Bloemstuk op WVC-lijst kopie uit Brueghel-atelier

DEN HAAG, 2 SEPT. De minister van WVC is bereid opnieuw te laten onderzoeken of het schilderij Groot bouquet in houten kuip terecht op de lijst staat van kunstwerken die het land niet uit mogen.

Nieuw kunsthistorisch onderzoek heeft aangetoond dat het niet om een origineel werk van Jan Brueghel de Oude (1568-1625) gaat, zoals de minister veronderstelde, maar om een kopie uit zijn atelier. Dit bleek gisteren tijdens de hoorzitting voor de Raad van State over het paneel met het zeventiende eeuwse bloemstuk. De Duitse kunstverzamelaar D. Doll wil het kopen, maar het kunstwerk mag het land niet uit omdat het krachtens de Wet Behoud Cultuurbezit een "onmisbaar' en "onvervangbaar' cultureel voorwerp zou zijn.

Volgens de advocaat van Doll, mr. P. Russell staat het ten onrechte op de lijst. Het is geen origineel, zoals de minister van WVC op de lijst schrijft, maar een van de achttien kopieën van het bloemstuk. De minister stelt ook dat het een gesigneerd paneel zou zijn, en dat blijkt evenmin het geval. Bovendien hangt in het Rijksmuseum een vrijwel identiek bloemstilleven uit Brueghels atelier, dat van betere kwaliteit is en in betere staat verkeert dan het omstreden schilderij dat momenteel in depot in het museum Boymans-Van Beuningen in Rotterdam hangt.

Russell verwijt WVC onzorgvuldig te hebben gehandeld, door op verkeerde gronden een kopie als een topstuk op de lijst te zetten. De advocaat die namens de Rijksdienst Beeldende Kunst (WVC) het woord voerde, mr. C. Heijning, bestreed dat. De toeschrijving aan Jan Brueghel de Oude was volgens haar ten tijde van de plaatsing op de lijst ook al onzeker, maar om de eigenaar niet te benadelen heeft men het toch op naam van Brueghel gezet. De opmerking over de signatuur is een vergissing. De nieuwe feiten zijn echter te laat bekend geworden bij WVC om de minister nog van mening te doen veranderen. Vooralsnog zal WVC opnieuw overwegen het schilderij van de lijst te schrappen, als Doll een nieuwe procedure begint.