Dierenvoedsel

Het artikel "Vluchtelingenrantsoen vaak veel slechter dan dierenvoedsel' (W&O 20 aug.) heeft, naast de beelden van voedselhulp op de TV mij sterk aangesproken. Het vergelijken van voedsel voor mens en dier is een beladen zaak en niet verstandig.

De kern van het artikel is echter wel belangrijk: wij kunnen het beter doen bij het geven van voedselhulp. Het is voor de voedingsindustrie mogelijk om volledig uitgebalanceerd voedsel te maken voor mensen, bijvoorbeeld als koeken waarbij bijvoeding met groenten, fruit en vis niet noodzakelijk is. Hierbij kan er ook nog onderscheid gemaakt worden tussen voedsel voor volwassenen en opgroeiende kinderen.

Dit voedsel, samengesteld en geproduceerd in de gendustrialiseerde wereld, heeft naast zijn betere kwaliteit gigantische nevenvoordelen. De voedingsindustrie kan een produkt maken dat direct eetbaar is, waardoor potten, pannen, borden etc. niet nodig zijn. Brandstof in de vorm van - het schaarse - hout kan ongebruikt blijven. De logistieke problematiek van de gelijkmatige verdeling van de ingrediënten graan, bonen, olie en suiker wordt verschoven van het probleemgebied naar de donorlanden, welke hiervoor uitstekend zijn geëquipeerd.

Het zou een uitstekende zaak zijn als voedselhulp en voedingsindustrie elkaar opzochten en de problematiek integraal van grondstof tot mens zou worden aangepakt. Nederland zou het voortouw daarbij moeten en kunnen nemen.