Een verloren jaar; De nadagen van een leger zonder vijand

Wordt de dienstplicht verkort of helemaal afgeschaft? Over die vraag buigt zich de commissie-Meijer, die volgende maand met een advies aan de minister komt. In afwachting daarvan maakt een krachtige generaalslobby zich sterk voor behoud van de slagkracht. Maar in het leger lijken de nadagen al begonnen: verveling en onlustgevoelens bepalen de sfeer: "We worden nog behandeld als kleuters, zo langzamerhand zijn we dat beu.'

Aan de rand van de Oirschotse heide geeft een onooglijk elektriciteitshuisje aan dat de Generaal-Majoor De Ruyter Van Steveninck-kazerne niet ver meer kan zijn. Weg met het leger! staat in boze letters op het grijze metaal geverfd. En daaronder, als extra aansporing: Sloop de kazerne!

Op de legerplaats zelf, met een "vredessterkte' van 2300 man Nederlands grootste, is van opstandigheid niets te merken. In de middagzon kuieren dienstplichtigen van de 13de Gemechaniseerde Brigade (13 Mechbrig in legertaal) gemoedelijk langs een vijver met eenden en een aangrenzend dierenparkje. Even verder bestuderen enkelen het programma van de bioscoop, dat keus biedt uit de hondenklucht Beethoven en The Pope Must Die, een film over "een doodbrave borst die per vergissing paus wordt'. Ander vertier bieden de auto- en foto-hobbyclub en het met glanzende apparatuur uitgeruste fitnesscentrum. Alom heerst een sfeer van vrede en rust, niets wijst erop dat meldingen over geweld- en seksschandalen de naam van de kazerne enkele jaren geleden berucht maakten.

Stil

Het is middagpauze als adjudant Hermens me voorgaat naar de matig bezochte kantine, waar het dagmenu onder meer haagse snitzel of speklapje, bloemkool en tweekleurenvla vermeldt. In de "flatgebouwen', zoals de onderkomens voor de manschappen worden aangeduid, is het in deze vakantieperiode al even stil. Slechts een enkele soldaat vertoeft op de met vier à vijf bedden ingerichte kamers die, volgens de traditie, zijn gesierd met kleurenplaten van dartele fotomodellen. Meegebrachte leunstoelen, schemerlampen en video-apparatuur geven tal van vertrekken een extra huiselijk tintje, verzekert adjudant Hermens. Toch zoeken velen hun heil in een van de bars, waar ook op dit tijdstip nogal wat jongens bier drinken, praten of roerloos voor zich uit staren.

Van zichtbare activiteit is deze stille zomerdag alleen sprake op het sportveld, plaats van samenkomst voor de periodieke sportdag. Wachtend op het volgende balspel, vertellen twee dienstplichtigen dat ze het best naar hun zin hebben. ""Er wordt goed voor ons gezorgd'', vindt een van hen. ""Je kunt sporten zoveel je wilt en ze organiseren van alles. Pas nog gingen we naar het strand en een andere keer gratis met de trein naar Amsterdam. Daar hebben we lekker op de terrassen zitten zonnen.''

Niet alles is natuurlijk even leuk, vult zijn vriend aan. ""Exerceren, bij voorbeeld, vindt iedereen vervelend, maar het is belangrijk voor de discipline. Zo heeft alles hier wel zijn nut.''

De groep die zich inmiddels om ons heen heeft geschaard, denkt er anders over. ""Het is juist allemaal nutteloos'', wordt er geroepen. ""Tijdenlang zitten we niks te doen. Om ons een beetje bezig te houden, bedenken ze oefeningetjes en uitjes, maar daarvoor zijn we toch niet opgekomen? Zonder de flauwekul eromheen is een diensttijd van vier maanden genoeg.''

Het aantal nuttige uren ligt laag, beaamt een forse jongeman. ""Als timmerman was ik gewend hard te werken, maar hier merkte ik al gauw dat je geen flikker te doen hebt. Dat gaf me een klap in het gezicht: moet ik hiervoor een jaar van mijn leven opofferen, dacht ik steeds.''

