Karadzic: en nu gaan we Akkoord Londen uitvoeren

BIJ SARAJEVO, 2 SEPT. “Ik ben blij te kunnen aankondigen, dat we nu een begin gaan maken met de uitvoering van de besluiten van de Londense conferentie”, zegt de Bosnisch-Servische president Radovan Karadzic in de tuin van zijn hoofdkwartier, een voormalig hotel in de omgeving van Sarajevo. In het zonnetje staat hij naast kolonel Armel Devout, een vice-commandant van Unprofor, de VN-troepen in Sarajevo.

Karadzic heeft hem net plechtig verzocht waarnemers te sturen om te zien hoe de Serviërs bij Sarajevo hun artillerie zullen concentreren in elf lokaties. “We zullen ons onthouden van aanvallen en niet als eersten schieten”, belooft Karadzic, en de VN-waarnemers mogen dat ter plaatse constateren, zoals zij dat trouwens al sinds begin juli proberen te doen. “Als wij door de moslims worden aangevallen, zullen we ons verdedigen, natuurlijk”, tekent de Bosnisch-Servische president nog aan, en ook een actie van de Servische artillerie om een infanterieaanval van de moslims af te weren, sluit hij niet uitdrukkelijk uit. De Franse kolonel aan zijn zijde uit zich nog enigszins voorzichtig. “Alles is natuurlijk afhankelijk van de goede wil onder de strijdende partijen, net als tot nu toe”, merkt hij op. En hij had ook graag gezien dat lichtere wapens onder de overeenkomst vielen. Technisch gaat de laatste eenzijdige stap van Karadzic en de zijnen verder dan de belofte van begin juli, om de stad niet meer met artillerieaanvallen te bestoken. Toen was de ondergrens voor inspectie door de VN 100-millimeter munitie, nu 80 millimeter, waardoor ook mortieren en tankkanonnen voor inspectie in aanmerking komen. Kolonel Devout denkt dat er twee nieuwe elementen zijn die enigszins hoopvol zouden kunnen stemmen: “De internationale druk en de naderende winter. De winter brengt wijsheid, hopen we.”

De naderende winter, die rond Sarajevo op 1.000 tot 2.000 meter boven de zeespiegel behoorlijk streng kan zijn, lijkt, achter alle vertoon van heldenmoed en doorzettingskracht, de strijdende partijen als een steen op de maag te liggen. Radio Sarajevo, de stem van de moslims beneden in de stad, maakt tussen de strijdliederen en optimistische berichten over de eigen veroveringen door geen geheim van de steeds ernstiger problemen om het leven in de stad nog enigszins op peil te houden. Geen elektriciteit, geen water, geen brood vandaag in de stad, meldt de radio 's ochtends.

Pag.5: "Misschien luwen de gevechten deze winter wel'

Vanaf de Servische stellingen op de heuvels boven de stad, is te zien dat er op verschillende plaatsen grote branden zijn. Een ervan, vlak achter het VN-hoofdkwartier in Sarajevo, zendt grote donkere wolken de lucht in, die nog op tientallen kilometers te zien zijn.

“Misschien dat van de winter de gevechten wat luwen”, meent ook de kapitein van het Servische leger, die we een lift geven tot aan de berg Vraca, waar hij woont. Met de inwoners van de belegerde binnenstad deelt hij het ontbreken van licht en water in dit Servische stadsdeel. Maar enige hoop op een eind van de oorlog heeft hij weinig.

Even verderop ligt vanochtend Lukavica, een kazerne van het Servische leger en basis van de artilleriewaarnemers van de VN, volop onder vuur. Van een wachtpost bij de kazerne-ingang is vandaag geen sprake, want iedereen ligt in dekking, zowel voor de regelmatig ontploffende granaten als voor moslim-sluipschutters.

In het gebouwtje naast de ingang waar de VN-waarnemers en een Servisch verbindingscentrum gehuisvest zijn, is de stemming duidelijk beneden peil. “Al weken nu ligt de VN hier in Sarajevo onder gericht vuur”, vertellen drie VN-officieren die hier vanuit de stad per pantserwagen een bezoek brengen. Hun namen wensen zij niet vermeld, zij spreken ook niet als officiële VN-vertegenwoordigers, maar hun persoonlijke conclusie is duidelijk: de moslim-eenheden doen hun uiterste best een internationale interventie uit te lokken en ziet de VN daarom als een van hun voornaamste doelen. “Neem de Oekraïense eenheid, die hebben al twee doden en zestien gewonden opgelopen”, vertellen de officieren. Ook de Franse VN-eenheid heeft heel wat mensen verloren.

