Amsterdam saneert uitgaven vooral op rekening deelraden

AMSTERDAM, 3 SEPT. Amsterdam presenteerde deze week een financieel mirakel: na tien jaar van nijver bezuinigen en stringent kasbeheer kon de hoofdstad voor volgend jaar een sluitende gemeentebegroting presenteren. In een periode dat Utrecht onder curatele staat en Den Haag kampt met een lege gemeentekas, ontdoet de hoofdstad zich hiermee van het hardnekkige imago van slordigheid en spilzucht.

Wethouder van financiën Frank de Grave (VVD) sloeg optimaal munt uit de resultaten die mede onder zijn beheer tot stand zijn gekomen. De gemeentekas is inmiddels zo goed gesaneerd dat er 22 miljoen gulden vrijgemaakt kan worden voor lastenverlichting voor de inwoners. Daarvan profiteren vooral de minima: het grootste deel van het geld gaat zitten in het verminderen van het vastrecht voor gas en elektra.

Had Amsterdam zijn maatregelen niet doorgevoerd, dan hadden de burgers ten minste tien procent méér aan onroerend-goedbelasting, waterzuiveringsbijdragen, afvalstoffenheffing en andere lokale heffingen moeten betalen. Met het douceurtje blijft de lastenstijging beperkt tot minder dan zeven procent, ongeveer de helft van het landelijke gemiddelde.

De Grave benutte de gelegenheid om de Amsterdamse daadkracht er bij het kabinet eens goed in te wrijven. Terwijl in Den Haag wekenlang een verbeten gevecht woedde over 0,3 procent compensatie voor de minima (“vier gulden per maand”), bleek de hoofdstad in veel kortere tijd de laagstbetaalden een hoger bedrag aan lastencompensatie te kunnen bieden (zes gulden per maand), zo merkte de wethouder fijntjes op.

Het tromgeroffel richting Den Haag leidde de aandacht enigszins af van de hoofdzaak: het beheer van de overheidsfinanciën als politiek item. De financiële sanering van de hoofdstad ving reeds aan onder het bewind van De Grave's voorganger Walter Etty (PvdA). Omvangrijke bezuinigingen werden doorgevoerd, terwijl werd gestreefd naar een beter systeem van controle en budgetbeheersing onder de ambtenaren.

Alle goede voornemens ten spijt werd de hoofdstad nog met enige regelmaat opgezadeld met financiële missers die een rechtstreeks gevolg waren van slecht beheer. De meeste aandacht trok het Stopera-debâcle, dat Amsterdam naast een gedeukt imago opzadelde met een verlies van 90 miljoen. Maar ook binnen de gemeentelijke diensten liet het beheer nog vaak te wensen over. Zo moet het Gemeente Vervoerbedrijf het al jaren stellen zonder goedgekeurd jaarverslag. De inmiddels opgeheven Dienst openbare werken - waar de administratie, voor zover aanwezig, een rommeltje bleek te zijn - was dit jaar nog goed voor een tekort van 60 miljoen gulden.

Dat de Amsterdamse balans ondanks deze tegenvallers met ingang van volgend jaar geen negatieve posten meer bevat is ondermeer te danken aan een extra bezuinigingsoperatie van 190 miljoen gulden die vorig jaar door De Grave werd ingevoerd. Een aardige meevaller dit jaar bleek het vereveningsfonds, de omvangrijke reserves die mogelijke tegenvallers in de grondexploitatie moeten opvangen. Van de 800 miljoen gulden kon 300 miljoen zonder risico worden onttrokken. Een bedrag dat voor het grootste deel werd benut voor het afboeken van oude verliezen.

Cruciale rol in de sanering van de Amsterdamse financiën was de afgelopen jaren echter weggelegd voor de zestien stadsdelen die een belangrijk deel van het gemeentelijke takenpakket hebben overgenomen. De gemeente, die nog steeds financieel de touwtjes in handen heeft bij de verdeling van de gelden over de stadsdelen, benutte deze gelegenheid om stevig het mes te zetten in de budgetten. Op deze wijze werd een jaarlijkse besparing bereikt die volgens de schattingen ongeveer 90 miljoen gulden bedraagt.

De gedachte achter deze bezuinigingsoperatie was dat de gemeentelijke diensten na opsplitsing over de stadsdelen efficiënter en dus goedkoper konden functioneren. Hoe de zaken in de praktijk uitpakken is minder duidelijk. Hoewel de meeste deelraden pas twee jaar functioneren en de dienstverlening op een aantal punten verbeterd lijkt is er veel kritiek, ondermeer op het onderhoud van straten en gebouwen en het ophalen van het huisvuil.

Opmerkelijk is in dit verband de benutting van de financiële ruimte voor nieuw beleid, volgend jaar 36,5 miljoen gulden. Van dit bedrag wordt eenderde besteed aan directe lastenverlaging voor de inwoners van de hoofdstad. De rest zal worden besteed aan “intensivering van de sociale vernieuwing, de zorg voor de sociale veiligheid en het tegengaan van verloedering”.