Haagse schuld (1)

In de verhalen van redacteur Tom-Jan Meeus over het financieel tekort van de gemeente Den Haag is de Haagse stadsvernieuwing ten onrechte aangewezen als de hoofdoorzaak van het tekort.

Dat tekort bestaat echter uit drie elementen: 65 miljoen ontstond bij de dienst gemeentewerken door een slecht bijgehouden vorderingenadministratie, 100 miljoen bij de financieringsdienst wegens door andere diensten niet vergoede rente en ongeveer 100 miljoen als gevolg van een gebrekkige financiële administratie (destijds de verantwoordelijkheid van PvdA-wethouder Van Otterloo) van de dienst volkshuisvesting die het voor de stadsvernieuwing aangekochte bezit exploiteerde.

Onjuist is ook de bewering dat de financiële problemen vooral zijn ontstaan tijdens het driejarig bewind van het progressieve college (PvdA, D66 en Groen Links). Dat college werd bij aantreden geconfronteerd met een tekort van zo'n 40 miljoen, ontstaan onder verantwoordelijkheid van VVD-wethouders van financiën tijdens de periode van de afspiegelingscolleges van PvdA, CDA en VVD. De bezuinigingen van het progressieve college leidden tot een ruime halvering van dat tekort.

Het hoofdartikel "De Haagse Ziekte' in deze krant van 29 juli concludeerde dat de gemeente Den Haag "in een collectieve eensgezindheid een grondig zelfonderzoek achterwege liet'. Die eensgezindheid was er wel, maar louter in de gelederen van de huidige collegepartijen (PvdA, CDA, VVD en D66). Een voorstel van Groen Links om met een gemeentelijke enquête-commissie de oorzaken van het tekort, en de verantwoordelijkheid daarvoor boven tafel te krijgen, werd alleen gesteund door de oppositiepartijen. Men bewijst de democratie geen dienst als het politieke krachtenveld ten onrechte wordt voorgesteld als één pot nat.

Nu, ruim een jaar later, ook de Haagse bevolking nog steeds vol onbegrip reageert op het "plotseling opgedoken' tekort, is er een reden te meer voor zo'n onderzoek. Voor alle duidelijkheid: in mijn ogen zijn er méér dan voldoende redenen die een beroep van de gemeente Den Haag op aanzienlijke financiële steun bij de rijksoverheid rechtvaardigen. Dat ontslaat de gemeenteraad echter niet van zijn plicht het gevoerde beleid te onderzoeken en daarover verantwoording af te leggen aan de Haagse bevolking.