Goudwinning

Met belangstelling las ik het artikel van W. Klever over Spinoza en de alchemistische transmutatie van lood in goud door Helvetius (W&O 27/8/92). Weinig onderwerpen in de historie van de chemie hebben zo veel aanleiding gegeven tot geruchten, tot goocheltrucs en tot mystificatie als deze goudwinning. Wat zijn de feiten? Inderdaad slaagde een enkele alchemist er in goud te bereiden uit lood. Metalen lossen immers in elkaar op en in een partij lood is veelal een fractie goud aanwezig. Deze fractie is zo miniem dat winning zelden lonend is.

Daartoe verhit de alchemist het metaal met zwavel, waardoor alle onedele metalen (en zelfs zilver) gebonden worden tot het zo genoemde nigredo. Alleen goud blijft ongebonden. Vervolgens wordt het goud in kwik opgelost en afgegoten. Veelal is hierbij sprake van een rood poeder, het rubedo (vermoedelijk kwikoxide). Uitstoken leidt vervolgens tot een residu van goud en tot de gevaarlijke kwikdamp.

Het succes van enkelingen zal helaas voor vele anderen een bedrieglijke stimulans zijn geweest. Tot de geruchtenvorming moet hebben bijgedragen dat allerlei charlatans en sekteleiders de alchemistische transmutatie hebben toegepast om hun eigen aanzien op te vijzelen. In de archieven van menige sekte vindt men daar tot in onze tijd de misleidende verslagen van.

    • Dr. J.M. Vogels