Telefoon als middel om aan eenzaamheid te ontsnappen

Gay Pervers, Radio 4, 22.30-0.00u.

Tijdens het Theaterfestival ging zondagmiddag het eerste hoorspel van toneelschrijver en -regisseur Gerardjan Rijnders in première. Het hoorspel, Gay Pervers, is geschreven in opdracht van de NCRV-radio en wordt vanavond uitgezonden. De regie is van Rijnders zelf. Technicus Leo Knipman weet met de geluidsband zoveel suspense op te roepen, dat telefoongerinkel, klassieke muziek, geluiden van de televisie en zelfs het aansteken van een sigaret een zelfstandige en dreigende betekenis krijgen.

Twee acteurs van Toneelgroep Amsterdam, Hein van der Heijden en Peter Oosthoek, vertolken de rollen van Ad en Bob. Beiden zitten gekluisterd aan de televisie en zoeken contact met elkaar over de telefoon. Het enige wat hen bindt is dat ze kijken en luisteren naar hetzelfde station. De communicatie verloopt moeizaam: er vallen veel stiltes, onderbroken door telefoongerinkel, en er zijn veel één-woord zinnetjes. Het hoorspel behelst zowel de gesprekken tussen Ad en Bob als wat zich afspeelt in de kamer van de ene man èn in de kamer van de andere. Bovendien suggereren de beide televisietoestellen een band met de buitenwereld. Zover ik weet is het voor het eerst dat een hoorspel het bereik heeft van zulke verschillende locaties, die zich gelijktijdig aan de luisteraar aandienen.

De beide figuren zijn vreemden voor elkaar. Zonder verdere inleiding opent de eenzame Bob het hoorspel met: “Ik ben bang. (-) Er komt nog zoveel. (-) Zoveel tijd.” Duidelijk wordt de indruk gewekt dat hij een 06-nummer heeft gedraaid, aangezien Ad zich ook Arthur laat noemen. Trouwens, over naamsverwisseling gesproken: Bob heet eigenlijk Tom en Ad noemt zich bovendien ook nog eens Tom. Misschien zijn het niet twee personages maar is het er slechts een, een oudere man en zijn jongere alter-ego.

In gecondenseerde vorm biedt Gay Pervers een weergave van andere relatiedrama's die Rijnders in de loop van de jaren schreef en waarin televisie en telefoon (zoals in Titus, geen Shakespeare), als middelen om aan de eenzaamheid te ontsnappen, een steeds grotere rol zijn gaan spelen. Ook in stijl is het stuk herkenbaar als een typische Rijnders: er is die voortdurende combinatie van hunkering naar tederheid en afstraffing daarvan, hardheid en poëzie waardoor de toehoorder gefascineerd raakt. Perfiditeit ligt op de loer, zoals in het opzettelijk lang laten rinkelen van de telefoon door Ad, terwijl hij weet dat Bob belt.

Op het Festival was een speciaal forum aan Rijnders gewijd. Een van de sprekers poneerde terecht de stelling dat zijn werk niet cynisch is, zoals velen denken, maar getuigenis aflegt van het zoeken naar 'beelden van geluk'. Ditzelfde mechanisme is werkzaam in Gay Pervers, dat aanvankelijk minder beladen gewoon Hoorspel zou heten. Na een kil en onverschillig dieptepunt in het gesprek gloort er tegen het slot licht. Bob zegt: “Ja, maar ik hou je vast en jij houdt mij vast.” Lichamelijke toenadering over de telefoon tussen Bob die Tom heet en Ad die aanvankelijk ook Tom heet. Het wezen van de relatielijnen dramatisch verklaard: ieder zoekt simpelweg zijn eigen evenbeeld. En vindt die alleen dankzij de fantasie die een telefoongesprek toestaat.