Over "de leiding' zijn André Joosse, Gabriël van Overloop, Harry Heesakkers en de anderen evenmin te spreken. ""Zelfs aan het eind van onze diensttijd worden we nog behandeld als kleuters, zo langzamerhand zijn we dat beu. Op een dag als vandaag lijkt het allemaal wel aardig, maar morgen maken ze over de stomste dingen weer heibel. Als er een knoopje los zit, krijg je een douw.''

De meeste aanwezigen nemen hun toevlucht, zeggen ze, tot een beproefde remedie: ""De blik op oneindig en het verstand op nul. En als het even kan de bar in en hijsen. Dat geeft een dikke pens, maar ja - de dienst maakt nu eenmaal meer kapot dan je lief is.''

Lastig

Deze houding, gewoonlijk aangeduid als "balen', bezorgt dienstplichtigen in de nabijgelegen tankwerkplaats een slechte naam. ""Aan de meesten van hen hebben we niks, ze zijn alleen maar lastig'', stelt een beroepskracht vast. ""Van de mensen die hier werken is dertig procent dienstplichtig, maar hun prestaties vormen niet meer dan twee procent van het totaal. "Over een paar maanden ben ik toch weg', denken ze, "voor dat beetje geld dat ik krijg ga ik hier niet hard werken'. Geef ze eens ongelijk.''

Toch ziet de monteur geen oplossing in verkorting of afschaffing van de dienstplicht. Als het daarvan komt, moeten de vaste krachten die "paar rotklusjes' van de soldaten ook nog opknappen, voorziet hij. ""En daar zijn we niet voor ingehuurd'', vindt een ander. Bovendien neemt dan, naar zijn idee, de kans op ontslagen alleen maar toe; ook nu al zijn er werkplaatsen waar meer dan twintig procent van het burgerpersoneel de wacht kreeg aangezegd.

Wat dit aangaat is ook "het kader' niet meer zeker van zijn zaak. ""De beroepsmensen hebben heel wat over zich heen gekregen, velen weten niet meer wat hun boven het hoofd hangt'', aldus een onderofficier. Eerst werd "van de ene lichting op de andere' de diensttijd met twee maanden bekort: een maatregel waardoor, zegt hij, de organisatie een tijdlang "op zijn kont' lag. Toen later het verdwijnen van arbeidsplaatsen aan de orde kwam, raakten sommige collega's "op tilt'; ze waren in het leger gegaan met het idee dat ze tot hun pensioen "goed zaten', nu zijn ze daar niet meer gerust op.

Vooral doordat de mededelingen erover elkaar snel opvolgden, veroorzaakte de herstructurering van de krijgsmacht in brede lagen onrust. In 1989 nog steeg het defensiebudget met 0,6 procent, een jaar later al ging het met 2,3 procent omlaag en kondigde de Defensienota aan dat het aantal banen voor beroepsmilitairen en burgers de komende tien jaar met 21.000 zal afnemen. In diezelfde periode slinkt het aantal dienstplichtigen tot 19.000 man, wat neerkomt op een halvering van het bestand. Als alles volgens plan verloopt, moet op deze wijze een leger ontstaan dat zowel mobiel en flexibel als multifunctioneel is - een eigentijdse toverformule die aansluit bij de nieuwe Navo-doctrine, waarvan begrippen als thinning battlefield, low intensity warfare en rapid reaction de hoekstenen vormen.

Rapport

Al snel na publikatie van de nota stelde defensieminister Ter Beek een commissie in die, onder leiding van Wim Meijer (commissaris van de koningin in Drenthe), antwoord moet geven op de vraag of de dienstplicht moet worden verkort dan wel afgeschaft. Een rapport hierover verschijnt binnen enkele weken, maar de minister nam daar al geruime tijd geleden een voorschot op. Aangemoedigd door de stemming in de Tweede Kamer, verkondigde hij begin april dat de dienstplicht vrijwel zeker verdwijnt; nu men niet meer rekent op "verrassingsaanvallen' achtte de minister een kleiner, goed uitgerust beroepsleger de beste optie. Wel dient de afschaffing van de dienstplicht, als het zover is, geleidelijk en ordelijk te verlopen, zo voegde hij er twee maanden geleden aan toe.

