Duitsland en Europa

DE EERSTE reacties op de gebeurtenissen in Rostock vorige week lagen voor de hand, want het waren beschamende taferelen die zich daar afspeelden. Die reacties getuigden van schaamte en schande. Arme asielzoekers waren door duizenden skinheads bedreigd, brave burgers hadden de uitbarstingen van vreemdelingenhaat toegejuicht, de politie-autoriteiten hadden laat en langzaam ingegrepen.

Inmiddels is anderhalve week verstreken en nog altijd komt het op plaatsen in de vroegere DDR tot geweld tegen buitenlanders en de autoriteiten reageren met teksten vol radeloosheid. Toch is het goed emoties te sorteren en proporties in de gaten te houden. Televisiebeelden van jongelui die de nazigroet brengen, shockeren en daar is het in vele gevallen uiteraard ook om begonnen. (Volgens hardnekkige geruchten hebben Amerikaanse en Franse camerateams jongelui voor die groet zelfs betaald.) Maar van een politiek-ideologische voedingsbodem is onderwijl geen sprake en de vergelijking met de republiek van Weimar ontkent eenvoudigweg vier decennia succesrijke Bondsrepubliek. Het gaat veeleer om een schromelijk onderschat sociaal-psychologisch onbehagen.

NEEM LICHTENHAGEN, de beruchte wijk bij Rostock: tot drie jaar geleden woonden de mensen daar voor DDR-begrippen betrekkelijk geprivilegieerd in hun twee- en driekamerflats. Tegenwoordig horen ze wat status - veertig procent werkloosheid - en wooncomfort betreft tot de troosteloze onderkant van de nieuwe Duitse maatschappij. Inmiddels moeten ze ook vaststellen dat ze de laatste decennia voor niets hebben geleefd.

Dit is geen excuus voor racisme en vreemdelingenhaat, maar wel een gegeven dat iets kan verhelderen over de destabilisering die Duitsland nu meemaakt. Wie in zulke wijken alleen rondloopt met stichtende spreuken en morele verwijten, komt niet veel verder dan het eigen gelijk.

Dan komt er nog bij dat Duitsland de liberaalste asielwetgeving van het rijke Westen kent, door geografische ligging de grootste toestroom van buitenlanders krijgt en nu ook nog eens met honderdduizenden vluchtelingen uit het Joegoslavische oorlogsgebied wordt overstroomd. Normale spanningen en ongemakken van een stadswijk met “minderhedenproblematiek” doen zich in verhevigde vorm en met een overgevoelig publiek voor; langdurige onrust lijkt voorgeprogrammeerd.

DUITSLAND heeft de Duitse eenheid onderschat. Alleen al de suggestie destijds van bondskanselier Kohl dat de integratie niets hoefde te kosten - “geen belastingverhoging” - heeft aan die onderschatting bijgedragen. Electoraal was die belofte in de ambiance van die dagen onnodig en het heeft vervolgens tot volkomen verkeerde verhoudingen geleid. Het grote afschuiven van de kosten van de Duitse eenheid tussen bonden, werkgevers, centrale bank en regering is nu al meer dan een jaar aan de gang en de veel geroemde sociaal-economische consensus wordt erdoor ondermijnd. Onbegrip tussen Oost- en West-Duitsland is snel gegroeid en frustratie wordt afgewenteld op de enige zichtbare groep, de herkenbare buitenlander.

Ook het buitenland heeft de eenheidsperikelen onderschat en zich op de als onuitputtelijk geldende rijkdom van Duitsland verkeken. Het gemak, het cynisme en het vrome staatsrecht waarmee de overige EG-lidstaten Duitsland in Maastricht met het vluchtelingenvraagstuk in de kou hebben laten staan, getuigen ervan. Kohl had het onderwerp graag in een Europese regeling ondergebracht en had een Europees alibi dringend voor binnenlands gebruik nodig, maar de rest gaf een nobel “niet thuis”. Onuitgesproken overweging van de rest was om Duitsland als een cordon sanitair te laten fungeren voor ontheemden, asielzoekers, gelukzoekers en avonturiers uit het Euro-Aziatische achterland.

NU KOMT ALLES tegelijk: vluchtelingen, sociale onrust, eenheidsmalaise, rammelende financiën en de argusogen van het buitenland. Van Europa valt niet veel te verwachten. Duitsland is in deze op zichzelf aangewezen. Interne vernieuwing en externe heroriëntatie zijn amper begonnen en de Duitse eenheid is er nog lang niet.