Literaire hondetrouw Maatstaf, 1992/7. De ...

Literaire hondetrouw Maatstaf, 1992/7. De Arbeiderspers, 80 blz. ƒ 15

Altijd overal geheel alleen Lust & Gratie, Ballingschap. 96 blz. ƒ 15. Postbus 18199, 1001 ZB Amsterdam

"Emigrant' scheldwoord Grand Street 41. 231 blz. ƒ 30,30. 131 Varick Street, 906, New York, NY 10013

Literaire hondetrouw

“Tom van Deel is een criticus die zeer nauwe banden onderhoudt met de schrijvers die hij waardeert.” Gerrit Jan Zwier, schrijver en antropoloog, aanvaardde het ambt van gastcriticus aan de Universiteit van Groningen met een toespraak waarin hij Trouw-criticus Tom van Deel bestóókt met beschuldigingen van vriendjespolitiek. Die vrienden zijn Jeroen Brouwers en Nicolaas Matsier, en, niet direct uit samenwerkingsverbanden of egodocumenten afleidbaar, Gerrit Krol en Willem Brakman. Het verwijt wordt bepaald niet voor het eerst geuit. Opmerkelijk, zeker voor een inaugurele rede, is dat Zwier zich in deze belangwekkende kwestie beperkt tot één recensent en al vrij uitgekauwde gevallen. Wat blijft is een fraaie reeks voorbeelden en het feit dat Zwier hiermee, als enige der universitaire gastcritici, de pers heeft weten te halen. Het erge is - of: de ironie wil - dat de lezer zich ogenblikkelijk en automatisch afvraagt of schrijver Zwier soms iets met criticus Van Deel te vereffenen heeft...?

Zwier is, onvermijdelijk, in zijn door Maatstaf gretig gepubliceerde polemische tekst, ook flauw, zoals in zijn aanwijzen van taalfouten in zinnen waarin Van Deel het nu juist over de slechte stijl van een auteur heeft. Over lelijke woorden bij Van Deel: “Ik val daar verder niet over, maar een criticus die een schrijver graag kapittelt over een taalfout of een afwezige komma, zou dat ook niet moeten doen.” Van Deel is blijven hangen aan enkele sterren van de oorspronkelijk mede door hem opgerichte Revisor (1974-....), zo zou je Zwiers opinie kunnen samenvatten. Van "onwankelbare trouw" spreekt hij, wat in het literaire hoogst zelden als compliment bedoeld kan zijn.

De enige criticus die in positie en dienstjaren met Van Deel te vergelijken valt is, nu Poll er niet meer is, Carel Peeters. Over hem zegt Zwier alleen dat hij “bepaalde schrijvers wil stimuleren en kritisch begeleiden”. Waar Van Deel "de door vriendschap gecorrumpeerde slippendrager' is van bijvoorbeeld Brakman, over wiens jaarlijkse romans hij met de schrijver correspondeert alvorens ze in boekvorm verschijnen en hij er als recensent van Trouw [!] enthousiast op reageren kan.

Al komt Zwier bij lange na niet als eerste met het verwijt van literaire hondetrouw aan het adres van Van Deel, het valt te hopen dat hij onverkort respons krijgt.

Maatstaf, 1992/7. De Arbeiderspers, 80 blz. ƒ 15

Altijd overal geheel alleen

Het lesbisch cultureel tijdschrift Lust & Gratie maakte een zomernummer over ballingschap. “De meeste auteurs in ballingschap schrijven dat niets zo pijnlijk is als het verliezen van je moedertaal.”

Ook in feministische kringen heeft het woord een veel bredere betekenis gekregen dan alleen de oorspronkelijke. Het begrip is gemakkelijk rekbaar en spreekt, metaforisch gebruikt, dadelijk tot de verbeelding. De schrijfster is een bannelinge. De lesbiënne. De vrouw. Of zelfs, volgens Milosz: de mens. Gelukkig koos Lust & Gratie op een enkele uitzondering na niet voor zo'n grenzeloos vage definitie van de ballingschap. Echte ontheemden in dit nummer: Marguerite Duras, Tahar ben Jelloun en Michel Tournier, Agota Kristof, Marina Tsvetajeva, en Leïla Sebbar. Min of meer gewoon ongelukkig in de eigen omgeving: Mireille Best (vreemdelinge in de stad), Ulrike Weinholt (“Als vrouw niet begrepen te worden door een man behoort tot de vanzelfsprekendheden van het leven”), en Ana Joana (lesbisch in Lissabon).

Mooi en raak is de brief van de Frans-Algerijnse Sebbar aan de Frans-Canadese Nancy Huston uit hun Lettres parisiennes, autopsie de l'exil (1986) - “dat ik nooit kan ontsnappen aan de biologische verscheurdheid waaruit ik ben geboren. Niets, zo weet ik, zal ooit die eerste wezenlijke breuk kunnen helen, opheffen: mijn Arabische vader, mijn Franse moeder, mijn islamitische vader, mijn christelijke moeder; mijn vader afkomstig uit een kuststad, mijn moeder uit het hart van Frankrijk...”

