"Nederland is een maatschappelijk proefstation'

“Ik hou niet van het verkeer in Amsterdam”, zegt Christopher Wilson (40), chief-correspondent van Reuter-Nederland. “Het is hier een chaos. Dat hoort niet in zo'n kleine stad. Motoren rijden over de trottoirs, auto's over de tramrails... Het is echt een schandaal.” Hij wijst naar de Hobbemastraat, die loopt tussen zijn kantoor en het Rijksmuseum. “Twee maanden geleden werd hier recht tegenover een vrouw aangereden. Door een vrachtauto die de verkeerde kant op reed. Ze was meer dood dan levend. Ik werd daar razend om. Want het was zo onnodig. Het zou geweldig zijn als de auto's uit de binnenstad verdwenen. Goed voor de gebouwen, en voor de mensen. De stad is er vrijwel voor geschapen, met dat kleine charmante centrum.”

De Zuidafrikaan Chris Wilson is sinds juli 1990 in Nederland. Eerst werkte hij bij Associated Press in Johannesburg, na drie jaar stapte hij over naar concurrent Reuters. “Ons persbureau is intussen uitgegroeid tot het grootste ter wereld”, zegt hij. Wilson geeft op de Nederlandse afdeling van het Engelse persbureau - met bijkantoren in Rotterdam en Den Haag - leiding aan dertien redacteuren. “We zijn hier in hoofdzaak geïnteresseerd in financieel en economisch nieuws. Dat is ook het onderdeel waarvoor de meeste Nederlandse kranten en tv-stations hier op ons geabonneerd zijn.”

De chef-correspondent erkent dat dertien stafleden in een land als Nederland wat aan de hoge kant is. “Maar we hebben hier een aantal specialisten zitten. Bij voorbeeld een redacteur die de oliemarkt bijhoudt en Amsterdam als standplaats heeft; hij zit vaak in het buitenland. We hebben ook een Nederlandse nieuwsdienst, Reuter Video Financieel. Wij zitten hier in de frontlinie van de financiële actualiteit. Ons werk wordt door afnemers vaak als aanleiding gebruikt om aan eigen nieuwsgaring te doen. We kennen de bank- en beurswereld hier vrij goed. Maar natuurlijk bemoeien we ons ook met het algemene nieuws, vooral in de vorm van features.”

Grote politieke verhalen zijn er niet te schrijven over Nederland, constateert Wilson. “Er zijn geen opzienbarende schandalen. De debatten in de Tweede Kamer kunnen nog eeuwig zo doorgaan zonder dat wij er ooit maar enige interesse voor weten te wekken bij de internationale pers. Nederland is betrekkelijk rustig, hoewel ik na mijn aankomst eerst anders vermoedde. Meteen op mijn eerste avond in Amsterdam ontplofte er een bom bij het Spaanse verkeersbureau, daar neergelegd door de ETA. Dus ik stuurde meteen een verhaal naar New York. Achteraf bleek zoiets een uitzondering te zijn.”

De correspondent noemt Nederland vooral van belang als "luisterpost' in het diplomatieke circuit. “Veel buitenlandse leiders komen hier op bezoek. Bush was hier vorig jaar, leden van de Indonesische regering, maar ook communisten uit de Filippijnen. Ik beschouw het als een belangrijk deel van mijn taak om door contacten te leggen met ministeries en ambassades op de hoogte te blijven. Daarnaast zit er een belangrijke representatieve kant aan mijn werk.

“Nederland is beslist van belang in het internationale circuit. Wat Van den Broek over het voormalige Joegoslavië zegt is vaak van voldoende belang om erover te berichten. Het EG-voorzitterschap van Nederland ging gepaard met veel fouten. Maar ze kregen dan ook verschrikkelijk veel op hun bordje: na de ineenstorting van het oude Oost-Europa de oorlog in Joegoslavië en het verdrag van Maastricht. Een hele klus voor een land met beperkte diplomatieke mogelijkheden. Zwarte maandag was de grootste vernedering die een EG-voorzitter zich kan denken. Het was een ramp, de grootste van een reeks diplomatieke blunders. Persoonlijk geloof ik niet dat diplomatie de sterkste kant van Nederland is. Van den Broek was uitgeput na dat voorzitterschap, evenals overigens alle buitenlandse correspondenten.”

Als een van de aantrekkelijke kanten van zijn huidige standplaats beschouwt Christopher Wilson het berichten over de progressieve Nederlandse samenleving. “Nederland is een maatschappelijk proefstation, een laboratorium voor morele en sociale onderwerpen. Ik vind het boeiend om die progressiviteit aan een internationaal lezerspubliek uit te leggen. Aan de hand van de Nederlandse houding ten opzichte van bijvoorbeeld euthanasie, prostituées en homoseksuelen. Ik vind deze maatschappij ongelofelijk sophisticated. Men heeft hier een proces doorgemaakt, dat in andere landen nog niet eens is begonnen. Over dat fenomeen zijn boeiende artikelen te schrijven, maar wel op zo'n manier dat het de buitenlandse lezer iets zegt. De artikelen moeten het hart, de kern van het menselijk bestaan raken. Ik heb buitengewoon interessante en gedreven mensen gesproken, die werkzaam zijn op het gebied van prostitutie, drugs, milieu of euthanasie. Ze wekken veel tegenstand op wegens hun diepe betrokkenheid. Het zijn in wezen soft stories, maar ze schrijven vind ik leerzaam en fascinerend.” Wilson gelooft overigens niet dat de wijze waarop in Nederland met het drugsprobleem wordt omgesprongen in de Verenigde Staten kan worden overgenomen. “Het zou niet functioneren. De mentaliteit in Amerika is anders, de maat van de problemen is daar ook veel groter.”

