FNV is tegen kabinetsplan ziekteverzuim

DEN HAAG, 1 SEPT. De FNV vindt dat de rol van bedrijfsverenigingen bij de bestrijding van het ziekteverzuim niet moet worden teruggedrongen, zoals het kabinet wil. De bedrijfsverenigingen moeten volgens de vakcentrale bovendien de kans krijgen gezondheidsdiensten op te zetten ten behoeve van bedrijven.

Het kabinet besloot eind mei de begeleiding van het ziekteverzuim en de controle van zieke werknemers uit de handen van de bedrijfsverenigingen, de organisaties van werkgevers en werknemers, te halen. Bedrijven, die straks de eerste drie of zes weken van het ziekteverzuim uit eigen zak moeten betalen, moeten deskundige gezondheidsdiensten inschakelen die zowel de sociaal-medische begeleiding van zieke werknemers als preventieve maatregelen op het gebied van de arbeidsomstandigheden uitvoeren.

Om concurrentievervalsing te voorkomen mogen de bedrijfsverenigingen deze diensten niet aanbieden. De rol van de bedrijfsverenigingen - of namens hen het GAK - moet worden beperkt tot die van verzekeraar, aldus het kabinet. Na drie weken (kleine bedrijven) of zes weken (grote bedrijven) moet de bedrijfsvereniging beoordelen of het beroep dat de zieke werknemer dan op de Ziektewet kan doen, gerechtvaardigd is.

De FNV juicht het opzetten van bedrijfsgezondheidsdiensten toe, maar vindt het onjuist ze te scheiden van bedrijfsverenigingen. De vakcentrale vindt dat de preventiezorg en de verzekeringsgeneeskunde tot één discipline moeten vergroeien, dat wil zeggen het ontstaan van een “arts voor arbeid en gezondheidszorg”.

De FNV vindt dat de bedrijfsgezondheidsdiensten geen zelfstandige organisaties moeten worden, maar onder bestuur van werknemers en werkgevers moeten komen, net als de bedrijfsverenigingen nu dus. De vakcentrale vreest dat de rechtspositie van de zieke werknemer verslechtert, als werkgevers diensten van buiten kunnen inschakelen, die op commerciële basis opereren. Concurrentie tussen dergelijke diensten brengt hun onafhankelijkheid ten opzichte van de werkgever in gevaar. De FNV vreest dat een bedrijfsgezondheidsdienst zo “een verlengstuk van werkgeversbelangen dreigt te worden”.

In het geval een door de werkgever ingeschakelde deskundige dienst van oordeel is dat een werknemer niet ziek is, moet , vindt de vakcentrale, de werknemer het recht hebben op een “second opinion” van de bedrijfsvereniging. Als de bedrijfsvereniging de werknemer gelijk geeft, moet hij een uitkering krijgen, aldus de FNV.