Bonn zoekt meer geld voor ex-DDR

BONN, 2 SEPT. Twee dagen na voorstellen van de leider van de CDU-fractie in de Bondsdag, Wolfgang Schäuble, om voor de opbouw van Oost-Duitsland verplichte en renteloze leningen van de hogere inkomens in West-Duitsland te eisen, zijn de ministers Waigel (financiën) en Möllemann (economische zaken) al met andere voorstellen gekomen.

Waigel (CSU) voelt voor een grote, laagrentende maar fiscaal aftrekbare, "Duitsland-lening'. Möllemann (FDP) suggereerde gisteren na een gesprek met Franz Steinkühler, voorzitter van de grootste Europese vakbond IG Metall, om verlaagde belastingtarieven voor bedrijven in Oost-Duitsland in te voeren. De liberale minister lijkt in zoverre bekeerd dat hij zich ook voorzichtig uitsprak voor een meer door de overheid geregisseerde industriepolitiek in de vroegere DDR, iets waar de FDP totnutoe mordicus tegen was. Met zijn Duitsland-lening zou Waigel twee vliegen in één klap willen slaan: uit eigen land verdwenen kapitaal “terughalen” én middelen vinden om de snel groeiende staatsschuld te financieren. Volgens nu ook officiële prognoses stijgt de staatsschuld tot circa 2.000 miljard mark per eind 1995, of 50 procent van het BNP (eind 1991: 41). In die prognoses is rekening gehouden met 100 miljard aan kredietgaranties en een dan uitstaande schuld van 350 miljard van het Treuhand-instituut, dat de vroegere Oostduitse staatsbedrijven moet saneren en privatiseren. Maar naast deze "DDR-erfenis', zoals Waigel het noemde, is in zijn raming nog niet de geaccumuleerde schuld van 400 miljard van de Oost- en Westduitse spoorwegen opgenomen. Die moeten in '96/'97 worden geprivatiseerd, maar Waigel weigert om straks die schuld over te nemen.

Op een bijeenkomst van de bond van belastingbetalers nam Waigel gisteren afstand van het plan-Schäuble, al zal hij dat wel “grondig bestuderen”. Het Duitse kabinet zou vandaag over dat plan oordelen.

Pag.17: Waigel wil vluchtkapitaal naar Duitsland terughalen

Zelf ziet Waigel meer in een fiscaal aftrekbare lening met een (lage) rentevergoeding. Sinds het Duitse Constitutionele hof hem afgelopen voorjaar de verplichting oplegde om de rente op spaarkapitaal (weer) te belasten is in een paar maanden tijd al zo'n 35 miljard naar buitenlandse banken (vooral: Luxemburgse) verdwenen. Dat geld zou hij met zijn “onconventionele” lening-aanbod naar Duitsland willen terughalen. Hij schat een opbrengst van 20 miljard per jaar.

SPD en FDP hebben direct kritisch op Waigels plan gereageerd. “Ik val uit mijn stoel”, zei FDP-voorzitter Lambsdorff, “een paar maanden geleden is net de belastingvrijdom op pandbrieven en effecten afgeschaft, zo'n korte memorie kunnen de burgers niet hebben”. SPD-Bondsdagspecialist Joachim Poss vroeg de minister zijn “waanzinnige idee' (Schapsidee) direct te vergeten. Hij wees erop dat het tot verdere vergroting van de staatschuld en tot nieuwe onrust op de kapitaalmarkt zou leiden.

Het beeld van grote verwarring over de vraag hoe zonder de belastingen te verhogen toch extra geld kan worden binnengehaald, werd gisteren in Bonn ook anderszins versterkt. Namelijk doordat de oppositionele SPD terugkwam van haar aanvankelijke afwijzing van de Zwangsanleihe van Schaüble en de uit Oost-Duitsland afkomstige minister van verkeer Gunther Krause (CDU). Dat plan mikt op een driejarige verplichte en renteloze fiscale opslag van 5 procent op inkomens van 5.000 mark, of 10.000 mark bij gehuwden, en net zo'n opslag voor bedrijven met meer dan 20 werknemers. Hoewel de SPD, evenals de vakbeweging, een directe fiscale “solidariteitsbijdrage” van 10 procent van de hogere inkomens voor de opbouw van Oost-Duitsland prefereert, liet haar sociaal-economische Bondsdagspecialist Wolfgang Roth gisteren horen dat er over het plan-Schaüble toch te praten valt. De vakbeweging daarentegen wees gisteren, na haar aanvankelijke positieve reacties van het weekeinde, het plan-Schäuble vierkant af.

Bovendien laaide gisteren hernieuwde spanning op tussen de regeringscoalitie enerzijds en de SPD en de vakbeweging anderzijds over de CAO-politiek. IG Metall-voorzitter Steinkühler waarschuwde voor plannen van de regeringscoalitie om alsnog af te wijken van voor 1995 afgesproken procentuele gelijkschakeling van de lonen tussen Oost- en West-Duitsland.

“Kapitalitische West-prijzen kunnen niet met socialistische Oost-lonen worden betaald”, zei Steinkühler na een gesprek met minister Möllemann. Hij had laten doorschemeren dat de vakbeweging de komende jaren wel bereid is om aan inkomensmatiging mee te werken, bijvoorbeeld door een deel van CAO-verbeteringen te reserveren voor investeringen. Maar zij weigert om het “Lufthansa-saneringsmodel” van gisteren (vrijwillige inkomensbevriezing én langere werktijden) een bredere voorbeeld-functie te geven. Evenmin wenst zij bestaande CAO-afspraken alsnog te laten openbreken, zoals werkgevers en de regeringscoalitie na een voorjaar en zomer van nieuwe “dure” CAO's en een intussen stagnerende economische conjunctuur bepleiten.

Na zijn gesprek met Steinkühler zei minister Möllemann gisteren dat hij lagere belastingen in Oost-Duitsland “als prikkel” voor Westduitse investeerders gewenst acht. Dergelijke FDP-ideëen zijn overigens begin 1990, bij de vorming van het zittende kabinet-Kohl, al eens afgewezen omdat de CDU/CSU ervan vreest dat het vooral tot het “weglekken” van belastingopbrengsten zou leiden. Met hulp van Bonn en het Treuhand-instituut zouden grotere industriële eenheden in de vroegere DDR moeten worden gefinancierd, zei Möllemann ook. Bij de verkoop van opgesplitste vroegere staatsbedrijven ontstaan te kleine bedrijven gegeven de competitie op de vrije markt. Als voorbeeld daarvan zag hij de Oostduitse machinebouw, waar sinds begin '91 nog maar de helft (177.000) van het aantal banen over is.