Inkoopsters Hema spannen geding aan

AMSTERDAM, 2 SEPT. Twee inkoopmedewerksters van de Hema, die hun werk kwijtraken als gevolg van de reorganisatie bij het warenhuisconcern, spannen een kort geding aan tegen de directie. Ze eisen dat ze onmiddellijk hun werkzaamheden mogen hervatten.

De uitkomst van het kort geding is van belang voor alle inkopers en hun assistenten (in totaal 89 mensen) op het hoofdkantoor van de Hema in Amsterdam. Een aantal van hun is al op non-actief gesteld, de rest volgt dat binnenkort. De Hema reorganiseert het hoofdkantoor om de organisatie slagvaardiger te maken. Het concern kampt de laatste jaren met slechte resultaten.

De twee personeelsleden die het geding aanspannen (een inkoopster en een assistente, beiden met een lange staat van dienst) eisen een dwangsom van 5000 gulden voor elke dag dat hun de toegang tot de werkplek wordt geweigerd. Dit heeft hun advocaat, mr. E.F. Seunke desgevraagd bevestigd. De zaak dient volgende week woensdag voor de president van de rechtbank in Amsterdam.

De vakbond voor hoger personeel, VHP, beschouwt het kort geding als een proefproces voor al het inkooppersoneel van de Hema. De winkelketen heeft de inkopers en assistenten op non-actief gesteld omdat de inhoud van hun functies wordt veranderd. Sommigen zijn uitgenodigd naar de nieuwe functie te solliciteren. Maar omdat de Hema het aantal inkopers wil terugbrengen van 28 tot 21 en voor de andere functies ook mensen van buiten wil werven, kan niet iedereen terugkeren naar zijn oude baan. Een aantal werknemers, waaronder de eiseressen, is gezegd niet te hoeven solliciteren.

Eerder al hebben tien leden van de VHP in een brief aan Hema-directeur B. Vos geprotesteerd tegen de ontzetting uit hun functie. Volgens hen is er nauwelijks verschil tussen de oude en de nieuwe functies en is er daarom geen reden hen te ontslaan of opnieuw te laten solliciteren. De VHP vond het antwoord van Vos onvoldoende, aldus juridisch medewerkster M. van Leeuwen, waarop de bond twee leden heeft geadviseerd een kort geding aan te spannen.

Het argument dat de functies nauwelijks veranderd zijn, staat ook centraal in de dagvaarding. Volgens advocaat Seunke blijkt uit de vergelijking van de taakomschrijvingen dat de medewerkers in de nieuwe functies dezelfde taken hebben en hetzelfde werk doen. “Van een wezenlijk inhoudelijk verschil in taken en/of van een verval van functie is absoluut geen sprake.”