Haagse schuld (2)

Nederland neemt in de wereld een unieke positie in met zijn formele hoofdstad Amsterdam en zijn feitelijke regeringsstad Den Haag; één hoofdstad voor zon- en feestdagen, en één voor door de week.

Overal elders is de stad van waaruit het land bestuurd wordt de hoofdstad, met de daarbij behorende representatieve functie. Regeringen zijn zich van die functie bewust en zijn ook bereid daarvoor de financiële lasten te dragen.

In Nederland wordt de representatie aan Amsterdam gegund. Een significant voorbeeld vormt de jaarlijkse nieuwjaarsborrel die de koningin aanbiedt aan het corps diplomatique. Daartoe reizen de Haagse gastvrouwe en haar Haagse gasten in een wegversperrende stoet naar Amsterdam - en terug - om aldaar genoeglijk samen te komen in een door het Rijk in bezit genomen stedelijk gebouw, het Paleis op de Dam.

Onze zondag-hoofdstad profiteert van allerlei onevenredig grote subsidies, vooral in de culturele sfeer. Den Haag mag werkstad zijn. De regeringsfabrieken, de ministeries, zijn er dan ook naar, zij het dat met de jongste departementsgebouwen een positieve kentering is ingetreden - maar in het - nabije - verleden is Den Haag door de regering opgezadeld met foeilelijke bouwsels als het transitorium en de departementen van Binnenlandse Zaken en Justitie; daarvóór met de monsters van Landbouw en Defensie.

Kortom, de regering heeft het stadsbeeld van Den Haag ernstig verminkt. Het op zich nemen van het Haagse tekort zou beschouwd kunnen worden als een kleine vergoeding voor deze door het rijk toegebrachte schade.

    • Bart Rutges