IJzervijlsel en magneten op US Open

NEW YORK, 2 SEPT. Het is 's ochtends om tien uur nog rustig rond baan 16 van Flushing Meadow. Een paar tennissers zijn wat aan het trainen, zonder umpire en zonder lijnrechters. Niettemin worden al hun slagen feilloos geregistreerd door de computer van Henk Jonkhoff, managing director van TEL Europa. De Amsterdammer staat op de US Open aan het hoofd van een testteam dat het Tennis Electronic Lines uitprobeert. Een geavanceerd elektronisch systeem dat in de toekomst lijnrechters overbodig maakt.

Wanneer het aan Jonkhoff ligt zullen volgend jaar al de lijnrechters volledig ontbreken op de US Open. De umpire gaat dan de stoel op met een computertje en wordt op de baan alleen nog geassisteerd door iemand die de netfouten registreert en twee man op de achterlijn die de voetfouten controleren. De leiding van een wedstrijd wordt daarmee gereduceerd van veertien personen tot vier. Foute arbitrale beslissingen zijn uitgesloten wegens het elektronische apparaat dat pakweg vijftien jaar geleden het zorgvuldig gekoesterde imago van John McEnroe compleet had kunnen ruïneren. Een groot deel van zijn reputatie dankt de Amerikaan uiteindelijk aan het feit dat hij zijn hele loopbaan door al vloekend en tierend referees, umpires en lijnrechters "een schande voor de mensheid' heeft genoemd. “Een man als McEnroe zou nog in staat zijn zelfs met deze computer in discussie te gaan”, glimlacht Jonkhoff. “Hij is een bijzonder geval.”

Jonkhoff doet op Flushing Meadow onderzoek voor de Amerikaanse tennisfederatie die het gemekker van de spelers over verkeerde calls langzamerhand zat is. Bovendien kan een sport waarin zoveel geld omgaat en ogenschijnlijk onbelangrijke beslissingen enorme gevolgen kunnen hebben, zich geen verkeerde waarnemingen permitteren. Het TEL-systeem is ontwikkeld door Williams & Sons, een groot Australisch constructiebedrijf dat is gespecialiseerd in de aanleg van tennisbanen en hockeyvelden van kunstgras. Er wordt nog dagelijks gewerkt aan de perfectionering van TEL, waarvoor in Australië zelfs testbanen zijn gebouwd van gras en gravel om in de toekomst ook Wimbledon en Roland Garros te kunnen bedienen. Want dat er een overweldigende potentiële belangstelling voor het systeem bestaat staat vast.

Tijdens de Australische kampioenschappen in januari in Melbourne, evenals New York uitgerust met hard-court, zullen drie banen op Flinders Park al officieel met het systeem worden uitgerust. Op Flushing Meadow wordt dit jaar nog "blind" getest, waarbij de verkeerde waarnemingen van de lijnrechters niet ongedaan worden gemaakt omdat TEL nog niet officieel in gebruik genomen is. Wel worden alle beslissingen na afloop vergeleken met de computer en dat levert soms verrassende conclusies op. Jonkhoff: “In Indianapolis bleek in de wedstrijd tussen Sampras en Becker, waar het spanningsveld op de baan heel voelbaar was, dat lijnrechters in totaal achttien keer een verkeerde beslissing hadden genomen. En daarbij praat ik nog maar over een wedstrijd van drie sets. Hoeveel fouten worden dan wel niet gemaakt op Grand-Slamtoernooien waar het om vijf sets gaat?”

Op Flushing Meadow zijn vier banen momenteel uitgerust met TEL. Het Louis Armstrong Stadium (de hoofdbaan), de Grandstand (baan één) en de zogeheten show-courts 16 en 17. Wanneer de Amerikaanse tennisbond (USTA) na de US Open besluit het systeem definitief voor de toekomst in te voeren dan zullen meer dan 25 banen op Flushing Meadow met TEL worden uitgerust: kosten 80.000 dollar per baan.