Intussen vormde zich een krachtige legerlobby die, openlijk en bedekt, in het geweer kwam tegen de "euforie van de omwenteling'. Daardoor aangeraakt zou Nederland te snel geneigd zijn het leger te reduceren tot "een veredeld brandweerkorps'. Dit kamp voelde zich gesterkt door de commissie-Meijer, die onlangs in een rapportage alvast wees op de "zeer ingrijpende' consequenties van het schrappen van de dienstplicht. Beroepspersoneel is twee tot tweeënhalf maal zo duur, waarschuwden de commissieleden.

Praktisch tegelijkertijd besloot de Belgische regering het leger in hoog tempo drastisch in te krimpen. Met ingang van 1 januari 1994 is de dienstplicht er van de baan; de helft van de 80.000 soldaten zwaait voorgoed af en de defensiebegroting vermindert jaarlijks met vier procent. Maar de Nederlandse lobby hield het hoofd koel en lanceerde vorige week het bericht dat er in dit land voor een beroepsleger geen perspectief is; de reden zou zijn, zo wist De Telegraaf te melden, dat jongeren weinig belangstelling tonen voor een carrière in de krijgsmacht. Door een snelle afschaffing van de dienstplicht zou de landmacht "volledig plat' vallen, voegde luitenant-generaal Wilmink, scheidend bevelhebber van de landstrijdkrachten, daar deze week nog aan toe. CDA-Kamerlid en oud-beroepsofficier Ton Frinking, een overtuigd voorstander van afschaffing van de dienstplicht, nam onmiddellijk stelling tegen de stemmingmakerij door "de generaals'. De commissie moet met "heel zwaar geschut' komen, zei hij, om hem en zijn fractie tot andere gedachten te brengen.

Zooitje

Alle veranderingen en discussies hebben de motivatie binnen de kazernepoorten niet verbeterd. Hier en daar lijkt het erop of het Nederlandse leger al in zijn nadagen verkeert. Een ex-militair die na zijn diensttijd nog geruime tijd een functie had in een tankwerkplaats, houdt het erop dat de val van de Berlijnse Muur de sfeer ondermijnde. ""Van de ene dag op de andere werd het een zooitje, een grote puinhoop. Een deel van het burgerpersoneel voelde dat voor hen het eind in zicht was en ook de anderen hadden de puf niet meer hun best te doen. Met het materiaal sprongen ze nog slordiger om dan ervoor, kratten met ventilatoren voor de Leopard-tanks werden zomaar neergekwakt. Er waren jongens bij die als idioten tekeer gingen. En ieder nam mee wat hij mee kon nemen: kisten vol gereedschap, vaten anti-vries, complete startmotoren en, als aandenken voor later, zakken met patronen. Intussen ging steeds meer tijd heen met privézaken. Sommigen zaagden planken voor de buurman, gaven hun auto's een nieuwe laklaag of lasten balken aaneen voor hun huis, anderen zetten een windmolen in elkaar voor de commandant. En zo gaat het daar nog steeds: het maakt toch niet meer uit, denkt men.''

In de regel manifesteert de malaise zich in minder extreme vorm. Wim Smit, die onlangs tijdens zijn diensttijd in Vught een openbare protestactie organiseerde, stelt dat veel dienstplichtigen lusteloos en ontevreden zijn door de zinloosheid van hun bestaan. ""Zij vinden de situatie in dienst volstrekt irreëel. De leiding doet nog steeds of morgen de Russen binnenvallen: daarom rijden we met tanks door de Duitse laagvlakte, doen we oefeningen en zitten we ons maandenlang op de kazerne te vervelen. Voor dit alles moeten we een jaar van onze tijd beschikbaar stellen. Waarom eigenlijk? En waarom wordt dit van mij en mijn lotgenoten verlangd en van zoveel leeftijdgenoten niet? Hoe kan het dat de maatschappij deze onrechtvaardigheid tolereert?''

