Directeur mag blijven

'S HERTOGENBOSCH, 1 SEPT. De Bestuursafdeling van de rechtbank in Den Bosch heeft het ontslag van de directeur van het Maastrichtse Conservatorium, L. Schoenmakers, nietig verklaard. De motivatie van die uitspraak wordt eind deze week verwacht.

Schoenmakers werd op 1 juli 1991, tien maanden na zijn benoeming tot directeur, door het College van Bestuur van de Rijkshogeschool Maastricht ontslagen wegens "onbekwaamheid en ongeschiktheid'. Kort daarvoor was hem tot twee keer toe een schorsing opgelegd. Een diepgaand conflict met de staf, bestaande uit twee coördinatoren en twee adjunct-directeuren, was volgens het college de voornaamste beweegreden daarvoor. Schoenmakers zag volgens eigen zeggen de onbekwaamheid van de staf als een bedreiging voor de opleiding: “Na het gedwongen vertrek van de vorige directeur heeft de staf anderhalf jaar de dienst mogen uitmaken. In die tijd is een bepaalde cultuur ontstaan. Ik ben meteen begonnen een aantal uitwassen, zoals het chronisch absenteïsme van docenten en studenten, te bestrijden en de examens weer op een behoorlijk niveau te brengen.”

Volgens Schoenmakers had hij het overgrote deel van de docenten en studenten in zijn enthousiasme kunnen meeslepen, maar was zijn voortvarendheid tegen het zere been van de staf.

Het College van Bestuur van de Rijkshogeschool wil nog geen reactie geven.