Marokkaans orkest krijgt lauwe reactie van festivalpubliek

Holland Festival Oude Muziek. Arabo-Andalusische muziek uit Fez (Marokko) door het Ensemble Al-Âla o.l.v. violist Mohammed Briouel met vocalist Abdelfettah Bennis, drie violisten, rebab, ud, tar en darboeka. Gehoord: 31/8 RASA, Utrecht. Herhaling: 1/9, RASA.

“Een beetje eentonig hè?” “Ze spelen wel vaak ongelijk.” Het was gisteren snel duidelijk: binnen het kader van het Holland Festival Oude Muziek trekt een Marokkaans orkest een ander publiek dan dat gewoonlijk RASA bezoekt. Van meezingen, juichen of andere spontane vormen van bijval is geen sprake. De evaluatie wordt bewaard voor de koffiekamer en een woord Arabisch is er daar niet bij. Lag het aan het ophouden, inhouden en inslikken van elk menselijk geluid dat het zevenmans ensemble Al-Âla zo moeilijk loskwam? Of kwam het misschien door de Noeba Al Ûshshâ, die op het programma stond, gewijd aan de “ochtend na een bewogen nacht vol schoonheid en wijn”? Waarschijnlijk was het toch het eerste, want hoe valt anders te verklaren dat darboekaspeler/vocalist Abdelfettah Bennis na een half uur spelen het publiek bijna dwong om te klappen. Hij deed het heel zwierig en had het op grond van zijn bloedstollende solo ruimschoots verdiend, maar tekenend was het wel. In RASA hing een sfeer die daar doorgaans ontbreekt; die van het museum. En de musici wisten het, want ze waren er eerder geweest.

Het door violist Mohammed Briouel onopvallend geleide ensemble uit Fez speelt de klassieke muziek van Marokko. Ouder dan Bach en Beethoven, onderwezen op conservatoria, maar nooit ingevroren of in een glazen kastje gezet. De Arabo-Andalusische muziek doet het zonder bladmuziek en moet het daarom hebben van pakkende composities die heterofoon worden uitgevoerd, met een losheid die soms aan de echte oude jazz doet denken. Niemand speelt precies hetzelfde, binnen de structuur van het stuk mogen alle musici vrijelijk variëren, zowel vocaal als instrumentaal. De verticaal gehanteerde violen, de klankkast steunend op de knie, worden vrij ruig bespeeld, de koorzang is opgewekt met een lichte neiging tot anarchie. Een woordje inslikken, achterblijven of vooruitlopen geeft geen aanleiding tot boze gezichten of ander drama. Herhaling speelt een belangrijke rol, maar juist wanneer het saai dreigt te worden komt er ruimte voor solo's. De mooiste komen van vocalist Abdelfettah Bennis die ook in de koorzang de lead heeft. Maar ook de bespeler van de ud, de Arabische luit, en leider/violist Briouel laten zich solistisch horen, lichtvoetig, vredig, dromerig. “Tussen morgenstond en duistere nacht vraag jij, Geleerde, je af hoe men verliefd wordt.” Het publiek in RASA lijkt zich andere dingen af te vragen: waarom hebben die stoelen hier geen nummers, zou het buiten nog regenen?