Ook Wouter Siemes, gelegerd te Wezep, houdt zich met deze vraag bezig. ""Ik beschik niet over het leven van anderen en ik zie niet in waarom anderen wel mogen beschikken over het mijne. Vergeleken met mijn vrienden loop ik nu een jaar achterstand op: terwijl zij werken aan hun carrière en 's middags op het terras zitten, lig ik mijn tijd te verdoen in het veld.''

De onvrede hierover neemt toe nu nog maar drie van de tien mannen daadwerkelijk de dienstplicht vervullen. In het jaar dat daarmee heen gaat, krijgen zij een wedde die op of onder het bijstandsniveau ligt; door de gedwongen afwezigheid wordt bovendien hun concurrentiepositie minder dan die van collega's of medestudenten. De twee soldatenvakbonden, de Algemene Vereniging Nederlandse Militairen (AVNM, 20.000 leden) en de Vereniging voor Dienstplichtige Militairen (VVDM, ruim 13.000 leden), noemen dit een misstand. Eensgezind spreken hun vertegenwoordigers van een vorm van dwangarbeid waaraan een op de zes Nederlanders wordt onderworpen. In België, waar de situatie tot nu toe weinig verschilt, repte minister van defensie Delcroix pas van "fenomenale discriminatie'.

Voordelen

Generaal-majoor P.H.M. Messerschmidt, commandant van de ruim 10.000 man tellende Eerste Divisie van de Koninklijke Landmacht, gaat niet zo ver. Hij kan zich echter voorstellen dat de "oneerlijke verdeling van lasten' op weerstand stuit. ""Over de vraag wie wel en wie niet zijn dienstplicht vervult, is in Nederland nooit een behoorlijke discussie gevoerd. Het gaat hier niet om een militair maar om een politiek probleem, waar ik als staatsburger wel een mening over heb. In die hoedanigheid zeg ik: wat is er op tegen als iedere Nederlander zich beschikbaar stelt om in dan wel buiten de krijgsmacht enige tijd een taak te vervullen? Daarmee zouden bepaalde sectoren worden geholpen en de gevoelens van onbillijkheid afnemen.''

Toch is Messerschmidt er van overtuigd dat de diensttijd voordelen kan opleveren. ""Alles hangt af van de instelling die iemand heeft'', zegt hij in een stille kamer van zijn hoofdkwartier te Schaarsbergen. ""Een ingenieur vindt het misschien vreselijk als hem wordt gevraagd met munitie te slepen, maar hij kan ook denken: "In het jaar dat ik hier ben, probeer ik de groepsband zoveel mogelijk te versterken'. Mensen die nooit eerder met andere kerels hebben gewerkt, kunnen zich op die manier voorbereiden op een functie in de maatschappij. Wat dit betreft is het leger één gigantische leerschool.''

Maar de prijs die hiervoor wordt betaald is hoog. In Economisch Statistische Berichten (ESB) becijfert Simon Duindam dat iedere Nederlandse soldaat een "dienstplichtbelasting' betaalt van 10.000 gulden: het verschil tussen zijn wedde en het marktloon dat hij zou krijgen als het leger in zijn huidige omvang zou zijn bemand door vrijwilligers. Gezien dit offer verwondert het niet dat veel jongeren onder de dienst proberen uit te komen. Naast een verzoek om studie-uitstel, is een geliefd middel daartoe het doen van een beroep op de wet gewetensbezwaarden: een vorm van "ontwijkingsgedrag' waarvoor weigeryups vaak een juristencollectief in de arm nemen. J.G. Siccama, hoogleraar internationale betrekkingen, meent dat vooral jongeren uit een gegoed, goed opgeleid en stedelijk milieu op deze wijze de dans ontspringen. Een bewijs hiervoor ontbreekt, maar woordvoerder Nicky Jansen van de AVNM bevestigt dat middelbare scholieren uit het westen van het land in het leger slecht zijn vertegenwoordigd. ""De jongens uit de Randstad zijn handiger en mondiger dan de anderen. Zij weten wat ze moeten doen om hun doel te bereiken.''

