Dai-Ichi bank bezuinigt wegens slechte leningen

TOKIO, 2 SEPT. De Japanse Dai-Ichi Kangyo Bank, de grootste bank ter wereld, zal drastisch bezuinigen.

De bank wil haar investeringen de komende vier jaar met 100 miljard yen (1,25 miljard gulden) verminderen, nieuw personeel dat net van school en universiteit komt met een vijfde terugbrengen, op de salarissen van directeuren 5 procent en op declaraties voor uitjes 20 procent bezuinigen.

Een woordvoerder van de bank sloot vandaag niet uit dat een tweede bezuinigingsronde zal volgen. DKB hoopt met de nu genomen maatregelen, die ook een nieuw on line computersysteem, buitenlandse zakenreizen, advertenties en de 621 regionale kantoren van DKB zullen treffen, jaarlijks 5 miljard yen (3 procent) op haar operationele kosten te besparen.

DKB, die aan het eind van het laatste boekjaar 61,28 biljoen yen (788 miljard gulden) aan activa had uitstaan en een winst maakte van 158 miljard yen (2 miljard gulden), is de eerste van de grote Japanse banken die de broekriem aanhaalt. Van de drie zogeheten lange-termijnkredietbanken was de kleinste, Nippon Credit Bank, die via geaffilieerde instellingen 2,5 biljoen yen aan slechte leningen zou hebben uitstaan, DKB al voorgegaan, zij besloot 10 procent op haar operationele kosten te bezuinigen. Daiwa, Mitsubishi, Sakura, Fuji en andere banken zijn bezig grote besparingsoperaties op te zetten en zouden daarmee binnenkort naar buiten komen.

De Japanse banken hebben door de ineenstorting van de bubble-economie reusachtige bedragen aan slechte leningen uitstaan, volgens schattingen uit bankkringen zelf mogelijk oplopend tot 22 biljoen yen. Officieel worden de slechte leningen op niet meer dan zo'n 8 biljoen yen geschat, dat zijn dan leningen waarover zes maanden lang geen rente meer is ontvangen. Leningen die niet meer te innen zijn, schat het ministerie van financiën op zo'n 3 biljoen yen, cijfers die op de financiële markten in de wereld worden gewantrouwd. Deze maand zou het ministerie met nieuwe cijfers komen.

Een onderdeel van de oppep-operatie van 10,7 biljoen yen waartoe vorige week het kabinet besloot, is de sanering van de slechte leningen. Een speciaal met overheidshulp op te richten instituut zou de onderpanden (grond en ander onroerend goed) moeten opkopen die de banken destijds van hun nu in problemen verkerende kredietnemers hebben gekregen. Onduidelijk is echter of het kabinet en de centrale bank dit instituut ook financieel zullen bijspringen. Premier Miyazawa heeft het afgelopen weekeinde dat wel gezegd, maar hij noemde geen enkel bedrag. In de oppep-operatie is een bedrag van 1,55 biljoen uitgetrokken voor de aankoop van grond voor infrastructurele werken zoals de aanleg van wegen. Omdat de grond die de banken als onderpand bezitten veelal versnipperd is, menen analisten dat deze grond daarvoor niet geschikt is.

Steeds meer economen twijfelen of de mammoet-operatie nog dit begrotingsjaar zo veel extra economische groei zal genereren dat de officiële doelstelling van 3,5 procent zal worden gehaald. Het parlement moet de maatregelen nog goedkeuren en naar verwachting zal dat pas op zijn vroegst in november gebeuren. Maar minister Hata van financiën zei gisteren dat het kabinet de maatregelen “snel en adequaat” zal uitvoeren.

    • Paul Friese