Akoestiek nieuw Muziekcentrum voortreffelijk

Concert: Het Brabants Orkest o.l.v. Arpád Joó m.m.v. Jard van Nes (alt), Brabant Koor en Stedelijk Helmonds Concertkoor. Programma: G. Mahler: Derde symfonie. Gehoord: 2/9 Muziekcentrum Frits Philips. Herhalingen aldaar: 4, 6/9.

Het nieuwe Eindhovense muziekcentrum Frits Philips werd gisteravond in aanwezigheid van koningin Beatrix geopend met een uitvoering van de Derde symfonie van Gustav Mahler, gespeeld door Het Brabants Orkest, de voornaamste gebruiker van de fraaie nieuwe Grote Zaal. Naast de naamgever Frits Philips, wiens echtgenote het afgelopen weekeinde was overleden, waren ook aanwezig minister d'Ancona (WVC) en de vorige Eindhovense burgemeester Van Kemenade, tijdens wiens ambtsperiode werd besloten tot de bouw van het Muziekcentrum en het aangrenzende luxe winkelcentrum de Heuvelgalerie, ook gisteren geopend.

De nieuwe Eindhovense burgemeester Welschen, afgelopen vrijdag geïnstalleerd, prees in een toespraak het nieuwe complex in het hart van Eindhoven als een goed voorbeeld van samenwerking tussen overheid en particulier initiatief. Donateurs en sponsors hebben meer dan een kwart van de bouwkosten van het Muziekcentrum (66 miljoen) voor hun rekening genomen. Tussen Utrecht (met muziekcentrum Vredenburg) en Maastricht (met het dit jaar in gebruik genomen Theater aan het Vrijthof) staat er nu ook in Brabant voor het eerst een concertzaal van belang.

De keuze voor Mahlers Derde symfonie (1896) leek niet te stroken met de ingebruikneming van een nieuw muziekcentrum in een vernieuwd stadscentrum in een zo twintigste eeuwse stad als Eindhoven aan de vooravond van een nieuw millennium. Maar het groots en weids ruimtelijk uitwaaierende stuk met vocale partijen voor twee koren en soliste Jard van Nes, was wel buitengewoon geschikt voor het demonstreren van de naar eerste indrukken voortreffelijke akoestische kwaliteiten van de zaal. Het ziet ernaar uit dat de akoestisch adviseur prof. De Lange, emeritus hoogleraar bouwkunde aan de Eindhovense Technische Universiteit, in eigen stad een magnum opus heeft afgeleverd.

Vrijwel onhoorbaar roerloze pianissimi op de grote trom of in de bassen hadden toch nog présence, uitbundige tutti-passages en fortissimo-uitbarstingen werden moeiteloos verwerkt. De klank is tegelijkertijd helder en sonoor, zonder dat de akoestiek een bepaalde kleuring veroorzaakt. Ondanks die onopvallende neutraliteit en doorzichtigheid is de zaal niet kil en genadeloos objectief. De diverse klankkarakteristieken van de instrumenten worden uitstekend gemengd. Ook van zeer dichtbij - ik zat op een tevoren voor dit repertoire weinig ideaal lijkende plaats vrijwel naast het podium - klonk het orkest werkelijk als één geheel.

De uitvoering van Mahlers Derde symfonie onder leiding van Arpád Joó toonde aan dat er in ieder geval op zulk ambitieus gebied nog ruimte is voor de artistieke groei waarop de chef-dirigent van Het Brabants Orkest in de toekomst rekent. Aan bewonderenswaardige durf en onbekommerde flair ontbrak het dirigent en orkest zeker niet in dit bijna 100 minuten durende monumentale werk, ondanks de spanning van zo'n uitvoering voor dit publiek, rechtstreeks door de radio uitgezonden en bovendien tegelijkertijd een cd-opname.

Een directe vergelijking met topuitvoeringen van dit repertoire is niet op zijn plaats: daarvoor waren er te veel oneffenheden en balansproblemen, te weinig raffinement en ontbrak het bij Joó aan een diepgravende visie en een beheersing van de dramatiek van de stilte. Maar allengs, met de fraai geblazen verre trompetsoli - klinkend van buiten de zaal - en zeker nadat Jard van Nes in een zeer gedragen tempo Zarathustra's Mitternachtlied had gezongen, won de uitvoering in de slotdelen sterk aan intensiteit. Daarna begon een groot feest in foyers en winkelcentrum.