Ambities van Nederlanders reiken verder in Olympiade; Bridgeteams in kwartfinales; Donderspeech coach voor vrouwenteam

ROTTERDAM, 1 SEPT. Voor het eerst in de geschiedenis van het Nederlandse bridge zullen de beide teams die aan de Bridge Olympiade deelnemen, zich kwalificeren voor de kwartfinales. Gisteravond stelde het vrouwenteam in het Italiaanse Salsomaggiore de kwartfinaleplaats veilig door het sterke Oostenrijkse vrouwenteam, vanouds voor Nederland een Angstgegner, met 21-9 te verslaan. In de vandaag beginnende kwartfinale-matches komen de de Nederlandse vrouwen uit tegen Groot-Brittannië.

Vandaag moet ook het open team in de voorlaatste ronde zijn eerste plaats verdedigen tegen middenmoter Spanje, terwijl het in de laatste ronde van het kwalificatietoernooi een zogenaamde bye heeft wegens het niet-opkomen dagen van de tegenstander. Voor een bye ontvangt een team automatisch 18 punten. Hoewel het theoretisch mogelijk is dat Zweden, dat met 29,5 punt achterstand vijfde is, Nederland nog passeert, houdt niemand hier serieus rekening mee: zelfs als van Spanje met 3-25 zou worden verloren en Zweden zou uit beide laatste wedstrijden het maximum van 2 maal 25 punten scoren, gaat het Nederlandse team naar de kwartfinale. De ambities reiken na een zo magistraal gespeelde kwalificatie natuurlijk hoger. Houdt de Nederlandse ploeg de eerste plaats vast, dan levert dit het recht op om zijn tegenstander in de kwartfinale te kiezen.

Twee maal eerder wist een Nederlands open team tot de finalefase van een olympisch toernooi door te dringen: in 1968 toen in de halve finale van Amerika werd verloren, en in 1980 toen op eigen boden in Valkenburg brons werd veroverd. Deze laatste prestatie wordt algemeen toegeschreven aan de gerichte, én gesponsorde, aanpak van de voorbereiding toen de bridgebond wereldkampioen Benito Garazzo als tijdelijk trainer van de geselecteerde spelers en speelsters had aangetrokken. Nadien zakte het topbridge bij de bond weer terug op de prioriteitenlijst en werd het gevoerde beleid weer even grillig en onduidelijk als tevoren. De in de internationale arena behaalde resultaten vormden hiervan een getrouwe afspiegeling.

Garozzo behaalde met de vrouwen echter een succes op termijn: wist het team zich in Valkenburg nog niet te kwalificeren, daarna drong het tot de wereldtop door met als hoogtepunt de zilveren medailles die twee jaar geleden in het Europese- en het wereldkampioenschap werden behaald. Na het teleurstellende WK van verleden jaar leek het team in zijn nadagen te gaan verkeren. Het koppel Ellen Bakker-Ine Gielkens gaat uiteen omdat Bakker met topbridge stopt. In ieder geval tijdelijk zal hetzelfde met Carla Arnolds-Bep Vriend gebeuren, als gevolg van het aanstaande moederschap van Arnolds, terwijl al enige tijd de vraag leeft of Marijke van der Pas en Elly Schippers elkaar nog voldoede kunnen inspireren en oppeppen om topprestaties te leveren. De aanvang van het olympische toernooi leek te bevestigen dat het zilveren team aan zijn afscheidstoernooi bezig was: onovertuigende kleine overwinningen, onnodige kleine nederlagen. Met gelatenheid werden de resultaten aanvaard.

Een ouderwetse donderspeech van coach Chris Niemeyer halverwege zou de spirit er weer ingebracht hebben en net op het moment dat een plaats bij de eerste vier van het kwalificatietoernooi onbereikbaar leek te gaan worden, is het zestal weer gaan spelen als duivelinnen. Het ene team na het andere werd onder de voet gelopen met als slotakkoord twee klinkende overwinningen op de Duitse en Oostenrijkse vrouwen die in het verleden het Nederlandse team meermalen de voet dwars hebben gezet.

De bridgebond heeft in de voorbereidingsfase voor deze Olympiade het belangrijke besluit genomen een aparte structuur voor het topbridge in het leven te roepen. Als gevolg hiervan bleek het mogelijk de verantwoordelijkheid voor de samestelling van een nationale selectie, voor de keuze van het nationale team en voor de training ervan geheel te leggen in handen van de aangewezen captain Jaap Trouwborst en coach Erik Kirchhoff. Zij bereidden het vaderlandse topbridge een grote verrassing door voor het Olympiade-team uitsluitend een beroep te doen op de jongere garde. Vier van de zes spelers, Wubbo de Boer, Enri Leufkens, Marcel Nooijen en Berry Westra, hebben overigens al eerder ervaren wat het is om op het hoogste podium te staan: in 1987 wonnen ze de Europese en vervolgens de wereldtitel voor juniorenteams. De Boer speelt nu met Bauke Muller en Nooijen met Jaap van der Neut. En dit zestal kreeg van velen het voordeel van de twijfel mee, en van maar weinigen het vertrouwen dat het een rol van betekenis in de Olympiade zou gaan spelen.

Vanaf de eerste ronde hebben zij hun keuze waargemaakt: tegen zwakke tegenstanders bleven geen punten liggen, zoals vroegere teams voortdurend wel overkwam en tegen de sterke landen boekte het team overtuigende overwinningen, afgewisseld met een enkele nederlaag waarbij de schade tot aanvaardbare cijfers beperkt bleef. Het is tekenend dat het grootste verlies werd geleden met 8-22 tegen Frankrijk. Als inmiddels erkende wereldtoppers vormen Leufkens-Westra een rots in de branding, terwijl De Boer-Muller in het toernooibulletin zijn uitgeroepen tot het op twee na sterkste paar van het toernooi tot op dit moment. Van der Neut-Nooijen zaaien door hun agressieve aanpak vooral schrik en verderf onder de zwakkere landen.