Poncho's

Achter Afferden komen we aan de rand van een verrassende vlakte met vennetjes, bloeiende heide en hier en daar een in zichzelf gekeerde denneboom.

We eten brood, drinken thee en volgen de verrichtingen van een kleine bonte specht, de derde kleine bonte specht van mijn leven pas. Hij doet alles wat een grote specht zou doen, maar dan in het klein.

Achter ons om breidt zich ondertussen een storing uit. De wind zet aan, het wordt merkbaar kouder, het begint zonder enige haast te regenen. Ik kijk naar de hemel en voel me geweldig opgelucht.

Drie maanden lang heb ik zowat dagelijks aan een vernietigend stukje over de zomer gedacht. Maar ik schrijf niet graag over dingen waaraan ik een hekel heb en dit soort zomers, daar heb ik echt een hekel aan, en wat erger is: ze hebben ook een hekel aan mij, ze slaan me met moedeloosheid, beroven me van geloof en energie, maken me tot vreemdeling tot mijn eigen land. En ik wil geen paniek zaaien, maar het was de vierde verkeerde zomer al op rij.

Elke keer heb ik dat stukje uitgesteld en nu hoeft het niet meer, de ban is gebroken, de hemel staat op herfst.

We doen onze poncho's aan en werpen een laatste blik op de vlakte - vennetjes, heide, bomen. Wat zal het hier mooi zijn als er sneeuw ligt.

    • Koos van Zomeren