Concern wil verkoop herzien; Akzo terug naar La Seda, verkoop aan Catalonië

MADRID, 2 SEPT. Akzo wil de omstreden verkoop van het meerderheidsbelang in de Spaanse kunstvezelfabriek La Seda terugdraaien.

Het chemieconcern is een juridische procedure begonnen tegen de advocaat aan wie de aandelen ruim een jaar geleden voor het symbolische bedrag van één peseta (minder dan twee cent) werden overgedaan. Akzo wil haar belang van 57,5 procent nu terug om het vervolgens aan de regionale regering van Catalonië te kunnen schenken. Overheid en vakbonden hebben beloofd om in ruil hiervoor hun aanklachten tegen Akzo in te trekken. Dit compromis werd gisteren door C.J.A. van Lede, lid van de raad van bestuur van Akzo, in Barcelona gepresenteerd.

In juli 1991 verraste het Nederlandse bedrijf vriend en vijand door de belangen in het verlieslijdende La Seda plotseling te verkopen aan de Barcelonese advocaat Soler Pardro. Onderhandelingen over een noodzakelijke sanering van het bedrijf hadden niet tot een voor de concerndirectie bevredigend resultaat geleid.

Volgens Van Lede was met Soler Pardro afgesproken, dat hij zijn aandelenpakket binnen dertig dagen tot 25 procent terug zou brengen en het binnen drie maanden geheel aan de andere aandeelhouders zou overdragen. Anders was hij verplicht zelf een bod op alle overige aandelen uit te brengen. De advocaat gedroeg zich echter van begin af aan niet als tussenpersoon maar als de nieuwe eigenaar van La Seda. Hij trachtte de raad van bestuur en de directie te vervangen en blokkeerde onderhandelingen met potentiële buitenlandse investeerders.

Een woordvoerder van Akzo zei vanmorgen, dat eind vorig jaar al duidelijk was dat Soler Pardro zich niet aan zijn afspraak hield. De concerndirectie oefende echter geen druk op hem uit. Volgens de woordvoerder heeft het concern zich beperkt tot “nadenken” over de situatie.

Waarom Akzo destijds voor Soler Padro als tussenpersoon heeft gekozen, blijt onduidelijk. Behalve ontbinding van de met hem aangegane overeenkomst, eist Akzo een schadevergoeding van bijna achttien miljoen gulden van de advocaat wegens in augustus vorig jaar nog door Akzo betaalde salarissen en rente op de achtergestelde renteloze lening die destijds werd verleend. Ook wil Akzo schadeloos gesteld worden voor het verlies van haar goede naam in Spanje. Soler Pardro is onbereikbaar voor commentaar.

Bestuurslid Van Lede ontkende gisteren dat Akzo opeens de koers heeft gewijzigd omdat het er naar uitzag dat de lopende processen verloren zouden worden. Het gaat het concern uitsluitend om zijn reputatie. “Wij willen zaken blijven doen in Spanje.”

De Catalaanse deelregering heeft in mei een principe-akkoord bereikt met het Taiwanese Hualon voor de aankoop van La Seda. Volgens de laatste berichten zou deze investeerder inmiddels niet veel meer zien in het al ruim een jaar verlamde bedrijf.

Akzo was al sinds 1925 betrokken bij La Seda. Volgens het chemieconcern was het bedrijf structureel verliesgevend, maar werden diverse reorganisatieplannen door de andere aandeelhouders geblokkeerd. Daarop besloot Akzo de banden met de fabriek te verbreken, zo werd vorig jaar verklaard. In 1990 leed La Seda een verlies van 50 miljoen gulden. In 1991 zou het verlies, volgens de toen gepubliceerde verwachting, oplopen naar de 100 miljoen gulden. La Seda staat voor ruim 2 miljard gulden rood bij verschillende banken. ABN Amro is een van de schuldeisers.