Compromis nabij tussen handel en optiebeurs

ROTTERDAM, 3 SEPT. De handelaren op de Amsterdams EOE-Optiebeurs (European Options Exchange), verenigd binnen de Kommissie van Goede Diensten, vinden dat de beursvloer als centrale marktplaats gehandhaafd moet blijven. In de discussie over de invoering van beeldschermenhandel op de Optiebeurs hebben zij echter gezegd zich echter niet te willen verzetten tegen een plan voor verdere automatisering van de handel.

De handelaren reageerden december vorig jaar verbolgen op plan van Tj. Westerterp, algemeen directeur van de Optiebeurs, om de centrale beursvloer af te schaffen en de handel volledig te automatiseren. Volgens de handelaren zou deze wijziging honderden arbeidsplaatsen kosten. Het zijn vooral de grote marktpartijen (banken, beleggingsfondsen en verzekeraars) die voor de invoering van schermenhandel zijn. Zij denken dat handel via beeldschermen een stuk goedkoper is.

De handel op de beursvloer moet volgens de Kommissie van Goede Diensten blijven omdat dit zogeheten open outcry-systeem erg doorzichtig is en de mogelijkheid biedt bij calamiteiten grote volumes te verhandelen waarbij sprake is van optimale prijsvorming en eerlijke concurrentie.

De commissie van de handelaren stelt voor dat de orders elektronisch worden aangeleverd, maar dat vervolgens de handelaar op de vloer, de floorbroker, de beslissing neemt of deze order verder elektronisch of via het open outcry-systeem wordt afgewikkeld.

Nu de handelaren niet langer de mogelijkheid om ook via het beeldscherm te handelen tegenhouden, is het mogelijk dat het beursbestuur en de handelaren het eens worden over de te volgen koers. Vandaag vergadert het bestuur over over deze kwestie.