Soeharto roept top op tot eensgezindheid

JAKARTA, 1 SEPT. President Soeharto van Indonesië heeft in zijn openingsrede voor de tiende topconferentie van niet-gebonden landen, vanochtend in Jakarta, de delegaties opgeroepen “in dit nieuwe tijdperk na de Koude oorlog de uitdagingen van oorlog en armoede eensgezind het hoofd te bieden”. Hij poogde de afstand tussen de korte termijnzorgen van de islamitische lidstaten, die "Bosnië' bovenaan de agenda willen hebben, en de langere termijnproblemen van met name de Afrikaanse landen, die vooral over hun economische problemen willen praten, te overbruggen met een aantal concrete voorstellen.

Soeharto noemde het “een tragedie” dat Joegoslavië, dat 31 jaar geleden aan de wieg stond van de beweging der niet-gebonden landen, “als staat uiteengevallen is”. Hij deed een beroep op de Veiligheidsraad om secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali de nodige volmachten te geven “opdat de Verenigde Naties verder kunnen gaan dan loutervredeshandhaving en een actieve rol kunnen spelen bij herstel van de vrede in Bosnië-Herzegovina”.

Over de kwestie Joegoslavië ontstond afgelopen weekeinde onenigheid tijdens de ministersconferentie ter voorbereiding van de top. Islamitische landen pleitten voor uitstoting van de Joegoslavische rompstaat, maar dat voorstel stuitte op verzet van Afrikaanse en Latijns-Amerikaanse vertegenwoordigers. Besloten werd de kwestie van Belgrado's lidmaatschap over de top heen te tillen en pas aan de orde te stellen tijdens de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, later in september.

Soeharto, die de openingszitting leidde omdat Indonesië met ingang van vandaag voor drie jaar voorzitter is van de beweging, prees de rol van de Verenigde Naties in Somalië en riep de strijdende partijen in de aldaar woedende burgeroorlog op tot “nationale verzoening”. Het grootste deel van de presidentiële rede ging echter over vraagstukken van langere adem. Soeharto zei dat de beweging, “geboren uit de strijd tegen het kolonialisme en afwijzing van de blokken”, van nu af aan de hoogste prioriteit zal moeten geven aan ontwikkeling en economische samenwerking, want “de kloof tussen Noord en Zuid is het centrale probleem van onze tijd”. “Wij moeten er voor zorgen”, aldus de voorzitter, “dat de nieuwe wereldorde, waarvan de industrielanden tegenwoordig reppen geen nieuwe versie wordt van het oude model: overheersing van de zwakken door de sterken en van de armen door de rijken.”

Soeharto riep op tot volledige kwijtschelding van schulden voor de allerarmsten, verlichting van de schuldenlast alsmede nieuwe leningen voor andere ontwikkelingslanden en een verdergaande Zuid-Zuid samenwerking. Ter verlichting van periodieke hongersnoden stelde hij de lidstaten voor om gezamenlijk buffervoorraden aan te leggen van eerste levensbehoeften. Hij kritiseerde rijke landen die hun kredieten laten afhangen van respect voor de mensenrechten en daarbij maatstaven aanleggen die “niet altijd zijn toegesneden op de sociaal-culturele werkelijkheid in ontwikkelingslanden”.

Soeharto pleitte echter voor een “verzoenende benadering van het noorden”, om “gezamenlijk de basis te kunnen leggen voor een nieuwe consensus over de ontwikkeling van het Zuiden”. Ten slotte stelde hij voor om vanuit de gelederen der niet-gebonden landen een werkgroep te vormen, die voorstellen moet doen voor “herstructurering en democratisering van de Verenigde Naties”, opdat de ontwikkelingslanden meer gewicht in de schaal leggen binnen de volkerenorganisatie.

De openingszitting werd bijgewoond door delegaties uit 85 van de 108 aangesloten landen, waaronder 30 staatshoofden. Met ingang van deze top is de beweging uitgebreid met Birma, Brunei, Oezbekistan en de Filippijnen. Voor dat laatste land stond het lidmaatschap pas open na sluiting van de Amerikaanse militaire bases Clark en Subic Bay.

Zowel Soeharto zelf als de sprekers die na hem kwamen, wezen op de historische lading van het Indonesische voorzitterschap. Indonesië behoorde tot de koplopers van de dekolonisering en was met India, Egypte en Joegoslavië een van de oprichters van de beweging van niet-gebonden landen. De ideeën voor een ongebonden buitenlandse politiek werden voor het eerst geformuleerd in 1955, tijdens de Afro-Aziatische Conferentie die op uitnodiging van de toenmalige Indonesische president Soekarno bijeenkwam in Bandung. “Bandung” wordt beschouwd als de bakermat van de beweging, die in 1961 formeel werd opgericht. In de zaal zat vanmorgen één leider die al in 1955 van de partij was: prins Norodom Sihanouk, destijds koning, nu waarnemend president van Cambodja. Een andere "veteraan van Bandung' maakt deel uit van de Indonesische delegatie: prof. Soenario, die in 1955 minister van buitenlandse zaken was en vorige week negentig jaar oud werd.