Generalisaties als "Nederlanders zijn gierig', zoals eerder in deze serie verwoord, zal men van Wilson niet te horen krijgen. Wat hem juist zo opvalt is de "veelzijdigheid' van de Nederlandse samenleving, waardoor die zich niet gemakkelijk met een paar karakteristieken laat beschrijven. “Er bestaan hier grote tegenstrijdigheden. Er wordt behalve progressief ook extreem conservatief gedacht. Als je naar Zwolle reist, zijn de mensen net zo conservatief of bekrompen als in elk ander land. Mij verbaast het ook dat het welzijn zo belangrijk is in een land dat zó met het kapitalisme is vervlochten, met bedrijven van wereldfaam en een zo sterke economische macht.”

Al bij de eerste kennismaking met Nederland werd Wilson getroffen door het overgeorganiseerd zijn van ons land. “De mensen vinden hier dat de staat een patriarchale rol moet spelen. Van de wieg tot het graf. Misschien dat daarom de WAO-problematiek zo gemakkelijk wordt geaccepteerd. Ik zie wel de voordelen van dit ziekte- en werkloosheidssysteem, zeker omdat ik de situatie in Amerika ken. Daar vallen hele bevolkingsgroepen buiten de boot. De hoeveelheid mensen die daar gedwongen is op straat te slapen, dat is een schande. Maar de Nederlanders accepteren wel erg gemakkelijk dat hun systeem misbruikt wordt. Het WAO-syteem zou minder sociaal zijn geworden, de laatste jaren. Maar toch is het aantal WAO'ers weer enorm gegroeid.

“De meeste mensen accepteren het systeem, ook de media. Alleen Elsevier is er streng tegen. Men lijkt te denken: ik betaal mijn belasting en verder kan het mij niets schelen dat meer dan een miljoen mensen arbeidsongeschikt worden verklaard, vaak door stress of een andere oncontroleerbare klacht. Dat vind ik heel merkwaardig. Als ik u was zou ik mij afvragen waarom ik zoveel belasting moet betalen om al die mensen te onderhouden. Bovendien klust de helft er zwart bij. Hoe vaak heb ik al niet gehoord dat de grachtenhuizen in Amsterdam in het water zouden glijden, wanneer ze niet doorlopend door zwartwerkers zouden worden opgeknapt.”

Reuter-Nederland verspreidde een lang artikel over de Nederlandse WAO-problematiek. “We hebben de geschiedenis geschetst, uitgelegd hoe het zo uit de hand kon lopen. We hebben voorbeelden gegeven: van iemand die in een rolstoel zit of kanker heeft, maar ook van de psychische klachten waaraan eenderde van de WAO'ers lijdt. We hebben het voorbeeld genoemd van iemand die een uitkering heeft en in Zuid-Frankrijk woont en af en toe even overkomt om met een GAK-dokter te praten. We hebben gesuggereerd dat er mensen zijn die misbruik van de WAO maken, maar dat was zeker niet de inzet van het stuk.”

Als kenmerkendste eigenschap van Nederland noemt Wilson de "vredigheid'. “Ik voel hier niet de spanning, die continu in Johannesburg hangt. Het is hier veilig, dat geeft een prettig en comfortabel gevoel. Maar het voelt ook onwerkelijk. Soms als ik over de grachten loop, kan ik nauwelijks geloven dat ik hier leef. Op een mooie dag lijkt Amsterdam net een ansichtkaart, een plaatje uit een sprookjesboek. Het land is plezierig, maar ook wel saai. Ik houd van grote vlaktes, en die heb je hier niet. Het land is geordend, net een groot park. Het grootste voordeel van Amsterdam is de compactheid, zonder dat het eentonig wordt. Het is een eclectische stad; een autodealer tussen een galerie voor primitieve kunst en een kledingwinkel voor grote maten. Het is hier vol verrassingen. Ik zit graag in een van de vele bars of eethuisjes zomaar wat rond te kijken.”

Toch onderkent Wilson in Nederland een zekere spanning tussen autochtone en allochtone inwoners. “Het is natuurlijk geen vergelijk met wat ik gewend was in Zuid-Afrika. Nederland is niet helemaal ontsnapt aan de groei van de rechtsradicale stromingen in West-Europa. Maar hier bestaan niet de vooroordelen die er tegen zwarten in Zuid-Afrika bestaan. De Nederlander heeft niet ten onrechte het imago tolerant te zijn. Hij vindt het belangrijk om mensen uit andere culturen te leren kennen. En dat is het ook. De visie van de blanke minderheid in Zuid-Afrika op de zwarten is vaak totaal irrationeel en onredelijk. Daarom kan je ook niet met ze in discussie gaan. Het is een gevaarlijk, destructief oordeel. Dat bestaat hier niet. De Nederlandse samenleving accepteert veel, maar geen rassenvooroordelen. Antisemitische of racistische opmerkingen in het openbaar maken is hier taboe. Dat vind ik persoonlijk een verademing, want ik heb daar al genoeg mee te maken gehad in mijn leven.”

Het meest zal Wilson de gratis lunchpauzeconcerten in het Amsterdamse Concertgebouw missen. “Ik hou van de informele sfeer. Ricardo Chailly die in trui of in hemdsmouwen het orkest dirigeert. De charme van musici die spelen wat zij mooi vinden. Dat heeft iets terloops en spontaans.”