Nauwelijks corrupte belastingambtenaren

Soms biedt juist de zomertijd verborgen nieuws. Zo gebeurde het deze zomer dat de hoogste belastingambtenaar, directeur-generaal C. Boersma, een taboe doorbrak. Voor het eerst openbaarde een topambtenaar corruptie bij de fiscus. Dat gebeurde in een door verscheidene regionale bladen gepubliceerd vraaggesprek met Boersma. Als uitsmijter daarvan stelt de binnenkort vertrekkende hoogste belastingambtenaar dat corruptie bij zijn dienst nauwelijks voorkomt.

Die nieuwe openheid past in de algemene bezorgdheid over de integriteit van de overheid. Minister Dales (binnenlandse zaken) hield deze zomer een rede over dit onderwerp, waarbij zij erop wees dat integriteit van bestuur niet van nature gegeven is. Afgelopen maandag viel de president van de Algemene Rekenkamer, mr. H.E. Koning, haar in een column in de Staatscourant bij. Naast de door de minister genoemde voorbeeldfunctie voor hoge ambtenaren en politici, hecht Koning veel belang aan glasheldere spelregels en sluitende controles. Dat slaat zeker ook op de belastingdienst, op het punt van corruptie een van de meer kwetsbare overheidsdiensten. Het verschijnsel duikt overal op waar overheid en burger elkaar ontmoeten op een terrein waar geld een grote rol speelt.

Welnu, de hele belastingheffing draait om geld. Soms gaat het per geval om miljoenen guldens. Maar ook bij geringere bedragen staat een groot persoonlijk of bedrijfsbelang voor de belastingbetaler tegenover een pennestreek van de ambtenaar. Wat de fiscus nu extra kwetsbaar maakt, is de reorganisatie die hij doormaakt. Als gevolg van dit reorganisatieproces worden ongebruikelijk veel fouten gemaakt, raken regelmatig complete dossiers zoek en is er te weinig interne controle. Veel belastingambtenaren hebben vergaande bevoegdheden om voor hoge bedragen zelfstandig zaken te doen met hun tegenpartij. Een tegenpartij die weet dat de fiscus geen moeite heeft met het aanvaarden van smeergeld als aftrekpost en evenmin met het belasten van steekpenningen als inkomen. Dat geeft toch al een schijn van acceptatie? Daarbij komt het vaste gegeven dat de meeste mensen ergens een punt hebben waar zij voor financiële verlokkingen bezwijken. En belastingambtenaren zijn mensen.

Gelukkig is de dienst vanouds doortrokken van een sfeer van integriteit. Bovendien worden belastingambtenaren, juist wegens hun verantwoordelijkheid voor het zelfstandig nemen van vergaande beslissingen, royaal gesalarieerd. Ze hoeven niet uit geldgebrek het slechte pad op.

Toch beschrijft Koning hoe hij begin dit jaar bij toeval stuitte op het strafontslag van drie belastingambtenaren. De oud-staatssecretaris van Financiën schrok daarvan. Vele lezers van zijn column waarschijnlijk ook. Een woordvoerder van de belastingdienst deelt overigens mee dat het tot de zomer bij die drie corrupte ambtenaren is beleven.

Objectief gezien biedt de belastingdienst niet alleen een ideale voedingsbodem voor corruptie, maar ook voor het gebruik van voorkennis en dergelijke. Onder het klantenbestand bevindt zich de georganiseerde misdaad, die heeft geleerd dat voor geld welhaast alles en iedereen te koop is. Het bestand omvat verder bedrijfstakken als de bouw en de afvalverwerking, waar men ook tegenover de overheid gewend is te leven met het principe "voor wat hoort wat'. Trouwens, zelfs in meer normgevoelige branches zijn er desperate ondernemers, die hun bedrijf gered zien als een belastingcontroleur zou kunnen worden verleid een oogje toe te doen.

De bereidheid wat smeergeld te gebruiken om soepeler door de fiscale machinerie te komen, zou wel eens groter kunnen zijn dan men op het eerste gezicht denkt. Wat moet de belastingambtenaar doen voor zo'n extra vakantie of een schuurtje dat net wat mooier is dan dat van de buren? Vaak is het al voldoende dat hij een foutje maakt zoals die wel meer voorkomen, bij controle een vraag vergeet of een verdachte boeking over het hoofd ziet. Het kan voorts een zegen voor een belastingbetaler zijn als zijn dossier op een andere stapel belandt of in een verhuizing zoekraakt; ook al geen uitzonderlijke zaken, die juist bij een ingrijpende reorganisatie kunnen voorkomen zonder dat iemand er erg in zal hebben. Dit alles maakt de toch al kwetsbare dienst tijdens een ingrijpende herstructurering nog kwetsbaarder voor corruptie en dergelijke.

Nu men zich tegelijk van de stoffig-degelijke bedrijfscultuur ontdoet, die de dienst waarschijnlijk lange tijd voor het binnensluipen van de corruptie behoedde, en omschakelt op een bedrijfsmatiger aanpak, haalt de fiscus ook de risico's van het bedrijfsleven in huis. Dat vraagt om extra interne controle.

Juist die interne controle is stiefmoederlijk bedeeld. Er ligt ook wel een dilemma. Je gaat er niet gemakkelijk toe over accountants vrij te maken voor het tamelijk vruchteloos nasnuffelen van je eigen mensen, als die accountants een veelvoud van hun salaris kunnen verdienen met het opsporen van frauderende belastingbetalers.