Columbus-rumoer

Christopher Columbus: The Discovery. Regie: John Glen. Met: George Corraface, Marlon Brando, Tom Selleck, Rachel Ward. In: 7 theaters.

Het jubileumjaar van de ontdekking van Amerika schrijdt weldra ten einde. De eerste van twee grote Columbus-films wordt nu overal ter wereld snel in de bioscoop gebracht. Natuurlijk wilde het vader-zoonduo Alexander en Ilya Salkind (dezelfde producenten die ons Superman en de flop Santa Claus schonken) met hun produktie Christopher Columbus: The Discovery de concurrentie te snel af zijn. Bovendien zou de tweede Columbusfilm, de door Ridley Scott geregisseerde produktie 1492 met Gérard Depardieu als Columbus, wel eens van veel beter allooi kunnen zijn. Nog voordat de mondreclame en de recensies hun vernietigende werk hebben kunnen doen, moet het houterige, soms ridicule spektakel van de Salkinds een deel van de gigantische investering hebben teruggespeeld. Het ziet er naar uit dat de geschiedenis van vorige zomer zich herhaalt, toen de Robin Hood-film met Kevin Costner snel de iets eerder uitgekomen, totaal mislukte andere Robin Hood-film deed vergeten.

De produktie van Christopher Columbus: The Discovery was al met veel schandaal omgeven. Op het laatste moment verving de onbekende Grieks-Italiaans-Franse acteur George Corraface Timothy Dalton in de rol van Columbus en ook John Glen, de vaste regisseur van de James Bond-serie, moest op het laatste moment aantreden. Er waren nogal wat grote namen bij betrokken: Mario Puzo (The Godfather) schreef samen met John Briley (Gandhi) het scenario, voor kleine bijrollen werden grote acteurs gecontracteerd. In verhouding tot de plaats en de omvang van hun naam op de credits, om over het honorarium nog maar te zwijgen, hebben Tom Selleck als koning Ferdinand en Rachel Ward als koningin Isabella wel erg weinig te doen in beeld. De kroon spant Marlon Brando, die als de Columbus uiteindelijk welgezinde grootinquisiteur Torqueimada, feitelijk weinig meer levert dan edelfiguratie. Brando nam de rol aan, omdat hij zo invloed kon uitoefenen op de manier waarop de indianen geportretteerd zouden worden. Toen naar zijn mening de eindmontage toch weer beantwoordde aan de clichés over bloeddorstige wilden, deed hij vergeefse pogingen zijn naam van de titels te laten halen. Ongeveer op datzelfde moment vroegen verschillende schuldeisers het faillissement aan van de producenten, hetgeen afgewend kon worden door een snelle levering van de filmkopie aan de Amerikaanse distributeur, die op dat moment wel een voorschot wilde verstrekken.

Het rumoer rond de film zal een grotere plaats in de filmgeschiedenis opeisen dan hetgeen op het scherm verschijnt. De haast is af te zien aan de mechanische afwikkeling van de overbekende gemeenplaatsen over de Genuese ontdekkingsreiziger. Zelfs zijn ei ontbreekt niet, in een scène die op een verplicht nummer lijkt, zoals de hele geschiedenis voorafgaand aan het uitvaren. Op zee, en vooral na de landing op de Bahama's, waar de indianen - wat Brando ook moge beweren - eerder op nobele wilden dan op gevaarlijke primitieven lijken, komt de film af en toe even tot leven. Met name de eerste slok alcohol van het indianenopperhoofd, die in ruil de Europeanen hun eerste, door de neus geinhaleerde tabak offreert, zorgt voor een scène, die historisch belang lijkt te weerspiegelen. Maar de terugreis - die in 1492 de meeste aandacht belooft te krijgen - wordt dan weer afgeraffeld, met een opvallend oninteressante verbeelding van Columbus' triomf bij zijn thuiskomst. Dit is aan windhandel grenzende filmmakerij die zelfs qua ondernemingslust geen enkele bewondering meer verdient.