Onzekerheid Rekenkamer over sociale uitgaven

DEN HAAG, 1 SEPT. De Rekenkamer heeft "onzekerheden' over de rechtmatigheid van rijksuitgaven in 1991 ter grootte van 18,5 miljard gulden; de totale rijksuitgaven bedroegen ruim 200 miljard gulden. 14,4 miljard gulden aan uitgaven voor de sociale zekerheid zijn voor de Rekenkamer onzeker.

Dat blijkt uit de rapporten bij de rekeningen 1991 die de Rekenkamer vanmorgen heeft aangeboden aan het ministerie van financiën.

De Rekenkamer heeft een “redelijke zekerheid” over de rechtmatige besteding van 89,2 procent van de rijksuitgaven en 99,5 procent van de ontvangsten. Vorig jaar bedroegen die percentages 84,7 en 99,4.

De kwaliteit van de administratieve organisatie en interne controle bij het ministerie van sociale zaken zijn nog “onvoldoende”. Er zijn verbeteringen aangebracht, maar door de trage besluitvorming verwacht de Rekenkamer niet dat het financieel beheer al in 1992 op orde zal zijn.

In een reactie zei minister De Vries (sociale zaken) dat er de afgelopen jaren vooruitgang is geboekt. “Maar ik erken dat het niet zo snel gaat als ik zelf ook zou willen.” De controle is volgens De Vries “weerbarstig” en “zeer ingewikkeld”.

Volgens een woordvoerder van De Vries verloopt het werk van de "task-force', die zijn minister vorig jaar instelde, “langzamer dan verwacht”.

De departementale task-force, gesteund door twaalf werkgroepen, moest de controle op de uitgaven en het financieel beheer verbeteren, via onder meer de opzet van controle- en rapportageprotocollen.

De Rekenkamer trof een “onaanvaardbare administratieve situatie” aan bij de uitvoering van de Remigratieregeling. Op grond van deze regeling kunnen remigranten een levenslange maandelijkse uitkering in het land van hervestiging krijgen. De wijze waarop terugvorderingen werden geadministreerd en afgehandeld, noodzaakt volgens de Rekenkamer tot onmiddellijk ingrijpen. Zwakke plekken zijn verder het toezicht op daadwerkelijk vertrek en de toepassing van sanctiebepalingen bij terugkeer.