Met Julia Kristeva als leidraad las Camille Mortagne boeken van Jelloun, Duras en Tournier; Désirée Schyns verbreedt in haar stuk de vooral op Frankrijk gerichte aandacht van dit nummer met het aanduiden van balling-auteurs als Jerzy Kosinkski, Grete Weil, Else Lasker-Schüler, Elsa Triolet, Rosa Ausländer en Nina Berberova. Het onderwerp biedt veel meer mogelijkheden dan Lust & Gratie ooit zou kunnen benutten; het had scherper afgebakend moeten worden.

Tsvetajeva-vertaalsters Toos van Aken en Gonnie Lubbers introduceren de bundel Jouw tedere mond een en al kus (Prometheus) met een korte biografie (“Alles duwt me naar Rusland, waarheen ik niet kan reizen. Hier ben ik overbodig. Daar ben ik onmogelijk”) en enkele van haar gedichten. “Verlangen naar het moederland! Een/ van haar masker ontdane illusie!/ Het is mij geheel om het even - / waar ik geheel alleen zal zijn.”

Lust & Gratie, Ballingschap. 96 blz. ƒ 15. Postbus 18199, 1001 ZB Amsterdam

"Emigrant' scheldwoord

Bannelinge Nina Berberova (St Petersburg 1901, Parijs 1922-1950, sindsdien Amerika) leverde een bijdrage aan het goede Amerikaanse kwartaalblad Grand Street. Ze gaat over de grote Russische exil-bibliotheek in Parijs, de "Turgenevka', die in 1940 door de Duitsers naar eigen land werd overgebracht. De ambassade van de Sovjets - toen nog bondgenoten van de Duitsers - toonde zich tijdens de plotselinge ontruiming niet onder de indruk van de ernst van de situatie: "émigré dramatics" oordeelde men koeltjes.

Het in kleur op zwaar papier gedrukte portfolio werd, ter nagedachtenis, gewijd aan de Zwitser Jean Tinguely (1925-1991) met zijn fascinerende machines die zelfs op papier de kijklust lang bezighouden.

De Nigeriaanse Bookerprize-winnaar Ben Okri opent het nummer met het titelverhaal van zijn nieuwe boek, Incidents at the Shrine. De hoofdpersoon, "son of the soil" Anderson, wordt ziek in de vreemde stad waar hij zijn baantje verliest, keert terug naar zijn dorp en wordt door merkwaardige oerkrachten genezen. Ze ontdoen zijn lichaam van ingedrongen voorwerpen: een hangslot, een stukje glas, een kromme spijker, een kauri, en een sleuteltje. “You must come home now and again. This is where you derive power. You hear?”

Voor het eerst sinds zijn autobiografie Timebends uit 1987 publiceert de 77-jarige Amerikaanse toneelschrijver Arthur Miller (Death of a Salesman, View from a Bridge zijn de allerbekendste) hier nieuw werk, het eerste gedeelte uit de novelle Homely Girl. Het is 25 jaar geleden dat Miller zijn enige andere verhalenbundel publiceerde - zijn grootste kracht ligt ergens anders. Over een meisje met een langvormig gezicht: “She wondered if she'd been drawn out of the womb and lengthened, or her mother startled by a giraffe.” Binnen enkele bladzijden worden we door Miller geconfronteerd met een in zijn slaap overleden echtgenoot, Franco, Hitler, pogroms, een stervende rijke papa wiens as per ongeluk achtergelaten wordt op de tapkast van een katholieke en dus waarschijnlijk antisemitische Ier in New York waar de grote Beurskrach al aan komt rollen...

Mary-Claire King, professor in de genetica op Berkely, doet sober verslag van de schokkende gang van zaken rond de baby's die de militaire junta van Argentinië liet "verdwijnen'. Ze werden cadeau gedaan aan kinderloze echtparen, aan de folteraars en moordenaars van hun vaders en moeders. Genenonderzoek, een initiatief van de "Dwaze (groot)moeders van de Plaza de Mayo', moest jaren later uitsluitsel bieden over de biologische werkelijkheid. Ongeveer 160 Argentijnse kinderen zijn nog niet teruggevonden.

Opmerkelijk is een noot in de lugubere tekst "History Lesson' van Andrei Bitov, over het afslachten van Armeniërs door de Turken. Voor Armeniërs is het woord emigrant een belediging, zegt Bitov, want je land verlaten om politieke of economische redenen is iets anders dan om je vrouw en kinderen het leed te besparen van verkrachting en het gekartelde mes.

Grand Street 41. 231 blz. ƒ 30,30. 131 Varick Street, 906, New York, NY 10013