Sociaal en Cultureel Rapport 1992; JUSTITIE; Hogere straffen; meer aandacht voor misdaad

Onder hoger opgeleiden en in linkse kring wordt de criminaliteit als een steeds groter probleem ervaren. Bijna 90 procent van de bevolking meent dat de criminaliteit de laatste jaren nog stijgt, terwijl het percentage van de bevolking dat slachtoffer wordt van veel voorkomende criminaliteit is gedaald van 36,2 procent in 1984 naar 32,7 procent in 1990.

- Het aantal vrijheidsstraffen van lange duur (vier jaar en meer) is tussen 1982 en 1989 meer dan verdrievoudigd. De gemiddelde strafduur is gestegen van 3,2 maanden naar 5,9 maanden.

- Het aantal niet-Nederlanders dat een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf kreeg, nam sterk toe. In 1982 werd twaalf procent van de (deels) onvoorwaardelijke vrijheidsstraffen aan niet-Nederlanders opgelegd. Hierbij speelt mogelijk een rol dat niet-Nederlanders minder vaak alternatief gestraft worden.

- Het aantal alternatieve straffen neemt fors toe. De dienstverleningen die aan meerderjarigen worden opgelegd, zijn gestegen van 4.913 in 1988 naar 6.626 in 1990. Bij minderjarigen namen alternatieve sancties toe van 1.890 in 1987 tot 2.776 in 1990.

- Bij vandalisme is 82 procent van de bevolking voorstander van een alternatieve straf, bij uitkeringsfraude 67 procent. Bij mishandeling en aanranding 31 procent en 19 procent.

- In 1970 was nog bijna 24 procent van mening dat gedrag en zeden vooruitgaan, in 1985 lag dit percentage nog slechts op ruim zes procent.

- Op een aantal terreinen is in de afgelopen jaren succes geboekt met beleid om criminaliteit te voorkomen. Het SCP noemt het aanstellen van huismeesters, het bewaken van parkeergarages en het aanbrengen van alarminstallaties, verlichtingen of hekwerken bij scholen.

- Belastingontduiking door particulieren worden minder algemeen afgewezen dan tien jaar geleden en de (jongere) bevolking staat enigszins ambivalent tegenover heling.

- Hogere inkomensgroepen en hoger opgeleiden roepen verhoudingsgewijs vaak politiehulp in. Mensen met "een lage maatschappelijke deelname' - gepensioneerden en zij die in het eigen huishouden werkzaam zijn - minder.

- Het aantal mensen dat gebruik maakt van instellingen voor rechtshulp is vooral tussen 1979 en 1983 sterk toegenomen. Na 1987 vertoonde het gebruik van de advocaat, van de bureaus voor rechtshulp en de rechtshulp verstrekt door verzekeraars en vakbonden nog een geleidelijke toename.

- Het gebruik van rechtshulp is het hoogst bij de hoge inkomens en bij de netto-maandinkomens van rond de 2.100 gulden.

- Uit SCP-onderzoek blijkt dat het publiek misbruik van de sociale zekerheid nog net zo sterk afkeurt als tien jaar geleden.