J.F. BUURMEIJER; Echte "apparatsjik'

De man die de parlementaire enquête over de uitvoeringsorganen van de sociale zekerheid zal gaan leiden, PvdA-Kamerlid J.F. Buurmeijer (52), is typisch voor de huidige generatie politici in de top van de PvdA: onopvallend, realistisch en met een lange carrière in de partij en de "zachte sector' achter de rug. Sinds mei dit jaar was hij voorzitter van de parlementaire subcommissie Uitvoeringsorganen sociale zekerheid die vorige maand met het voorstel voor een enquête kwam.

Buurmeijer, die als opleiding kweekschool en sociale academie heeft, was in de jaren zestig afdelingsvoorzitter in Hengelo en eind jaren zeventig lid van het partijbestuur. Voordat hij in 1979 Tweede-Kamerlid werd, was hij werkzaam als vormingsleider en directeur van een vormingsinstituut. Buurmeijer heet een "Pietje Precies' te zijn en hij typeert zichzelf regelmatig als “nog altijd een echte onderwijzer”. Sinds hij in 1989 de huidige minister H. Alders als secretaris van het fractiebestuur opvolgde, geldt hij als een echte "apparatsjik' die "als een spin in zijn web' zit.

Buurmeijer heeft zich in de PvdA en in het parlement regelmatig bezig gehouden met de sociale zekerheid, In 1986 werd hij voorzitter van de PvdA-commissie Verzorgingstaat. In 1987 zei hij in die functie dat de PvdA nauwelijks in staat was een ideologisch alternatief te bieden voor het idee van de zorgzame samenleving van het CDA. Hij pleitte toen voor een soort "ministelsel' waarbij de staat alleen voor basisvoorzieningen garant moest staan. Door de noodzaak tot bijverzekeren zou er volgens Buurmeijer “meer avontuur in het leven” komen.

Niettemin is het CDA bepaald niet gelukkig met de kandidatuur van Buurmeijer als parlementair hoofdonderzoeker naar de uitvoeringsorganen in de sociale zekerheid. Het CDA wilde, onder meer om de sociale partners niet voor het hoofd te stoten, eigenlijk liever geen parlementaire enquête over dit onderwerp. En juist Buurmeijer heeft zich het afgelopen jaar zeer kritisch uitgelaten over de uitvoeringsorganen, die worden beheerst door de sociale partners. “Als ik het allemaal opnieuw zou mogen doen dan zou ik geen bedrijfsverenigingen oprichten. Maar nu ze eenmaal bestaan moet je proberen op een andere manier hun macht te doorbreken.” zei hij begin dit jaar. Vorig jaar noemde hij de informatie die de bedrijfverenigingen over hun functioneren naar buiten brengen “gefilterd”. “Ze hebben nogal de neiging zich af te sluiten. Ze willen er geen pottekijkers bij.”

Het CDA wil ook niet dat Kamerleden die zich eerder bezig hebben gehouden met de uitvoeringsorganen en de sociale zekerheid zitting nemen in de enquêtecommissie omdat dan de kans bestaat dat een lid van van de commissie gehoord moet worden als getuige. Buurmeijer heeft in de loop der jaren over deze en verwante onderwerpen gesproken, zoals bijvoorbeeld in 1986 tijdens de stelselwijzinging over de nieuwe Werkloosheidswet en over de WAO, maar meestal niet als belangrijkste woordvoerder.