Differentiatie premie vooral interessant voor werkgevers

ROTTERDAM, 3 SEPT. De differentiatie van de ziektewetpremie die in januari wordt ingevoerd maakt het voor de meeste bedrijven financieel aantrekkelijker het ziekteverzuim in te tomen. Dit komt doordat de premie na die datum niet langer mag worden berekend na omslag van de ziektewetkosten over de bij dezelfde bedrijfsvereniging aangesloten bedrijven, maar moet worden gerelateerd aan het ziekteverzuim in de afzonderlijke bedrijven.

Bij het Gemeenschappelijk Administratiekantoor (GAK) opteren de dertien aangesloten bedrijfsverenigingen volgens de woordvoerder voor de invoering van drie premieklassen, met respectievelijk een laag, gemiddeld en hoog tarief. Binnen een bepaalde bedrijfstak wordt dan eerst het gemiddelde ziekteverzuim met berekend. Vervolgens wordt daaromheen een bepaalde marge gekozen, waarna voor alle bedrijven die daarbinnen vallen een bijbehorend (kostendekkend) premiepercentage wordt bepaald. Voor alle bedrijven die een hoger/lager verzuim hebben wordt een (eveneens kostendekkende) hogere/lagere premie becijferd.

Tachtig procent van de werknemers valt wat de ziektewet betreft onder het zogenoemde omslagstelsel. Het merendeel (70 procent) werkt in bedrijven die via hun bedrijfsverenigingen zijn aangesloten bij het GAK; de rest is werkzaam in sectoren met een zelfstanige bedrijfsvereniging, zoals het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) en de Detam (Detailhandel, ambachten en huisvrouwen). De andere twintig procent van de werknemers werkt bij bedrijven die de ziektewetkosten niet via een bedrijfsvereniging omslaan, maar voor eigen rekening nemen (en het risico eventueel zelf met een particuliere verzekeringsmaatschappij hebben afgedekt). Dit betreft over het algemeen de wat grotere ondernemingen. Zij hebben doorgaans een lager verzuimpercentage, mede doordat zij als "eigen risicodrager' al een financiële prikkel kenden om het ziekteverzuim binnen de perken te houden.

De nieuwe systematiek die het GAK voor ogen staat heeft vooral gevolgen voor de werkgevers, omdat zij het leeuwedeel van de ziektewetpremie voor hun rekening nemen. Maar ook de werknemers zullen er na januari iets van kunnen merken. Momenteel betalen zij doorgaans het wettelijk vastgestelde maximum, te weten 1 procent ziektewetpremie. In het nieuwe systeem wordt het mogelijk dat werknemers in bedrijven met een relatief hoog verzuim méér premie betalen, terwijl werknemers in bedrijven met een verhoudingsgewijs laag verzuim minder premie gaan betalen. De beslissing daarover is aan het bestuur van de bedrijfsverenigingen, waarin werkgevers en werknemers zitten. Omdat dezelfde partijen ook onderhandelen over de collectieve arbeidsovereenkomsten in de bedrijfstakken kan de premiedifferentatie "doorwerken' naar het CAO-overleg. Denkbaar is dat daaruit voor werknemers in branches met een laag ziekteverzuim per saldo meer loonsverhoging rolt dan voor werknemers in branches met een hoog verzuim, ook al vallen ze onder dezelfde bedrijfstak-CAO.

Overigens is het ook nu al zo dat enkele bedrijfsverenigingen bij de bepaling van de ziektewetpremie onderscheid maken al naar gelang de hoogte van het ziekteverzuim. Zo werkt de Bedrijfsvereniging voor de haven- en aanverwante bedrijven, binnenscheepvaart en visserij nu al met vijf verschillende premies: voor kantoorpersoneel (2,1 procent), overig personeel (6,55), werknemers van scheepsonderhoudbedrijven (8,20), werknemers in de binnenscheepvaart (5,70) en werknemers in de visserij (8,40). Na januari moet deze bedrijfsvereniging de ziektewetpremie binnen deze categorieën verder differentiëren, bijvoorbeeld in bedrijven met een laag, gemiddeld, danwel hoog verzuim.