Altijd een voelend woord voor de gasten

AMSTERDAM, 1 SEPT. “We slaan zijn bed open, zetten zijn pantoffels klaar, ruimen zijn kleren op - nee, aan damesspullen komen we niet. Dat is de service die wij onze gasten verlenen”. Butler Rudi (46) siddert van opwinding bij de gedachte dat hij zometeen zijn eerste gasten zal ontvangen. Vroeger was hij barkeeper, nu butler in het nieuwe, verbouwde Amstelhotel. “Dienstbaarheid, dat is iets wat je in je moet hebben.” Een gestreept jacket, het haar strak langs de slapen. De lessen van zijn achtdaagse butlertraining zijn nog vers: Een butler rent nooit en zegt geen "nee', behalve als het om vrouwen gaat.

Een soort dierenkijkdag was het, de heropening gisteren van het duurste hotel van Nederland. Klokslag 1 uur staan alle 215 personeelsleden in slagorde opgesteld op het bordes. Een verzameling uit andere tijden: piccolo's met jeugdpuistjes, portiers in pandjesjassen en kamermeisjes met witte kapjes op hun hoofd. Fotografen roepen: “Meneer de chauffeur, kunt u dichter bij uw Rolls gaan staan?”

Het is een vreemde gewaarwording, zo'n vernieuwd oud hotel. Alles licht en glimmend en goud. “Het gaat om een stukje guest courtesy ”, klinkt het plots uit de mond van de 18-jarige piccolo bij de draaideur in de grote hal. Hij houdt zijn kin heel recht onder het gouden bandje van zijn piccolo-pet. Stijfjes staat hij in zijn jasje met biezen en knopen, zijn witte handschoenen achter de rug. De piccolo vindt dat hij "ongelofelijke mazzel' heeft gehad dat ze hem hebben uitkozen voor het baantje. “Werken bij het Amstel, dat is een naam hè. Daar kun je mee voor de dag komen”. Verlegen kijkt hij om zich heen. Zijn oma heeft hier vroeger nog gewerkt als room attendant. Als wat? “Kamermeisje”, zegt de jongen.

Diepe tapijten, overal bloemen. De marketing-afdeling van het hotel doet zijn best. We bezichtigen suites van 1400 gulden per nacht, bewonderen behangetjes met bloemmotiefjes die smaakvol terugkomen in de sprei en krijgen uiteenzettingen over de douchekoppen “zo groot als soepborden”. Er wordt verteld over het tropische-waterval-gevoel dat de douchekoppen geven en de badmeester spartelt in het warme zwembad dat zo prachtig over de Amstel uitkijkt. Elk personeelslid dat we onder het wakend oog van de marketingafdeling te spreken krijgen, vertelt in zijn pasgeleerde jargon hoe fantastisch het is. “Je moet steeds proberen een voelend woord te spreken en je gasten zo vriendelijk mogelijk te benaderen”, zegt Marja (42) met haar prachtige rode lippen. Eigenlijk is ze schilderes, maar nu kamermeisje. Ze heeft altijd wel iets met het Amstel gehad. “Het heeft toch iets koninklijks, iets sprookjesachtigs”. Lachend plukt ze aan haar schortje en zet haar witte kapje recht. Goed, als ze achttien was zou ze zo'n apepakkie liever niet dragen. Maar op haar leeftijd ach “aan dat magere lijf van mij is toch niet veel te doen, en bovendien: het past hier wel.”

Onder leiding van directeur Strobl - “een hotel is als een symfonie, waar al het personeel op elkaar moet zijn ingespeeld” - belanden we in de zogeheten wine room. Vijf bleke gezichtjes zitten gebogen over een groot boek “Geef je de gast de gelegenheid om zelf de sigaar te pakken? De roker moet dus zelf een greep uit de kist kunnen doen”. Het jonge ober-meisje dreunt de tekst uit het boek hardop voor alsof ze een gebed leest. Haar collega's prevelen zachtjes mee: “Bij het rookklaar maken van de sigaar mag de brandhaard geen penetrante geur afgeven. Waar sta je om te presenteren?”.

Dit is nog droogzwemmen, maar morgen is het "echt'. “De rijkste mensen uit de wereld komen hier”, zegt de piccolo met gloeiende wangen als hij de draaideur laat draaien. “Ik heb echt mazzel”.