Sociaal en Cultureel Rapport 1992; VRIJE TIJD, MEDIA, CULTUUR; Minder vrije tijd voor veertigers en dertigers

Dertigers en veertigers jaar krijgen het steeds drukker. Dat komt doordat jongeren en ouderen steeds minder werken. Voor deelname aan kunst en cultuur is het inkomen steeds minder een bepalende factor.

- Nederlanders krijgen het steeds drukker. In 1985 beschikte de gehele bevolking gemiddeld over 49 uur vrije tijd per week, in 1990 was dat gedaald tot 47,2 uur. De daling in beschikbare vrije tijd is het sterkst bij personen jonger dan vijftig jaar, vooral als ze een goede opleiding hebben. Personen ouder dan vijftig hebben het iets rustiger gekregen.

- Deze ontwikkeling doet zich voor doordat in de groep tot vijftig jaar een concentratie van bezigheden optreedt. Betaalde banen worden steeds meer bezet door personen die het ook met hun huis, hun gezin en cursussen nogal druk hebben. Verder zijn huishoudens steeds kleiner aan het worden, en die schaalverkleining kost tijd. Steeds meer mensen moeten voor steeds minder gezinsleden huishoudelijk werk en boodschappen doen. Daar komt bij dat jongeren steeds langer op school zitten en veel ouderen werkloos zijn of via WAO en VUT zijn afgevloeid.

- Hoewel de hoeveelheid vrije tijd dus is afgenomen, wordt die tijd steeds gevarieerder besteed. Van elke drie vrije uren worden er twee thuis besteed. Televisiekijken is daarbij favoriet. In 1990 werd 40 procent van de vrije tijd thuis voor het scherm doorgebracht. Lezen en praten met visite of huisgenoten werden hiervan de dupe.

- Bij de vrijetijdsactiviteiten buitenshuis is sportbeoefening en bezoek aan cafés en restaurants populair. Er wordt daardoor in de vrije tijd ook steeds meer auto gereden, 24 procent meer dan tien jaar geleden.

- Een lage opleiding levert bij de deelname aan vrijetijdsactiviteiten vaker een achterstand op dan een laag inkomen. Voor het lezen van boeken, museumbezoek en het genieten van kunst via elektronische media is de hoogte van het inkomen niet meer bepalend. Onder de bezoekers van museum, schouwburg en concertzaal blijven mensen met een hogere opleiding oververtegenwoordigd.

- Naarmate de opleiding hoger is, vertoont het vrijetijdsrepertoire een grotere diversiteit, is de uitgaansfrequentie hoger, wordt er meer gelezen en minder televisie gekeken en neemt ook de deelname aan sportbeoefening en openluchtrecreatie toe.