Sociologie van Nederland

DIT IS EEN LAND waar het goed toeven is en over het algemeen zijn wij Nederlanders tevreden mensen.

Een goede gezondheid vinden we belangrijk, een leuk gezin en een goed huwelijksleven staan hoog op ons verlanglijstje. Seks buiten de vaste verhouding wordt minder gedoogd dan een paar jaar geleden en we vinden allang niet meer dat alleenstaanden ongelukkiger zijn dan gehuwden. Over mensen met een sociale uitkering denken we minder mild en ongelijkheid van inkomen en bezit raken steeds meer geaccepteerd. Ons denken over buitenlanders is nog altijd tolerant. De verzorgingsstaat staat nog steeds overeind. Nederland bevindt zich, kortom, in een periode van stabilisering waarin de bevolking er per saldo niet slechter voorstaat dan tien jaar geleden.

Nederland anno 1992: dank zij het tweejaarlijkse sociaal en cultureel rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau is alles weer in kaart gebracht. Van achterstandsbeleid tot zorgverzekering. Alle mogelijke ditjes en datjes zijn in deze periodieke barometer van welzijn en geluk te vinden.

Daarmee is dit rapport niet verrassend. Wie een beetje om zich heen kijkt en luistert ziet zijn waarnemingen van alledag in het rapport bevestigd. De kloof tussen politiek en burgers mag een geliefd thema voor discussies zijn, uit het rapport blijkt dat het denken in Den Haag en het denken van de "mensen in het land' aardig spoort. Zoals het SCP-rapport schrijft: “Als er al een probleem is, dan is dat niet het probleem van een algehele afkeer van de politiek of een plotseling schrijnend gebrek aan burgerzin, maar van een afnemende institutionele betrokkenheid”.

HET RAPPORT van het Sociaal en Cultureel Planbureau zal de komende weken ongetwijfeld worden gespeld door politici en vervolgens veelvuldig aangehaald. Want nergens worden de trends en voorkeuren van het electoraat zo nauwkeurig en overzichtelijk gepresenteerd als in dit ruim 500 pagina's tellende boekwerk. In die zin voldoet het Sociaal en Cultureel Planbureau geheel aan de verwachtingen die twintig jaar geleden, bij de oprichting, over dit instituut leefden. Vrijwel de hele Kamer deelde toen het verlangen naar een bureau dat op welzijnsbeleid de evenknie zou zijn van het Centraal Planbureau of de Rijksplanologische Dienst.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau is er in 1973 gekomen en heeft sindsdien tal van studies gepubliceerd. Sommige rapporten, zoals bijvoorbeeld het in 1977 verschenen 'Profijt van de overheid', waren trendsettend; andere raakten een dag na publikatie in de vergetelheid. De overeenkomsten met de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) zijn wat dat betreft frappant. Waar een overheid kampt met een overproduktie aan beleid, is nauwelijks te ontkomen aan een overproduktie van onderzoek. Een verschil tussen deze beide denkinstituten is dat het SCP dichter tegen de beleidswaan van de dag aanschurkt dan de WRR.

IN HET KADER van de grote efficiency-operatie die Den Haag zichzelf heeft opgelegd, is het functioneren van adviesorganen ter discussie komen te staan. In het geval van de WRR is zelfs even sprake geweest van opheffing. Het leidde uiteindelijk tot de in de Haagse bureaucratie bekende keuzevermijdende oplossing om het instituut te handhaven maar het aantal medewerkers te verminderen. Het CPB heeft zichzelf met de recente publikatie van twee toekomstscenario's in de luwte van het debat over adviesorganen gestuurd. En trouwens: een altijd naar opportunisme neigende overheid kan de prikkels van een onafhankelijk functionerende wetenschappelijke raad of de macro-economische kanttekeningen van het CPB niet missen.

Over het nut en onnut van het Sociaal en Cultureel Planbureau is het debat nog nauwelijks gevoerd. Toch is er aanleiding om kritisch naar dit instituut te kijken. Is er behoefte aan een ambtelijk bureau dat zich richt op onderzoek naar het sociale en culturele welzijn in het land? Het onderzoek dat het SCP verricht, kan heel goed worden uitbesteed aan universiteiten of zelfstandige instellingen die op bestelling onderzoeken hoe het met het welzijn van Nederland is gesteld. Voor de sociologie van de lage landen die het SCP in zijn rapport presenteert, hoeven in Rijswijk geen onderzoekers op de loonlijst van WVC te staan.