescheiden houten huizen hebben afgebroken en er kapitale mansions voor in de plaats hebben gezet, als kalkoenen op mezenesten, zonder ruimte voor een tuin.

Welgestelden willen planning. Zelfs projectontwikkelaars die elders buurten ontwrichten, protesteren tegen commerciële projecten in hun eigen buurt. Sommigen willen zelfs een “beschermde” omgeving voor hun eigen gebouwen, van bijvoorbeeld een grote architect als Pei.

De grootste vesting van Houston is River Oaks, nauwkeurig gepland door de oorspronkelijke projectontwikkelaar. Wie daar bouwgrond koopt, moet aan in de koopakte omschreven eisen voldoen. Voor de ingang van de wijk staat een groot hek. Zo'n tiental jaar geleden was River Oaks ontoegankelijk voor joodse en zwarte kopers.

Ook in arme wijken wil men andere etnische groepen uit de buurt houden. Emilio Martinez, een latino, bewoont een schamel houten huisje, maar het appartementsgebouw aan de overkant van de straat is volgens hem van nog lagere standing omdat daar arme zwarten wonen. “Ze moeten hier alleen eengezinswoningen toelaten en geen meergezinswoningen”, klaagt hij.

Het voordeel van de cowboycultuur is dat er in Houston geen uitgestrekte sloppenwijken zijn, zoals in andere grote Amerikaanse steden. Zwarten zagen bestemmingsplannen altijd als middel tot segregatie. In Houston woont iedereen door elkaar. Ook president Bush woonde in zijn Texaanse tijd dichtbij een groepje armoedige huizen. De lage prijs van huizen in gedereguleerd gebied is misschien onprettig voor huizenbezitters maar welkom voor nieuwkomers.

Iedereen mocht altijd zijn fantasie uitleven: een hoog, glazen huis met gegalvanizeerd stalen ionische zuilen, een woonschuur of een oosters paleisje. Een enthousiaste bierdrinker heeft zijn gevels met een tegelmozaïek van platgewalste hulzen van bierblikjes versierd, hetgeen een schilderachtig effect geeft. Ook hekken zijn bewerkt met zijn favoriete biermerk Texas Pride, soms onderbroken door bruine flessen. De overblijvende ronde bodem- en dekselstukken werden aan elkaar geregen. Het blikken vliegengordijn klettert in de hete wind van Texas. Rond zijn zestigste overleed de man aan het inneemgedeelte van zijn hobby.

Een postbode bouwde een huis met open ijzeren radarwerk in de stijl van Hundertwasser: “Ode aan de sinaasappel”. Het zijn de laatste monumenten van het Vrije Westen waarin iedereen zijn droom kon realiseren. Voortaan bemoeien de buren zich ermee.