VS op weg naar isolationisme

De Amerikaanse verkiezingen kunnen zich zo ontwikkelen dat een stem voor president Bush isolationisme dichterbij brengt. Een president die alleen in het buitenland succes heeft, krijgt ruzie met zijn eigen burgers. Amerika heeft te weinig vrede met zichzelf om een effectief buitenlands beleid te voeren. Een Amerikaan die misschien zijn huis moet verkopen om zijn ziekenhuisrekening te betalen, ziet buitenlandse politiek als een luxe. Amerika heeft zelf een deel van de Derde wereld geabsorbeerd. Het aantal tieners dat jaarlijks sneuvelt in de met automatische wapens gevoerde oorlog in Amerikaanse binnensteden overtreft de aantallen slachtoffers in de burgeroorlog in Nagorny Karabach. Waarom zou Amerika zich druk maken over Oosteuropese vluchtelingen? De Westeuropeanen zijn ook niet bezorgd over de latino's die de Rio Grande oversteken.

De slachtoffers van de orkaan in Zuid-Florida vergeleken meteen de hulp aan hen met die aan het buitenland: “Ze zijn wel meteen in Bosnië, maar in Florida laten ze op zich wachten”, klaagden ze. In Florida moest men drie dagen wachten voor de humanitaire hulp van het Pentagon op gang kwam. Het betekent dat West-Europa voorlopig niet op het kompas van Amerikaans leiderschap kan varen.

Isolationisme is zeker niet de voorkeur van de president zelf. Hij leeft zelfs op als er internationale vraagstukken op zijn bureau komen. Na de Koude Oorlog lijkt de Amerikaanse mondiale betrokkenheid niet verminderd. Amerikaanse militairen vliegen boven Bosnië, Irak, en Somalië voor humanitaire hulp aan of bescherming van burgers ter plekke. Als het boven Irak tot een treffen komt, zou Bush in de opiniepeilingen zelfs tijdelijk van het aan een internationaal conflict verbonden leiderschapsimago kunnen profiteren.

In Washington onderhandelen Israeliërs en Arabieren over een vredesregeling. De Democratische tegenkandidaat van de president vuurt deze verrichtingen aan. Amerika sloot vorige maand een vrijhandelsverdrag met Mexico en Canada. “Er zijn nog wolven in het bos”, waarschuwde president Bush tijdens zijn toespraak voor de Republikeinse conventie.

Maar onder kiezers broeit bitterheid over alle internationale verrichtingen. In het beste geval is er geen belangstelling. De vredesonderhandelingen met Israel verwekken gegeeuw. In zijn aanvaardingstoespraak voor de Democratische conventie in New York had Clinton slechts een paar zinnen gewijd aan buitenlandse politiek. Bush, de "te vertrouwen' kandidaat, had daar veel kritiek op. Maar ook hij heeft moeten erkennen dat binnenlands beleid vóór gaat.

De voorgangers van Bush hoefden niet te kiezen. Voor hen was het geen kanonnen of boter maar kanonnen en boter, want Amerika was rijk. De dollar was de centrale ruileenheid. Toen Nixon zijn buitenlandse inspanningen niet meer kon betalen, liet hij het buitenland (houders van dollars) bijpassen door de gouden standaard te verlaten. Ronald Reagan liet de rekening voor de enorme defensie-inspanningen tegen de Sovjet-Unie gewoon onbetaald liggen, een goede Amerikaanse gewoonte. Bush en misschien Clinton moeten de schulden aflossen maar vermijden het onderwerp. Conservatieven denken dat alles weer net zo goedkoop kan worden als vroeger en progressieven zien de enorme overheidstaken in onderwijs, infrastructuur en armoedebestijding.

Vóór de oorlog in Irak zakte Bush al in de opiniepeilingen, omdat hij geen oplossingen had voor de problemen. De Golfoorlog gaf hem een jaar respijt maar daarna ging de populariteitsdaling verder.

Bush heeft er verstandig aan gedaan zijn vriend, minister van buitenlandse zaken, James Baker, naar het Witte Huis over te plaatsen. Ook internationalisten moeten hopen dat Amerika zijn eigen huishouden op orde brengt. En op dat punt wekt Clinton meer vertrouwen dan Bush. De wolven in het bos zijn niet meer de Irakezen of de Serviërs, maar de loonsverlagingen, ontslagen of de dreiging dat een revolverheld na het lossen van een paar schoten op het hoofd van de chauffeur de auto kaapt. De onzekerheid van veel Amerikanen is onvoorstelbaar voor bewoners van het Westeuropese verzorgingsparadijs. Zelfs in het welgestelde, Zuidcalifornische Orange County, voormalig Republikeins bolwerk, is een meerderheid voor Bush niet zeker.

Het buitenland ligt ver weg. De noodlottige reis van Bush naar Tokio, begin dit jaar, liet de prioriteiten zien. Strategische besprekingen maakten plaats voor gehakketak over importen van auto's en onderdelen. De bevrijding van Koeweit heeft het Pentagon nog niet over zijn Vietnam-syndroom heen geholpen. Bij elk nieuw conflict leggen de generaals uit waarom ingrijpen te riskant is. Toch is het belangrijke verschil met Vietnam dat er nu geen grootmachten meer aan de andere kant klaar staan met wapens en hulp.

De plaatsvervangend minister van buitenlandse zaken, Lawrence Eagleburger, begrijpt zijn rol als zaakwaarnemer. Bij de onderhandelingen in Londen over de burgeroorlog in Bosnië stuurde hij aan op aanvaarding van de status quo, want hij erkent de realiteit van Westerse militaire passiviteit.

In het begin van het conflict hielp Bush de Serviërs in Belgrado met de door hun gedomineerde federale troepen door lang vast te houden aan de oude grenzen van Joegoslavië. Vorige week nam een Joegoslavië-specialist ontslag bij het ministerie van buitenlandse zaken uit protest tegen de Amerikaanse appeasement tegenover Servië. Topambtenaar George Kenney vond dat Bush wapens kan zenden aan Bosniërs, luchtsteun kan verlenen en wapens uit Montenegro kan onderscheppen. Maar het gebeurt niet, “want het zou niet tot het resultaat leiden dat de regering wil: een snelle, duidelijke overwinning met het daarop volgende politieke succes”. De Amerikaanse luchtbescherming in Zuid-Irak zou misschien wel een dergelijke overwinning opleveren en vandaar dat Bush het enthousiast steunt.

Clinton zou waarschijnlijk geen beter buitenlands beleid voeren dan Bush. Maar meer Republikeinse, binnenlandse passiviteit zal van navelstaren een nationale bezigheid maken. President Bush heeft het klassieke Republikeinse laissez faire-instinct.

Volgens het programma van Bush zal warme economische groei, aangeblazen door belastingverlagingen en internationale handelsovereenkomsten, alle problemen doen wegsmelten. Clinton weet dat er meer nodig is. Zijn opvattingen over buitenlandse politiek zijn bijna identiek aan die van Bush, maar hij mist ervaring. De kalme bedrevenheid, waarmee Bush het einde van de Koude Oorlog heeft begeleid, kwam goed van pas. Bush is geen "visionair' maar Europa had het aanzienlijk slechter kunnen treffen. Nu zit het belangrijke verschil in de binnenlandse kant van het buitenlandse beleid en daar is wel visie nodig.