Het systeem werkt ogenschijnlijk vrij eenvoudig. Twee centimeter onder de baan zijn met een speciaal apparaat groeven gemaakt waarin een bekabeling is aangebracht die een elektrisch magnetisch veld verspreidt. In blokken van anderhalve meter lopen de kabels langs alle lijnen van de baan. Twintig centimeter binnen de lijnen en dertig centimeter daarbuiten reageert het systeem op de neerploffende ballen die zijn uitgerust met een speciaal ijzervijlsel dat op het magnetisch elektronisch veld reageert. Jonkhoff: “De software configuratie is zeer ingewikkeld. Daarom wordt in Adelaide nog dagelijks door vier ingenieurs gewerkt aan de perfectionering van TEL. Maar New York is een ideaal proefterrein. Je hebt nergens zoveel signalen van tientallen televisiestations en andere elektronika die het systeem kunnen verstoren als hier. Bovendien hebben we met de belangrijkste betrokkenen regelmatig uitvoerig overleg. Een profscheidsrechter als Richard Ings heeft me verzekerd dat hij ook met vier mensen een tenniswedstrijd perfect tot een einde kan brengen als het systeem onverhoopt een keer mocht uitvallen.”

Jonkhoff gelooft dan ook heilig in TEL waarvoor hij voorlopig een markt ziet voor 2000 banen. Ballenleverancier Wilson is al overstag gegaan. De fabrikant voorziet de USTA dit jaar van 12.000 tennisballen speciaal voor de US Open die allemaal zijn uitgerust met ijzervijlsel. Jonkhoff: “Het is voor Wilson een vrij eenvoudig procedé. Tijdens de produktie van tennisballen wordt van klei en rubber gebruik gemaakt. Alleen zit er in deze ballen vier à vijf procent minder klei waarvoor metaalpoeder in de plaats is gekomen. De ballen zijn even zwaar als normale tennisballen, hebben dezelfde gele kleur omdat het vijlsel gelijkmatig is verdeeld. Ook slijtage van de ballen heeft geen invloed op het systeem.”

Tijdens een aantal Challenger-toernooien zijn de ballen uitvoerig getest. Spelers werd gevraagd of zij gemerkt hadden dat zij met speciaal materiaal hadden getennist. Niemand had iets aan de ballen bespeurd. Het TEL-systeem is daarmee klaar om ook officieel in praktijk te worden gebracht. Jonkhoff wacht nog op groen licht van de USTA maar sluit niet uit dat tijdens de halve finales en finale van de mixed-dubbel volgende week al officieel met TEL wordt gewerkt op Flushing Meadow. Jonkhoff praat derhalve over grote mogelijkheden. Ook voor Nederland waar de KNLTB voor het nieuwe bondscentrum in Zeist geïnteressseerd zou zijn. Maar technisch directeur Stanley Franker betwijfelt dat vooralsnog. “Dat systeem is toch veel te duur voor ons. Misschien kun je het leasen. Bovendien haalt het natuurlijk iets van de charme en romantiek van het tennisspel weg. Het publiek vindt de interactie speler-scheidsrechter natuurlijk prachtig. Maar ik weet dat TEL ver gevorderd is. Op den duur zullen de spelers er toch aan moeten geloven.”

Dat is maar goed ook meent Jonkhoff. “Ik ben benieuwd of er nog zo wordt gepraat als Krajicek uit de halve finale wordt geknikkerd door een foute call van een lijnrechter. Die je bovendien niet altijd wat kwalijk kan nemen want de ballen gaan vaak zo snel dat het menselijk oog lang niet altijd een feilloze registratie kan geven. Bovendien zag je vorig jaar hier op de US Open de ene dubieuze call na de andere tegen Haarhuis. Het publiek koos in de kwartfinale massaal voor Jimmy Connors. Lijnrechters worden van dat geschreeuw toch nerveus. En gaan wel of niet bewust Connors bevoordelen. Dat kon je duidelijk constateren.” Resteert het commentaar van het slachtoffer van de '92 US Open Paul Haarhuis zelf. “Een kastje dat alles feilloos registreert? Ik weet dat druk aan zo'n systeem wordt gewerkt. Maar of het de ideale oplossing is? Ik zou het eerlijk gezegd niet durven zeggen.”