Kunst over het brein in oud Gorkums ziekenhuis

Tentoonstelling. BRAIN/internal affairs t/m 5 okt. Beatrixziekenhuis Banneweg 57, Gorinchem. Geopend dagelijks 11-20 u. Toegang ƒ 5,-. Catalogus "Encyclopedie van het AH-HA-moment' ƒ 25,-.

De vette letters tegen de voorgevel zijn verwijderd, maar dankzij de nagelaten sporen is nog goed leesbaar: "Streekziekenhuis Prinses Beatrix'. Het gebouw in Gorinchem uit 1960 is hopeloos verouderd en rijp voor de sloop. De architectuur is nietszeggend. Niemand zal dan ook een traan laten als het oude ziekenhuis straks tegen de vlakte gaat. Voordat het zover is biedt het onderdak aan de kunstmanifestatie "BRAIN/internal affairs'. Deze manifestatie is op initiatief van Tom Zijlstra, directeur patiëntenzorg van het Beatrixziekenhuis, georganiseerd ter gelegenheid van de opening van het nieuwe Gorkumse ziekenhuis dat naast het oude gelegen is.De manifestatie gaat volgens de organisatoren “over het gebied waar kunst en experimenteel hersenonderzoek elkaar naderen”.

Tegen de gevel leunen nu op een luifel boven de ingang de letters B, R, A, I en N. Een noodtrap die op last van de brandweer pal voor de ingang is geplaatst - veel schuiner en een stuk steviger dan de letters - lijkt de woorden die de oude en nieuwe functie van het gebouw aanduiden te verbinden tot een mop. Boven op het dak heeft architect-beeldend kunstenaar John Körmeling een fors beeld opgesteld met de uitroep "Hi Ha'. Het is Körmelings bijdrage aan de tentoonstelling, die deel uit maakt van de manifestatie. De catalogus meldt dat hij aanvankelijk van plan was om onder de noemer "Apestreken' trappen te plaatsen tegen de ramen van het Beatrixziekenhuis. Dankzij de brandweer is er in ieder geval toch een trap geplaatst.

Er mag gelachen worden. De kunst van ruim dertig exposanten uit binnen- en buitenland geeft daar voldoende gelegenheid toe en anders zijn het wel de ongeveer dertig wassenbeelden uit de omvangrijke medische rariteitencollectie van "docteur' Pierre Spitzner die voor plezier zorgen. Deze beelden - ooit bedoeld als studiemateriaal - vormden in België tot in de jaren vijftig een kermisattractie. Daarvoor werden ze getoond in het "Grand Musée Anatomique et Ethnologique' in Parijs dat door Spitzner in 1856 geopend werd maar dertig jaar later na een brand werd opgedoekt. Spitzner ging met de restanten van zijn verzameling jaarmarkten en kermissen af. Half opengewerkte schedels, schedelboringen in koppen met negentiende eeuws model baardgroei, wonderbaarlijke spelingen der natuur en operatiemesjes in glazen ogen, de griezeligheid is er natuurlijk al lang vanaf.

Een hoogtepunt uit de collectie is een prachtige jonge vrouw, die als Doornroosje in een glazen vitrine ligt te slapen. Dat ze echt ademt bewijzen haar zacht op en neer bewegende borsten. De Belgische surrealist Paul Delvaux heeft haar in 1932 op een kermis gezien en naar eigen zeggen vele malen als inspiratiebron gebruikt.

Als bezoeker aan de tentoonstelling loop je met je hoofd vrijwel voortdurend in het hemelsblauw, dat naar een idee van vormgever Christoph Seyferth door de gangen, zalen en kamers vanaf "hersenhoogte' is aangebracht. In het souterrain sta je weer met beide benen op de grond en komt de mestgeur je tegemoet. Even geen hersens maar zaagsel, dat ruimschoots op de vloer is gestrooid voor het levende vee, een koe en twee paarden, dat daar vertoeft.

