Gemeentelijke armslag

DE NEDERLANDSE GEMEENTEN zitten met gouden koorden vast aan het rijk. Dat is minder mooi dan het lijkt: “De gouden koorden zijn een dwangbuis geworden”, is de klacht van het lokale bestuur. Dit is voor 90 procent van zijn inkomsten afhankelijk van het nationale bestuur terwijl het woud van specifieke regelingen en uitkeringen met de daarbij behorende regulering een bron van betutteling - en ergernis - is. De Wetenschappelijke raad voor het regeringsbeleid (WRR) heeft er al eens op gewezen dat dit verder gaat dan in menig ander Europees land.

De specifieke uitkeringen worden nu gebundeld om de gemeenten wat meer keuzevrijheid te geven, maar een behoorlijk financieel draagvlak voor het lokale bestuur is volgens de WRR pas mogelijk bij een eigen belastinggebied van 20 tot 25 procent. Zonder financiële herverkaveling blijft de herindeling van het binnenlandse bestuur - de regionalisering - een ijdele exercitie. Het rapport Belastingen Omlaag dat deze week uitkwam en waarin de Commissie-De Kam voorstellen doet voor uitbreiding van de eigen inkomstenbronnen van de lagere overheden, valt niet los te zien van de regiovorming. Want verruiming van de eigen middelen verscherpt de tegenstellingen tussen centrale en randgemeenten en vergroot de noodzaak deze bestuurlijk te overkoepelen.

De bepleite verruiming vormt in de eerste plaats een appel aan de lokale democratie. De lokale kiezer krijgt meer te zeggen over de gemeentelijke kosten-batenafweging en dat vormt een aantrekkelijk aspect van de aanbevelingen. Het is wel oppassen dat wat men lokaal aan zeggenschap binnenhaalt, niet regionaal de deur uit gaat.

Net zo belangrijk als democratische controle is overigens de belofte dat de herverkaveling budgettair neutraal zal zijn en, beter nog, tot lastenverlaging leidt. Het is de bedoeling dat de nieuwe heffingen in mindering worden gebracht op de uitkering van het rijk aan gemeenten en provincies, zodat het rijk de nationale belastingtarieven naar rato kan verlagen.

HIER PAST enige scepsis, alleen al door de zuigkracht die op vrijkomende middelen uitgaat voor andere nuttig geachte doelen. De ervaring met de decentralisatie-impuls tot dusver leert dat het rijk beter is in het doorgeven van taken en lasten dan van baten. Het plan-De Kam werkt alleen wanneer gemeentelijke belastingen direct aftrekbaar worden van de rijksbelastingen.