Partijvoorzitter irriteert fractie CDA

DEN HAAG, 2 SEPT. In de CDA-fractie is gisteren geïrriteerd gereageerd op de uitspraak van partijvoorzitter W. van Velzen dat het CDA “geen christelijke partij” meer is. In de fractievergadering - die hij formeel als partijvoorzitter bijwoont - gaf hij op eigen verzoek nadere uitleg. Diverse CDA-Kamerleden bleven de uitspraak echter “ongelukkig” en “ongepast” vinden.

“Het CDA is een partij "geïnspireerd door...'. Daar mogen wij op worden aangesproken”, zo stelde Van Velzen onlangs in een gesprek met een aantal regionale bladen. “Maar het CDA is geen christelijke partij. Het is een volkspartij die zich richt op de hele samenleving, niet alleen op christenen. Het is wél een christen-democratische partij”.

“Dat is nu typisch voor Van Velzen”, aldus een CDA-Kamerlid. “Hij komt met zulke opmerkingen op de meest ongelukkige momenten”. Sommige CDA-Kamerleden lieten niet na erop te wijzen dat hun partijvoorzitter een slecht gevoel voor timing heeft. Het CDA is net bezig de schok te verwerken die ontstond door de "affaire-Ramlal'. Het nieuwe Kamerlid van het CDA, de hindoe D. Ramlal, kwam onlangs in opspraak omdat hij tien jaar geleden als directeur van de Stichting Opvang Hulpverlening Drugsverslaafden (SOHD) geld zou hebben aangenomen voor snoepreisjes naar het buitenland. Ramlal heeft de beschuldiging ontkend.

Door de affaire-Ramlal is bij delen van de CDA-achterban een discussie ontstaan over de vraag of een hindoe of islamiet namens het CDA Kamerlid kan zijn. Ramlal - die in de CDA-fractie H. Schartman opvolgde - zou een toonbeeld moeten worden voor de manier waarop het CDA “Nederlanders uit de etnische minderheid” in zijn gelederen integreert. Voorlopig moet Ramlal zich echter in de Kamerbankjes een "low profile' aanmeten.

De uitspraak van Van Velzen viel des te meer slecht bij de CDA-fractie omdat de partijvoorzitter niet populair is bij de Kamerleden. Van Velzen houdt regelmatig een krachtig pleidooi voor de "drie termijnen-grens' volgens welke CDA-Kamerleden na drie termijnen moeten opstappen. Als de regel van kracht zou worden, zouden circa vijftien CDA-Kamerleden bij de volgende verkiezingen uit het parlement moeten verdwijnen.

De directe steen des aanstoots was voor CDA-Kamerleden de manier waarop van Velzen de "C' van het CDA relativeerde. Volgens de "rekkelijke' interpretatie van de CDA-partijvoorzitter zouden ook islamieten of hindoe's tot het CDA kunnen toetreden en functies vervullen binnen de partij. De voormalige CDA-senator prof. I.A. Diepenhorst keerde zich vorige week echter tegen die opvatting en keurde hun “aanwijzing tot volksvertegenwoordigers met beslistheid af”.

Van Velzen zei gisteren in de fractie dat zijn uitleg in de regionale pers“niet voldoende uit de verf was gekomen”. In zijn nadere toelichting wees hij erop dat het CDA “geen christelijke partij in enge zin is en dat het gaat om de uitgangspunten”. Getuigenispartijen zoals het SGP, GPV en het RPF zijn volgens hem “christelijk in enge zin”. Het CDA omschrijft hij als een brede volkspartij die handelt op basis van “de inspiratie uit de Heilige Schrift”. Het CDA wil deze inspiratie vertalen in uitgangspunten maar ziet de bijbel niet “als een politieke encyclopedie”. Voor Van Velzen was daarmee “de kous af”.

Maar diverse Kamerleden bleven de uitspraak “ongelukkig” vinden omdat ze werd gedaan in de schaduw van de affaire-Ramlal. Zij vrezen dat het debat over een nieuw CDA-program van uitgangspunten zich door de uitspraak van Van Velzen vernauwt tot de vraag welke functies islamieten en hindoe's in het CDA mogen vervullen.