Doopsgezinden

De berichtgeving in NRC Handelsblad van 16 augustus over de doopsgezinde participatie aan de Centrale commissie voor het vrijzinnig protestantisme behoeft enige nuancering.

De Broederschapsraad besloot over een uittreding uit de commissie een voorstel aan de 139 gemeenten in het land uit te brengen. De reacties - in het bijzonder van de met andere samenwerkende gemeenten - worden afgewacht, terwijl de landelijke Broederschapsvergadering van alle gemeenten tezamen in het najaar definitief zal beslissen.

Ondergetekende was van 1979 tot 1984 voorzitter van de Centrale commissie. Dus alweer enige tijd geleden!

Het advies is gebaseerd op een aanbeveling aan de Broederschapsraad van de interne doopsgezinde commissie samenwerking, die zich baseerde op recentere ervaringen tussen bestuurders van de participanten. Brüsewitz maakt deel uit van deze commissie en sprak dus niet als Haags predikant.

In 1977 heeft de centrale commissie haar beleid gericht op de toentertijd vaak bloeiende samenwerking tussen gemeenten en afdelingen van de participerende verwante denominaties in het locale vlak. Begeleiding gericht op toerusting en geloofsbezinning werd in gezamenlijke werkgroepen opgebouwd en aangereikt, schriftelijk en in landelijke bijeenkomsten.

Dat een enquête in '89/90 bij doopsgezinde gemeenten geringe belangstelling aantoont en recente ervaring van bestuurders thans tot de constatering moet leiden, dat het beleid niet heeft gebracht wat ervan werd verwacht is vooral uit oecumenisch missionair oogpunt bijzonder te betreuren. Toch moet men reëel zijn.

De samenstelling van de werkgroepen is blijkbaar niet goed van de grond gekomen, ondanks grote inspanning van enkelen. De breed opgezette fundering van denken en doen naar de toekomst toe in de CC-werkgroepen laat - getuige het laatste Doopsgezinde Jaarboekje - een geringe Doopsgezinde participatie zien.

De keuze voor de "smalle weg' is overigens niet van vandaag of gisteren. In 1989 werd in een conferentie aan de hand van drie referaten voorkeur uitgesproken voor de eigen weg, het op eigen kracht volgen van de Doopsgezinde traditie, overigens met participatie in de oecumene.

Deze weg wordt wel in de bijbelse zin (Matt.7) als de smalle weg aangeduid. Behoudens deze optie kwamen ter conferentie aan de orde een mogelijk oriënteren van de Broederschap op het Samen-op-weg proces van de "grote' protestantse kerken, waarbij de Remonstrantse Broederschap als waarnemer optreedt. Een andere optie was die van een nauwere samenwerking van de "kleine' in commissie-verband.

De keuze voor de eigen weg moest wel automatisch leiden tot verwijdering van "geestverwanten'. Terwijl volgens mij samenwerking een groot goed is.