Hoezo Hilversum? (1)

Rostock en Sarajevo zijn wel een tegenslag voor Hilversum. Tijdens de Olympische Spelen zag het scherm blauw van de zwembaden, wit van de turntieners en rood van de sintelbanen. De publieke omroep bloeide in de kijkcijfers. Vergeef ze de uitleg in het Smeets, "de gezamenlijkheid' had het eindelijk weer eens voor het zeggen. Nu de zomer voorbij is, wint RTL-4 zes avonden van de week met "Baywatch' en "Beverly Hills 90210'. En wordt het gemis aan volwassen televisie in dit land weer in volle omvang zichtbaar.

Naarmate de mortieren meer onschuldige burgers treffen en nieuwe groepen vluchtelingen uit hun Oostduitse woonkazernes worden verjaagd, is het gemis aan continuïteit in Hilversum met de dag pijnlijker. Alle redacteuren van goede wil bij al die verknipte rubrieken voor nieuws, gezellig-nieuws en zo-min-mogelijk-nieuws kunnen het gebrek aan traditie en organisatie niet verhullen.

Televisie s moeilijker. Kranten en radio moeten ook heksentoeren verrichten om te berichten over de rampen in Joegoslavië en Duitsland, maar de tv zit iedere dag met al dat rode bloed en die opdringerige zwarte kaalkoppen in beeld. Maat houden en goede smaak zijn dan niet genoeg.

Somalië met een giro-nummer en Amazonië voor de Novib, daar hebben we gevoelvolle oudere verslaggevers voor. Hitler-op-herhaling vraagt zo veel kennis en professionalisme dat actualiteitenrubrieken die één keer in de week dienst hebben daar niet aan kunnen voldoen. En het NOS-Journaal mag van zijn schoonmoeders niet te veel reizen en achtergronden geven: de geprofileerde omroepen vinden dat zij daar zelf voor zijn, talent of geen talent.

Vandaar de TROS-visie op Bosnië, de KRO-kijk op Cottbus en de NRCV-invalshoek vis-à-vis Servië. Veronica is nog te gek op reis in de States. Moeten ze maar blijven. Zelfs als "Nova' op Nederland 3 een verbeterd NOS-Laat wordt, blijft de vraag: Wat doet onze "publieke' televisie als het duur, gevaarlijk en moeilijk wordt? Een talkshow verzinnen voor jongens en meisjes die bij een grote krant net stage zouden mogen lopen.

Het kan allemaal. De Omroep is geen onderwerp van gesprek meer in de politiek. De spraakmakende gemeente heeft het opgegeven terwijl de afvloeiingsregelingen door het Gooi vliegen en de omroepbazen in bittere gevechten zijn gewikkeld over iedere meter die zij moeten prijsgeven. NOS-voorzitter De Jong kreeg de afgelopen weken alle heren tegen zich nadat hij enige bedrijfsmatige logica in hun bestuursstructuur had voorgesteld.

De drukte in Hilversum gaat over STER-centen en kijkcijfers, over mannetjes, uren en naampjes, maar niet over het aanhoudend tekortdoen van de kijkers, het stelselmatig weg-organiseren van een serieus (dat is niet hetzelfde als saai) aanbod van programma's die de wereldbrand in beeld brengen. De Nederlandse omroep heeft geen nieuws en actualiteiten die een vijftien miljoen-koppig, niet-collectief-achterlijk volk waardig zijn. Zou dat misschien te maken hebben met de erfenis van het verzuilde stelsel, waar zelfs kerkleden nauwelijks meer behoefte aan hebben (zie het Sociaal en Cultureel Rapport 1992 van gisteren)?

Het blijkt niet makkelijk over deze dramatische open deur in gewoon Nederlands van gedachten te wisselen, ook niet in de fris bemotregende conferentiebossen bij Doorn, zoals ik vorige week heb mogen ervaren. Bestuurders, leden en werknemers van organisaties die zichzelf "christelijk-sociaal' noemen, zoals NCW, CNV, NCOV, de christelijke boeren en tuinders, KRO en NCRV waren daar bijeen om te bespreken of het marktdenken een bedreiging vormt voor omroep, gezondheidszorg en onderwijs.

NCRV-voorzitter A. Herstel mocht beginnen. Hij was optimistisch. Ondanks “vervuilende momenten in de geschiedenis van de Nederlandse omroep” was het “van zeer groot belang voor onze samenleving dat het huidige bestel blijft bestaan”. Wie wel eens op een buitenlandse hotelkamer tv had gekeken zou beamen dat de Nederlandse omroep een “Godsgeschenk” was. “Kwaliteit staat hoog in ons vaandel”.

Toegegeven, allerlei gevaren liggen op de loer, zei Herstel. De commercialisering verleidt steeds meer tot shockeren en amuseren. Ook de NCRV staat aan die druk bloot, maar zij is er trots op mee verantwoordelijk te zijn voor een stijgende opbrengst van de etherreclame via de STER. De NCRV houdt daarbij duidelijk grenzen in acht: “Bij ons geen Erotica, geen extreem geweld. Wel "Rondom Tien', wel de "Cosby Show', "Hier en Nu' (ons paradepaardje) en "Wie weet waar Willem Bever woont?' Ook wij hebben wel eens programma's die tegen de grens zitten”, bekende de NCRV-praeses. “"Cheers' is heel populair, maar voor oudere leden zit dat tegen die grens.”

Gevaarlijk vond hij dat de politiek - met uitzondering van minister d'Ancona - de geprofileerde omroep negeert, terwijl de commerciële noodzaak te concurreren leidt tot steeds meer opgedrongen samenwerking binnen het NOS-bestuur en per net. “Dat is nodig voor behoud van het bestel, maar houdt het gevaar van assimilatie in. Op Nederland 1 werken wij overigens intens samen met AVRO en KRO, zij het met behoud van onze eigenheid. Dat wordt gelukkig een fantastisch net.”

Als niet gering gevaar voor de huidige "stromingsgerichte' omroep wees de NCRV-voorzitter op de komst van HDTV, het ruime aanbod op de kabel en de te verwachten uitbreiding van abonnee-tv: “Na de thuisbankier, gaat zo de thuisprogramma-mixer straks zelfs bepalen wat hij wil zien!”

De heer Herstel heeft gelijk. Stel dat de mensen thuis gaan bepalen wat zij willen zien, en wanneer. Dan is de klassieke omroep zijn greep op ons kwijt. Weg avondje-AVRO. Zo geredeneerd is het maar goed dat veel mensen niet al die vreemde talen verstaan. De buitenlandse omroepen hebben nu al een marktaandeel van 16 procent.

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik in Doorn was uitgenodigd op te treden als "co-referent' van de heer Herstel. Dat heb ik naar eer en geweten gedaan, maar naarmate de dag vorderde, kreeg ik steeds minder de indruk dat mijn co-referentie de heren Braks, Herstel, c.s. beviel.

Dat is het lot van de co-referent. Zelfs als hij opkomt voor echte publieke omroep èn ruimte voor levensbeschouwelijk geïnspireerde stromingen. Hoe meer de heren de sluiksponsoring en de Cheers-sleutelhangers in hun pseudo-publieke bestel goedpraatten, hoe meer de pretentie me opviel. De pretentie dat al die omroepen een levensbeschouwing hebben en overal verstand van hebben, en dat met een minimum aan kwaliteit kunnen omzetten in drie tv-netten, is erger dan een een illusie. Het is een gotspe.