Oratorium gekruid met ruige volkszang

Holland Festival Oude Muziek. Concerten door Nelly van Ree-Bernard (clavichord), Hannelore Devaere (harp) en Lex Eisenhardt (vihuela) met Spaanse muziek, Montserrat Figueras (sopraan) met liederen van Sor en Mozart, Medieval Strings met muziek op de Camino de Santiago, Hespèrion XX met muziek uit de Spaanse gouden eeuw en Cappella Musicale di San Petronio o.l.v. Sergio Vartolo met Sardijnse en Corsicaanse polyfonie en Perti's Gesù al Sepolcro. Gehoord 31/8 en 1/9 op diverse plaatsen te Utrecht.

Regisseur Sergio Vartolo is van mening dat de barokke kerkarchitectuur, uitgesproken theatraal, ons een vrijbrief geeft om de 17e- en 18e-eeuwse kerkmuzIek in scène te zetten. De katholieke eucharistieviering bij voorbeeld is op zichzelf reeds bloemrijk theater. Vartolo verwerkte commedia dell' arte-figuren zelfs in niet-scènische werken van Vivaldi en Domenico Scarlatti.

Op het Holland Festival Oude Muziek bood Vartolo's enscenering van Perti's oratorium Gesù al Sepolcro (1707) de nodige discussiestof. Eigenlijk niet eens zozeer vanwege de volkomen verantwoorde scènische presentatie zelf - een reeks tableaux-vivants in het schemerdonker, want de regisseur had zich kennelijk het liefst beperkt tot kaarslicht - maar vanwege de interjecties met Sardijnse en Corsicaanse paaszangen in een ruige volkspolyfonie. Die was nog het best te vergelijken met de geëxalteerd-bizarre en nog wat uitgewerkter meerstemmigheid in de volksmuziek uit Georgië, nasaal-kruidig als ruige pijpen en doedelzakken, scherp en sterk, eigenlijk minder geschikt als muziek voor in de kerk, maar meer functioneel in processies daarbuiten, schallend over bergen en dalen, één met de natuur.

Door deze vermenging ontstond een soort van dialectiek in vroomheid: de gemeende en zeer directe beleving van de eilandbewoners, sober en onversierd, tegenover de zeer elegante en met veel franjes opgesmukte muziek van de Bolognese componist Giacomo Antonio Perti, die meer dan 60 jaar als kapelmeester was verbonden aan de San Petronio. Perti leefde van 1656 tot 1751! Gedurfd waren de overgangen van beide fel vloekende genres, waarbij in de visualisering kennelijk het werk van Giovanni Lorenzo Bernini (1598-1680) als uitgangspunt diende. Bernini wist een ongeëvenaarde eenheid te bereiken tussen sculptuur en architectuur in een geraffineerde afstemming op het dramatische gebeuren rond het altaar.

Ik moest ook sterk denken aan Bernini's groep Extase van de Heilige Teresia in de bijkans erotische natuurgetrouwheid: Bernini blonk uit in ingewikkelde houdingen. In Vartolo's enscenering dinsdagnacht in de akoestisch verbeterde Augustinuskerk was sprake van een sober spel van kruisiging, afname en graflegging, waarbij een realistische Christus in processie naar binnen werd gevoerd. Er schijnt ook in Bologna zo'n Christusfiguur gebruikt te zijn geweest als plastisch-scènisch element in de paasviering.

Helaas, Perti's muziek is veel minder sterk, hij was zeker geen muzikaal equivalent voor Bernini, en hij valt geheel weg in vergelijking met zijn voorganger Giovanni Colonna, die uitblonk in zeer expressief en intensief persoonlijke contrapunt, waarvan nog wel iets doorklinkt in Perti's slotensemble, ongetwijfeld het beste deel van het oratorium. Perti mist persoonlijkheid, zoals een Alessandro Stradella, van wie hij de ostinati-modellen overnam, maar dan niet zo spanningverwekkend geconcentreerd, want Perti is veel lyrischer.

Met professionele vocalisten is zo'n oratorium nog wel te redden, maar de Bolognese Cappella Musicale di San Petronio had een te amateuristische bezetting meegenomen, al viel de countertenor nog wel mee. In kracht en intensiteit verloor deze Perti-bezetting het zonder meer van de Sardijnse en Corsicaanse zangers.

Wat het orkest betreft, er werd sympathiek gemusiceerd en met grote inzet, helaas niet altijd gelijk. Misschien had Sergio Vartolo niet moeten dirigeren vanaf het clavecimbel.

Die professionaliteit en precisie waren in hoge mate aanwezig bij Hespèrion XX, de dinsdagavond ervoor in Muziekcentrum Vredenburg, waarin alle bekende Spaanse composities van Encina, Guerrero en andere meesters uit de Spaanse gouden eeuw aan bod kwamen: een feest der herkenning is ook mogelijk met muziek rond 1500. De stersopraan van het ensemble Montserrat Figueras liet zich maandag afzonderlijk horen in een recital met de rasmuzikale José Miguel Moreno, maar voor dit genre (Sor en Mozart) bood ze te weinig puur belcanto, de liederen klonken mij te kortademig uit elkaar getrokken en over-expressief, te weinig argeloos. Maar wat is natuurlijkheid? Eigenlijk betreft het niet zelden conventies die zo kunnen worden ingeruild voor andere.

Wat de muziek uit de middeleeuwen betreft: daar is het allemaal één grote zoektocht. De vedelspecialiste Margriet Tindemans, die uit het Ensemble Sequentia stapte en in de Verenigde Staten de Medieval Strings formeerde, trok er jaren voor uit om de essentie van het improviseren te onderzoeken. Oorspronkelijke instrumentale muziek uit de middeleeuwen betreft slechts een handjevol dansen, maar op deze manier kan men het repertoire natuurlijk uitbreiden. Eén ontwikkelingslijn in de uitvoeringspraktijk wordt steeds duidelijker: de instrumentale en vokale muziek uit middeleeuwen en vroege renaissance vormden veel meer eilanden apart, dan men tot voor kort heeft aangenomen. De samenwerking met het vrouwenkwartet Anonymous IV (genoemd naar een fameus manuscript van een Engelse student in Parijs) vond ik minder geslaagd. Anonymous IV klinkt vooral lieflijk, te vergelijken met Arvo Pärts vertaling van de middeleeuwse mystiek in hedendaagse klanken. De Medieval Strings daarentegen musiceren veel vitaler en krachtiger.

Tenslotte nog een ervaring in het kader van het harpthema van het festival waarop onder meer clavichordiste Nelly van Ree-Bernard net als Tindemans eigen variaties had verwerkt. Dit recital toonde minder nieuwe gezichtspunten in de uitvoeringspraktijk, maar de harpbouw scoort wel hoog: op dat punt zijn vorderingen geboekt in de vorm van ontdekkingen. En daar moet zo'n festival het natuurlijk van hebben, wil het niet vervallen in herhalingsoefeningen.