De drieduizend anderen die maandelijks opkomen, moeten zich voegen in het systeem. Voor de een is dat moeilijker dan voor de ander. Wim Smit begon een half jaar geleden bij de genie in Vught vol goede moed, maar daarvan bleef weinig over. ""De soepele, gestroomlijnde organisatie die ik in mijn naïviteit verwachtte, bleek een log apparaat dat goedkope arbeidskrachten in een keurslijf dringt. Al gauw vervaagde het idee dat ik als soldaat misschien enig nut zou hebben.''

Surplus aan tijd

Wat dit aangaat staat hij niet alleen, zo toont een recente enquête door het bureau Inter/View aan. Uit het onderzoek blijkt dat 84 procent van de ondervraagden overdag 2,5 uur niets om handen heeft; bijna dertig procent moet dagelijks maar liefst vier loze uren zien te vullen. Dit surplus aan tijd, waarvan het blad ESB de kosten begroot op 188 miljoen gulden, wordt volgens de verhalen besteed aan rondhangen, koffie drinken en (ofschoon dit tegen de regels is) op bed liggen. ""Ook creëert men bezigheden'', aldus VVDM-voorzitter Pieter Kas. ""Deze variëren van hekjes schilderen en het mos tussen de tegels weghalen tot voor de zoveelste keer het wapen uit elkaar halen en schoonmaken. Met elkaar vormen deze bezigheden een afmattingsslag die afstompend werkt.''

Het probleem van "de leegloop', zoals het wel wordt genoemd, wil generaal Messerschmidt niet bagatelliseren. ""Jonge Nederlanders die verplicht een jaar dienst doen, hebben recht op een programma dat aan redelijk hoge normen voldoet. Daar staat tegenover dat "niets doen' een rekbaar begrip is: als bij voorbeeld een beheerder van een postagentschap op een bepaald tijdstip geen klanten heeft, is dat geen reden tot zorg. Zulke situaties doen zich ook in het leger voor. Daar komt bij dat we afhankelijk blijven van de middelen die we gebruiken. Zo gauw een tank kapot gaat, zitten vier man zonder werk; in zulke gevallen van overmacht is het zaak met een alternatief te komen. Natuurlijk hebben we te maken met goed, middelmatig en slecht leiderschap, maar voor mij staat vast dat leegloop geen structureel verschijnsel is. In tegendeel: in de opleiding hebben we tijd te kort. Ik kom wel op bezoek bij eenheden waar de mannen rondlopen met zwart omrande ogen van de moeheid.''

De meeste dienstplichtigen hebben andere ervaringen. ""Er zijn vele uren van verplichte verveling'', merkte Wim Smit tijdens zijn officiersopleiding. ""Je krijgt er na verloop van tijd een luiheidstic van, die voor schoolverlaters aan het begin van hun carrière fnuikend is. "Ik doe niks en ik ben niks', spookt het door hun hoofd.''

In de buitenwereld denkt men daar weinig anders over, zo valt op te maken uit een opzienbarend onderzoek van drs. J. Born, docent aan de Koninklijke Militaire Academie. Gegevens die hij kort geleden kreeg van bedrijven en instellingen tonen aan, dat ervaring als dienstplichtige op de arbeidsmarkt eerder een nadeel is dan een voordeel. ""Militairen zijn tijdens hun dienstplicht gewend geraakt aan een geringe werkdruk. Ze hebben daarom vaak moeite om zich een volle werkdag in te zetten'', aldus een veelgehoorde klacht. In zijn publikatie, waarvan de inhoud nog niet overal in het leger is doorgedrongen, trekt Born de ontnuchterende conclusie dat de diensttijd in het algemeen neerkomt op een verloren jaar.

Duidelijker nog dan de anderen voelen dat de binnenslapers: degenen die, anders dan de meesten, te ver weg wonen om aan het eind van de dag naar huis te gaan. ""Als de anderen om vijf uur de poort uit rennen, blijft er een triest groepje achter'', vinden Sander Goldman en Nicky Jansen van de AVNM. ""Omdat je niet steeds videofilms kunt bekijken en alle onderwerpen al besproken zijn, hangt men vaak zwijgend naast elkaar aan de bar. Er hangt dan een negatieve sfeer.''