“Er staat een paard in de gang” reageert een bezoeker met een Brabantse tongval op deze bijdrage van Ans Zomer. Het paard dat hem op de carnavalskraker brengt blijkt bij nadere kennismaking een miniatuur-paardje in brons op het hoofd te dragen. Een nieuwsgierige koe wordt tegengehouden door de halve deur waarachter een kunstwerk van Jan van Munster schuilgaat. Niet alleen het vee, maar ook de tentoonstellingsbezoekers moeten op afstand gehouden worden, want er staat stroom op de rode gloeidraden die als een klamboe een afgedankt ziekenhuisbed afschermen.

De praktijkkamer van de anatoom-patholoog is onder handen genomen door Paul Vendel. Van het slopersbedrijf kreeg hij te horen hoe hij de betonnen vloer aan gruzelementen kon drillen. Het grondwater is door enkele gaten te zien. De wanden en het nog aanwezige meubilair, waaronder de snijtafel, heeft Vendel spierwit geschilderd.

Twee verdiepingen hoger heeft de Japanner Shuzo Azuchi tachtig houten latjes in schoolbordzwart en -groen over de vloer verspreid. Met een krijtje heeft hij op elk latje de naam van een lichaamsdeel geschreven. Aan het plafond zijn latjes geplakt die voorzien zijn van sterrenamen. Op een tafel liggen enkele niet ingevulde contracten. Azuchi blijkt lugubere overeenkomsten af te sluiten waarin hij zijn lichaamsdelen aanbiedt. Na zijn dood zullen die overgaan in nieuwe handen. Op een deel van Azuchi's hersenen is beslag gelegd door Tom Zijlstra.

De Amerikaanse kunstenares van Hongaarse afkomst Orshi Drozdik heeft in een ruimte waar eens röntgenfoto's werden genomen een serie rubberen hersens opgesteld op plankjes waaronder wieltjes zijn bevestigd. Dat is het lot van het brein dat de bovenkamer heeft verlaten; een hulpeloos zacht hoopje vlees dat alleen nog maar zijn afhankelijkheid en kwetsbaarheid kan demonstreren.

Internationale renommees als Matt Mullican, de Zwitsers Fischli & Weiss en Dennis Oppenheim zijn present met minder recente kunst. Oppenheims metalen mannetje slaat nu in Gorkum met zijn hersens als klepel tegen een bel. Aan een knaapje binnen handbereik hangt een klein reserve overhemdje.

Kun je normaal gesproken gerust de veelal eindeloos durende saaie videokunst overslaan, de dertig-minuten tape Der Lauf der Dinge van Fischli & Weiss is krankzinnig leuk. Volgens het principe van het domino-effect, zetten via wip-wapjes en met lijm ingesmeerde glijbanen willekeurige objecten, vloeistoffen en andere zaken elkaar in beweging.

Schilderijen komen op "BRAIN/Internal Affairs' nauwelijks aan bod. In een groep van vier schilders die een ruimte kregen toegewezen gescheiden van al het conceptuele geweld, weet alleen Marc Mulders zich te handhaven. Ook de muurschildering Pac Man van Roland Schimmel springt eruit. Ze brengt de in vergetelheid geraakte ooggymnastiek van Op-Art in herinnering. Bij Pac Man dansen ovale vormen samen met hun nabeelden onstuimig voor je ogen.

De catalogus, getiteld Encyclopedie van het AHHA-moment is een juweeltje, een collectors-item bedacht door Waling Boers die samen met de gastcurators Suzanne Oxenaar en Guda Stoop de redactie verzorgde. Een prachtig losbladig boekwerk op A5 formaat in een bijpassende ordner. John Körmeling is er bijvoorbeeld in te vinden tussen de schilder Peter Koole ("zie verf') en "Kunstmatige Intelligentie'.

Godzijdank is er niets terechtgekomen van de ambities van de makers om een expositie te organiseren “over het gebied waar kunst en experimenteel hersenonderzoek elkaar naderen”. Het is daarentegen een buitengewoon levendige en hier en daar ook geestige tentoonstelling geworden.