De VN-artilleriewaarnemers van hun kant verhalen tegen hen persoonlijk gerichte mitrailleur- of zelfs mortieraanvallen, meestal tegen VN-jeeps die geheel alleen door open veld reden. En ook een van de waarnemingsposten van de VN bij de Servische artillerie is laatst twee dagen lang systematisch beschoten, weet men. “Om nog maar te zwijgen over het repareren van elektriciteitskabels naar Sarajevo”, vertelt een officier, terwijl de ramen trillen onder het inslaan van granaten en zij hun binnenkamertje met dunne muurtjes opzoeken. “Allebei de partijen zeggen er zeer voor te zijn, dat de leiding gerepareerd wordt. Vijftien keer hebben we het geprobeerd en technici begeleid. Maar geen enkele keer kregen de partijen het over hun hart, met vuren te wachten totdat het karwei geklaard was”.

De aanval op Lukavica is 's ochtends om vier uur begonnen, getuigen de artilleriewaarnemers, en is rond twee uur 's middags nog in volle gang. De Servische artillerie in de heuvels achter ons zwijgt, de tegenaanval komt uit de heuvels aan de noordkant van Sarajevo, van waaruit Mojmilo, de plaats van de moslim-artillerie onder vuur genomen wordt. “Ik begrijp niet wat die moslims willen bereiken met dit bombardement”, meent een Servische sergeant. “Lukavica veroveren? Maar achter ons staan nog wel vijf Servische linies”. De VN-militairen lijken ervan overtuigd, dat de aanval vooral hen geldt.

Even later maken we gebruik van een relatieve stilte in het bombardement, om de kazerne op topsnelheid te verlaten, als alleen nog het gebruikelijke gedruis van de dagelijkse gevechten in de wijk Dobrinja op driehonderd meter afstand te houden is. In tegenstelling tot de weg heen, met het uitzicht op de stad lijkt hoger de bergen in alles vredig rond de stellingen van de Servische artillerie en tanks. De weg door de bergen is door de Serviërs al maanden geleden met bulldozers geconstrueerd, om een ongehinderd transport van wapens en troepen rondom Sarajevo mogelijk te maken. Van de door Karadzic aangekondigde concentratie van artillerie is echter niets te merken, en evenmin is dat het geval bij een artilleriestelling ten noorden van Sarajevo.

“We hebben vanochtend om vier uur geschoten, niet op Sarajevo maar op Mojmilo, omdat de moslims vandaag Lukavica onder vuur namen”, zegt de Servische luitenant-kolonel, die het bevel voert over 155-millimeter houwitsers en drie houwitsers voor 122-millimeter graten. We zijn hier toegelaten omdat het een van de plaatsen is waar de concentratie van Servische artillerie in volle gang zou zijn. Maar de luitenant-kolonel en het merendeels dienstplichtige, in ijltempo door artilleristen opgeleide manschappen weten van niets. “Niemand kan ons toch zeker beletten, vijandelijk vuur te beantwoorden”, merkt hij op. Dat antwoord is in het onderhavige geval vooral van taktische aard, omdat de stelling zelf, die een bereik heeft van ongeveer vijftien kilometer, in vijf maanden oorlog zelf nog nooit onder vuur kwam te liggen. De commandant ontkent overigens dat van hieruit ooit de stad Sarajevo zelf is beschoten. “De Serviërs schieten trouwens nooit op burgerdoelen, maar het zijn de moslimstrijders die zich het liefst in moskeeën, scholen en ziekenhuizen verschansen, en dan gebeuren er ongelukken natuurlijk.”

Ook de Ghanese artilleriewaarnemer van de VN ter plaatse vertelt, dat er hier de afgelopen week niets is veranderd, en dat het Servische vuur vanaf de stellingen onder zijn beheer inderdaad steeds een antwoord op aanvallen van de moslims leek. Doffe dreunen die over de heuvels en bergen weergalmen, doen vermoeden alsof er weer spoedig werk aan de winkel zal zijn voor de Servische artilleristen. Getuigenissen van goede wil van Servische zijde noch de conferentie in Londen hebben tot nu toe veel bijgedragen aan een de-escalatie van de strijd om Sarajevo, die in tegendeel steeds maar heviger lijkt te worden en niet alleen bij Sarajevo.