Vechtpartijen

De meeste soldaten die ik spreek stellen dat de consumptie van drank in dienst groot is en het gebruik van stuff wijd verbreid. Ofschoon de marechaussee de opiumwet strikt tracht te doen naleven, spelen ook hard drugs nu en dan een rol. Verder leven sommigen zich, als vanouds, uit in vernielingen en geweld. Dienstplichtigen noemen als recente voorbeelden tl-balken slopen, "boobytraps' aanbrengen op wc-potten, bij viertonners het zeildoek kapotsnijden en twintig tot dertig stoelen door de gesloten ramen gooien. Verder vertellen ze over een met knuppels beslechte ruzie (tien gewonden) en over vechtpartijen waarbij iemand "overhoop' werd gestoken en een ander een gescheurde milt opliep.

Mede om dergelijke excessen tegen te gaan, kwam het enkele jaren geleden tot instelling van een leegloopfonds. Met dit fonds, waarin per persoon 125 gulden wordt gestort, bekostigt het leger vormen van tijdspassering als midgetgolf, kanovaren, kruisboogschieten en sportwedstrijden met barbecues. Ook kwamen er mountain-bikes, die echter op ten minste één legerplaats (aldus een ooggetuige) hoofdzakelijk in gebruik zijn bij beroepsmilitairen.

Vast staat dat de dienstplicht de afgelopen 25 jaar in veel opzichten is verbeterd. Dat is voor een groot deel te danken aan de Vereniging voor Dienstplichtige Militairen, bij haar oprichting in 1966 de enige vakbond voor soldaten ter wereld. In de hoop "een beetje menselijkheid te scheppen in een onmenselijke omgeving', legden de oprichters op een schriftvelletje een aantal actiepunten vast. Zij ijverden niet alleen voor een beter strafsysteem, maar ook voor het plaatsen van wastafels bij de wc's en het afschaffen van koper poetsen. Bovendien dienden de militaire treinen en de lijst met verboden boeken te verdwijnen. Binnen een jaar waren al zeven van de twaalf wensen ingewilligd. De belangenvereniging, die in 1972 concurrentie kreeg van de AVNM, wist later te bewerkstelligen dat de wedde omhoog ging, de "vrije haardracht' werd toegestaan en - na de nodige strijd - de groetplicht verdween.

Oud-militairen zijn tijdens een veteranendag in Havelte niet erg te spreken over deze verworvenheden. ""Vergeleken met vroeger is het nu in het leger een slap zooitje'', vinden George Doesburg, Wim de Niet en Simon van den Berg. ""Wij hadden niks te vertellen. In de bloei van ons leven stuurden ze ons naar Indië, waar we per dag drie kwartjes soldij en een kwartje gevarengeld beurden. Verder moest je doen wat er gezegd werd en niet zeuren.'' Later is er veel verbeterd, maar daarmee zijn ze te ver gegaan, vindt een ander. ""Als je 't mij vraagt, zijn de dienstplichtigen nu zo ongedisciplineerd als de pest. Gelukkig zie ik ook pluspunten: de vernederingen van vroeger zijn voorbij, een soldaat is nu ook mens - dat heeft zijn voordelen.''

Geen sportclub

Toch heeft Jan Soldaat als radertje in het geheel "een lage vervangingswaarde', concluderen Wim Smit en Wouter Siemes op grond van hun dienstervaringen. ""Jongens die steun zoeken van een vaderfiguur halen ze met één klap onderuit en mensen die lastig zijn worden ver van huis geplaatst of eruit geknikkerd. Het systeem is nog gebaseerd op koeioneren en straffen, van de band met de samenleving die men zo belangrijk zegt te vinden, is niet veel te merken.''

