"Van Dis had eigen cassetterecorder moeten meenemen'

NEW YORK, 1 SEPT. De Amerikaanse antropoloog Vincent Crapanzano verwerpt de mening van auteur Adriaan van Dis dat zijn werkwijze in zijn boek Het beloofde land geen plagiaat is. “Hij heeft zonder bronvermelding materiaal uit mijn boek overgenomen en het zich toegeëigend. Dat is plagiaat,” aldus Crapanzano (53), die als hoogleraar antropologie verbonden is aan de City University of New York.

Van Dis nam in Het beloofde land passages over uit Waiting: the Whites of South Africa, dat Crapanzano in 1986 publiceerde. Het betreft uitspraken die Crapanzano optekende uit de mond van Afrikaners. Nadat het overnemen van de passages bekend was geworden, zei Van Dis in deze krant dat plagiaat “een veel te groot woord” was. Er is volgens Van Dis immers “geen sprake van het overnemen van karakters, plot of ideeën”.

Crapanzano noemt dit een “vals onderscheid”. “Hij eigent zich mijn werk toe. Punt uit. Iedere verdere poging tot nuancering is bizar.” Hij wil niets zeggen over eventuele eisen die hij of zijn advocaat aan Van Dis of aan zijn uitgever Meulenhoff stelt. Hij bevestigt de ontvangst van een brief van Van Dis maar houdt de inhoud voor zich. Ook de vraag of de inhoud hem tevreden stelt, wil hij niet beantwoorden. Crapanzano accepteert echter niet de verklaring die “Van Dis en de mensen om hem heen” hebben gegeven, dat het hier gaat om een nieuwe manier van schrijven. “Dat is allemaal mystificatie en voor mij volkomen onaanvaardbaar. Modernistisch of postmodernistisch vind ik allemaal best maar dat rechtvaardigt niet deze methode. Werk van mij plagiëren en in een nieuwe context plaatsen is geen nieuwe literatuur, hoe je het ook uitlegt”.

Volgens de Amerikaan is er bij ieder boek tussen schrijver en lezer een ongeschreven verbond. De lezer vertrouwt erop dat de auteur hem niet bedriegt. Als hij dat wel doet, door andermans werk als het zijne te presenteren, pleegt hij verraad. Crapanzano: “Wie zich één keer verraden weet, zal gaan twijfelen aan de waarheidsgetrouwheid en oprechtheid van alles wat die auteur gedaan heeft.”

Eenzelfde soort code van vertrouwen bestaat er naar zijn zeggen tussen auteurs onderling. “Er moet respect zijn. Het is normale hoffelijkheid tussen schrijvers om bronnen te noemen”, aldus Crapanzano.

In het geval van Het beloofde land ziet hij nog een complicerende bijkomstigheid: “Het gaat hier om uitspraken die mij in vertrouwen zijn verteld. Van Dis neemt die over zonder enige verantwoording in zijn boek, waarmee hij behalve tegen mij ook tegen de personen uit wier mond ze afkomstig zijn verraad pleegt.”

Van Dis verklaarde vorige week in deze krant dat hij alleen een paar “racistische argumenten” had overgenomen. “Een paar clichés, sweeping statements uit de Afrikaner gemeenschap, die je overal hoort en die pasten in het betoog van mijn personages,” aldus Van Dis. Geconfronteerd met deze uitspraak, zegt Crapanzano: “Ik heb begrepen dat meneer Van Dis zelf in Zuid-Afrika is geweest. Als hij daar inderdaad is geweest, waarom heeft hij die uitspraken die je overal hoort, dan niet zelf op een cassetterecordertje opgenomen?”

    • Lucas Ligtenberg