Broekriem wordt verder aangehaald

De Spaanse centrale bank staat sinds eind juli onder leiding van prof. Luis Angel Rojo, een vroegere leermeester van de minister-president. Nog voor het nieuwe schooljaar begonnen is, heeft hij zijn eerste waarschuwingsrapport uitgedeeld. Het oordeel: “Zwak, zonder veel uitzicht op een snelle verbetering”.

Het BNP groeit dit jaar niet met de verhoopte 3, niet met de bijgestelde 2,5, maar eerder met slechts 1,5 procent. Vorig jaar was dat nog 2,4 procent en in de boom-jaren 1987 en 1988 meer dan 5. Over de hele linie wordt er in Spanje minder geïnvesteerd en geproduceerd. Vooral de bouwsector laat een schokkende daling van activiteit zien. Dat was ook wel te verwachten: kantoren zijn er inmiddels genoeg, de hogesnelheidstrein ligt er, de Expo kan al bijna weer worden afgebroken en de infrastructuur van Barcelona is gereed voor de volgende eeuw.

Toch is een geschatte omzetdaling van 8 procent dit jaar wel erg veel voor een groot land. Aannemers denken dat het volgend jaar nog veel erger wordt. De overheid heeft aangekondigd dat, na de tussentijdse bezuinigingen van dit voorjaar, in 1993 de broekriem pas goed aangehaald wordt. Om met name in de wegenbouw en de telecommunicatie toch te kunnen blijven investeren, was de hoop gevestigd op de EG-cohesie-fondsen. Maar de kans dat deze subsidies er spoedig en in een behoorlijke omvang komen was al klein en wordt al maar kleiner met het groeien van de kans op een Frans "nee'.

Uit opiniepeilingen blijkt dat de man in de straat pessimistisch is over de nabije toekomst. Dat heeft hem spaarzamer en voorzichtiger gemaakt. Nog sterker dan elders werkt dit gedrag in Spanje als een self fulfilling prophecy. Eén van de fundamentele zwaktes van de Spaanse economie is immers dat de snelle groei van de laatste jaren vooral door een grote binnenlandse consumptie werd veroorzaakt. In de eerste maanden van dit jaar bleef de binnenlandse vraag nog redelijk op peil door forse autoverkopen, maar die waren vooral te danken aan de lang verwachte verlaging van het hoogste BTW-tarief per 1 januari. Vanaf april wordt er minder besteed, vooral aan luxe-goederen. Consumenten betalen eerst hun schulden af.

Dat de auto-industrie voorlopig toch nog één van de meer stabiele pijlers onder de nationale huishouding blijft, is voornamelijk aan de Duitse eenwording te danken. Spanje bleek daardoor vorig jaar opeens de grootste auto-exporteur van Europa te zijn geworden. Dat wonder zal zich dit jaar niet herhalen - en in vrijwel alle andere exportsectoren ziet het er nog somberder uit. In de eerste zes maanden nam het tekort op de lopende rekening met meer dan 40 procent toe.

Als belangrijkste middel ter verbetering van de concurrentiepositie schrijft de Centrale Bank een loonmatiging voor, zoals trouwens ook de bewindsman van financiën en economische zaken al zeker een jaar doet. De loonstijging in het eerste halfjaar was echter nog gemiddeld 7,6 procent en het feit dat ook de per 15 juli afgesloten nieuwe arbeidsovereenkomsten met 7,1 procent omhoog gaan wijst nog niet bepaald op veel enthousiasme voor het soberheidsrecept.

De gevolgen zijn te merken. In de dienstensector zorgen loonstijgingen direct voor hogere tarieven. In andere takken van bedrijvigheid wordt bezuinigd op investeringen en omvang van het personeel. Dat de traditioneel dure vakantiemaand juli voor het eerst sinds 21 jaar geen omhoogschietende levensmiddelenprijzen te zien heeft gegeven, wordt dan ook door economen niet als een mooie meevaller, maar vooral als een bewijs van stagnatie gezien.

Iets dergelijks geldt ook voor de werkloosheidscijfers. Volgens het arbeidsbureau is het aantal werklozen gedaald tot 14,1 procent van de beroepsbevolking. Maar de maandelijkse enquête, die algemeen betrouwbaarder wordt geacht, wijst op een percentage van 17,7 en een structureel verlies van 280.000 arbeidsplaatsen tussen juni 1991 en juni 1992.

De overheid baseert haar economisch beleid tot nu toe vooral op een hoge rente (tegen de inflatie), belastingverhoging en pogingen om de eigen uitgaven te beperken. Dat beleid wordt volgens de jongste enquêtes door zeker 55 procent van de bevolking afgekeurd. Zowel werknemers als werkgevers hebben om stimulerende maatregelen gevraagd. Het enige wat minister Solchaga tot dusver heeft weten te bedenken is een versnelde privatisering van grote overheidsmonopolies zoals Repsol (olie), Telefonica, Tabacalera en de bank Argentaria. De staatskas wordt daardoor weliswaar gespekt, maar voor de werkgelegenheid zal het een nieuwe slag betekenen. Solchaga is inmiddels één van de impopulairste mannen van Spanje.

Premier Gonzalez kon tot dusver zijn minister onvoorwaardelijk steunen, omdat zijn partij over precies de helft van het aantal zetels in het Huis van Afgevaardigden beschikt en mocht rekenen op steun van de Catalaanse en Baskische nationalisten. Maar ook deze conservatieve politici twijfelen langzamerhand aan de juistheid van de regeringsbeslissingen. Jordi Pujol, de president van Catalonië, ging onlangs tekeer tegen de belastingverhogingen die het ondernemers extra moeilijk maken om zich uit de crisis te komen, en hij pleitte net als het verbond van ondernemers en de vakbonden, voor een waardevermindering van de peseta. Binnen de regeringspartij is het de linkervleugel die druk uitoefent om niet al te veel te bezuinigen.

De premier liet vrijdag weten dat hij onverminderd vasthoudt aan een sterke munt en daarin wordt hij gesteund door de bewindvoerder van de centrale bank. Rojo meent dat devaluatie slechts uitstel van structurele verbeteringen betekent en bovendien het vertrouwen van buitenlandse investeerders ondermijnt. Gonzalez is vooral bang dat daardoor de inflatie wordt aangejaagd en dat maakt Spanjes vroege intree in de economische en monetaire unie, waaraan hij zijn politieke prestige heeft verbonden, vrijwel onmogelijk.

Zal Gonzalez voet bij stuk houden? Of rolt dit najaar het hoofd van Carlos Solchaga? Dat hangt vooral van de Fransen af. Zeggen zij "nee' tegen Maastricht, dan vervalt in Madrid de acute noodzaak voor monetaire en budgettaire discipline en gaat de minister-president eerst eens aan de nabije politieke toekomst denken. Volgend jaar zijn er parlementsverkiezingen.