Niet zonder nadruk stelt generaal Messerschmidt daar zijn visie tegenover: het leger komt steeds sterker met de burgermaatschappij overeen, maar vormt daar geen afspiegeling van. ""Het is onmogelijk de ongebreidelde vrijheid van het individu in dienst te handhaven. Onze taak gaat nu eenmaal verder dan die van een sportclub: wij moeten dienstplichtigen opleiden voor het vervullen van opdrachten onder moeilijke en soms gevaarlijke omstandigheden. Dat lukt alleen door van een groep uiteenlopende mensen een eenheid te maken, die ook in extreme situaties slagkracht heeft. Daarvoor is functionele discipline nodig. Dat wil zeggen: niet de banden van een viertonner met schoensmeer zwart maken, maar wel je schoenen poetsen omdat die, als het er op aankomt, van essentieel belang zijn. Zoiets kan worden afgedwongen en gecontroleerd, zolang je maar uitlegt waarom dat gebeurt.''

Niet altijd heeft dit het gewenste resultaat. Na enige maanden van groeiende weerzin tegen tijdverspilling en "intimidatie door gefrustreerde beroeps', was voor enkele tientallen aspirant-officieren onlangs de maat vol. Alsof de ludieke jaren zeventig waren weergekeerd, maakten zij de Markt in Den Bosch tot een Klaagplein waar militairen een avond hun hart konden luchten. ""Met krijt schreven we op de grond waar we van balen'', aldus initiatiefnemer Wim Smit. ""Een simpeler vorm van vrije meningsuiting is er niet, maar de marechaussee vond de zaak ernstig genoeg om honderd soldaten van een andere kazerne bij de poort tegen te houden. Toch geloof ik dat we met deze actie een signaal aan de buitenwereld hebben gegeven.''

Maar collega's betwijfelen of dit veel succes zal hebben: het leger, zeggen ze, is in zijn huidige vorm een ontoegankelijke, moeilijk te controleren organisatie die haar eigen weg gaat. Gewezen wordt op de vele "oneigenlijke werkzaamheden' die dienstplichtigen tegenwoordig verrichten. Ze worden ingezet bij de organisatie van wandelevenementen of een concours hippique, bij de constructie van een loopbrug op de Amsterdamse Uitmarkt en (in het geval van enkele dienstplichtige marechaussees) de beveiliging van het Nederlandse paviljoen op de Expo in Sevilla. Daarnaast komt het voor dat op hen een beroep wordt gedaan om, meestal buiten diensturen, te assisteren op reünies en feestjes van (ex-)militairen of om in het huis van de commandant karweitjes op te knappen. ""Natuurlijk kunnen ze nee zeggen, maar gezien de verhoudingen is dat niet altijd gemakkelijk'', reageren belangenverenigingen desgevraagd. ""De uren van verveling en de vergoeding die ze krijgen als klusjesman, maken zo'n aanbod soms ook aantrekkelijk. Maar het gevaar is groot dat kader en dienstplichtigen zo terecht komen in een schemergbied vol valkuilen.''

Manege

Een opmerkelijke vorm van werkverschaffing doet zich voor in de Bernhardkazerne te Amersfoort. Daar bevindt zich een manege waar zowel oud-militairen als particulieren hun paard kunnen stallen en laten verzorgen. Voor dat laatste zijn hier zeven dienstplichtigen gedetacheerd; in hun vrije uren kunnen zij wat bijverdienen door kinderen en volwassenen les te geven. De manege is sinds enige tijd ondergebracht in een stichting, die dank zij de aanwezige faciliteiten en goedkope arbeidskrachten relatief weinig kosten hoeft te maken. De prijs voor stalling en verzorging blijft daardoor beperkt tot circa driehonderd gulden per maand, minder dan de helft van het bedrag dat men in een vergelijkbare situatie elders kwijt zou zijn.

Zo dringt het leger door op het terrein van de civiele sector, maar ook het omgekeerde is het geval. Voor de bewaking van bepaalde terreinen, bij voorbeeld, wordt om praktische redenen ook burgerpersoneel ingezet. Dat leidt tot wonderlijke verhoudingen: indien dienstplichtigen de poort bewaken doen zij dat met drie man, wanneer men dit aan burgerpersoneel toevertrouwt is één man voldoende. Deze werkt acht uur per keer en mag op de fiets de ronde doen, dienstplichtigen gaan te voet en dienen (tegen een beloning van 65 gulden bruto) in het weekend 24 uur aanwezig te blijven. Op de vliegbasis Deelen betekende dit tot voor kort dat zij, voorzien van een zes weken oude leesportefeuille, twaalf uur achtereen in een toiletruimte van twee bij vier meter op een paar lampjes moesten letten.

