Sociaal en Cultureel Rapport 1992; SOCIALE ZEKERHEID; WAO-ers genieten relatief hoog inkomen

Het Sociaal en Cultureel Planbureau weerlegt de vaak gehoorde bewering dat het inkomen van de meeste WAO-ers op het sociaal minimum ligt. Gebleken is dat het besteedbaar inkomen van huishoudens waar het hoofd een WAO-uitkering heeft, in 1988 op 36.700 gulden lag. Pensioenontvangers kregen 31.400, werklozen 24.700 en bijstandontvangers 23.700 gulden.

- De koppeling van de uitkeringen aan de lonen mag van het Sociaal en Cultureel Planbureau op de helling. De nieuwe koppelingswet uit 1991 geeft mensen met een uitkering net zo min enige garantie als de oude uit 1979, die overigens bijna nooit is uitgevoerd. Het is daarom beter de uitkeringen te koppelen aan de prijzen; de uitkeringen zijn dan in ieder geval waardevast. Bovenop de prijscompensatie moet dan een periodieke toeslag komen, die afhankelijk is van de economische groei en de financiële ruimte die de overheid heeft.

- Het maatschappelijk draagvlak voor ingrepen in de Wet arbeidsongeschiktheid is zeer groot: 87 procent van de ondervraagden vindt dat de regering het aantal arbeidsongeschikten moet terugdringen door aan het WAO-recht strengere voorwaarden te verbinden. Over de wijze waarop moet worden ingegrepen, lopen de meningen echter sterk uiteen.

- Het SCP vermoedt dat de kabinetsplannen inzake de Ziektewet en de WAO - gelet op de publieke opinie - het maximaal haalbare vormen. Gesignaleerd wordt dat één maatregel achterwege blijft die beslist op brede publieke steun kan rekenen: namelijk bedrijven te verplichten gehandicapten in dienst te nemen.

- Toch schieten de plannen met de Ziektewet en de WAO volgens het Planbureau tekort. Een kortere en lagere WAO neemt de oorzaken van de stijging van het WAO-volume niet weg. Het is nodig om de toegang tot de WAO direct te beperken tot mensen die op hun werk letsel hebben opgelopen, zoals ook overal in het buitenland gebeurt. Ook moeten mensen die slechts voor een klein deel arbeidsongeschikt zijn, niet langer een WAO-deeluitkering blijven krijgen.

- Bij de sociale zekerheid is het fraudebeleid de afgelopen twee jaar weliswaar enigszins verscherpt, maar bij de bedrijfsverenigingen, zo concludeert het Sociaal en Cultureel Planbureau is men voorlopig in goede bedoelingen en louter schriftelijke controles blijven steken.

- Het beleid om het beroep op de sociale zekerheid te verminderen, hangt volgens het bureau te veel af van de noodzaak van korte termijn-ombuigingen. Er moet een lange termijn-aanpak komen, los van de financiële noodzaak, aldus het SCP.

- Het opinieklimaat in Nederland met betrekking tot de sociale zekerheid is vorig jaar iets harder geworden. In 1985 vond 34 procent van de Nederlanders dat de sociale uitkeringen moeten stijgen, in 1990 was 57 procent die mening toegedaan. In 1991 nam de steun voor hogere uitkeringen voor het eerst sinds jaren af, tot 35 procent.

- Toch vond nog altijd slechts zeventien procent van 1.717 ondervraagden dat de sociale uitkeringen moeten dalen. Wat de uitkeringen afzonderlijk betreft, antwoordde vorig jaar 86 procent dat de Ziektwet-uitkering hoog genoeg was. Daarna volgde de Werkloosheidswet (77 procent), de WAO (61), de AOW (53), de Weduwen- en Wezenwet (52) en ten slotte de Bijstand (47).

- De totale Nederlandse inkomensverdeling is, vergeleken met het buitenland, relatief vlak, maar de verschillen zijn in de tweede helft van de jaren tachtig wel groter geworden. Het sociaal minimum lag in 1991 reëel zeven procent onder het niveau van 1979. Nog altijd blijkt een meerderheid van de Nederlanders voorstander te zijn van verdere nivellering. Naar Europese maatstaven is het niveau van de Nederlandse uitkeringen relatief hoog, maar ligt het peil van de pensioenvoorzieningen op een gemiddeld niveau.

    • Warna Oosterbaan
    • Quirien van Koolwijk
    • van Ward op den Brouw
    • Kees Calje