Ernstiger bezwaren zijn er tegen wachtlopen door soldaten die soms, zoals een van hen vertelt, nog maar één keer met een Uzi in een zandhoop hebben geschoten. De ervaring leert dat zij, uitgerust met een wapen waarmee ze zich nauwelijks kunnen verdedigen, een makkelijk doelwit vormen voor overvallers. Door het nemen van dergelijke risico's gaat het leger volgens dienstplichtigen en bonden onzorgvuldig te werk.

Dezelfde term valt nogal eens tijdens discussies over het aantrekken van dienstplichtigen die, onder de vlag van de VN, dienst willen doen in gebieden als het vroegere Joegoslavië. ""Wij zenden nu wel vrijwilligers, maar is dat wel de juiste term?'' vraagt AVNM-voorzitter Maarten van der Klaauw zich af. ""De werving zou waarschijnlijk heel anders verlopen als men zich niet zou beperken tot mensen die gedwongen in dienst zijn. Daarbij komt dat degenen die interesse tonen al meteen na opkomst worden afgezonderd. Daar zitten dienstplichtigen van achttien jaar tussen, jongens die nog niet weten wat de normale militaire dienst inhoudt. In hoeverre is er dan nog sprake van een werkelijk vrije keus?''

Avontuur

Kort voor vertrek naar Joegoslavië verzekeren Ralph Peters en Joost Nijnatten om beurten dat zij uit volle overtuiging hun "bereidverklaring' hebben ondertekend. Peters gaat om "de leefervaring en het avontuur': hoewel hij niet de illusie heeft dat het tot "mensen redden' zal komen, gelooft hij een boeiender tijd te zullen krijgen dan zijn maten in "de parate hap'. Nijnatten acht de hogere wedde mooi meegenomen, maar hoopt vooral op een "unieke samenwerking' met andere vrijwilligers. Kapitein U-A-Sai, in Ede belast met de opleiding van de vredesmacht, kan zich dat voorstellen: ""In situaties als deze maak je vrienden voor het leven, dat is een bijzondere ervaring. Maar als iemand er toch nog onderuit wil, zullen we hem niet tegenhouden.''

Toch zijn Maarten van der Klaauw en zijn collega's niet gerust. De informatie die wordt verstrekt op voorlichtingsdagen vinden ze summier en onbevredigend (""laatst zat op zo'n bijeenkomst de halve zaal te slapen'') en de snelheid waarmee de procedure wordt afgehandeld soms te groot: ""Pas moest een groep chauffeurs, volgens de plannen, vijf dagen na de werving al vertrekken. Zoiets wijst op een verkeerde benadering.'' Bovendien is men van mening dat de angst voor gezichtsverlies jongens ervan weerhoudt van hun besluit terug te komen: ""In een groep waar zij elkaar lopen op te fokken, is het moeilijk op een gegeven ogenblik "nee' te zeggen. In de ogen van de anderen ben je dan een loser.''

Gesterkt door de opvatting van Defensie dat iemand pas na een volledige opleiding volwaardig soldaat is, geven de belangenverenigingen de voorkeur aan het "Zweedse model': uitzending is alleen mogelijk voor hen die de dienstplicht hebben volbracht. Hoe groot de animo dan nog zal zijn, is een open vraag. Evenmin is bekend hoeveel belangstelling er bestaat om - indien het zover komt - in een beroepsleger dienst te nemen. Binnen defensiekringen bestaan daarover bange vermoedens. En niet zonder reden, aldus een dienstplichtige die afzwaait: ""Door de slechte arbeidsomstandigheden en de slordige omgangsvormen staat het leger in Nederland slecht aangeschreven. Daarin komt pas verandering als men soldaten niet meer ziet als louter neuzen en baretten, maar als serieus te nemen volwassenen.''